Posts tonen met het label Ensor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ensor. Alle posts tonen

zondag 21 maart 2021

Ensor & JDB

Auction - Contemporary, Modern Art and Old Masters at 18.05.2019 - LotSearch
https://www.lotsearch.net/auction-catalogues/contemporary-modern-art-and-old-masters-133585?page=9&orderBy=lot-title&order=ASC 

James Ensor (Belgium / 1860 - 1949) Barques échouées (Grounded Boats) (1888)

Etching - On Simili Japon - Sig. 1888 in pencil and sig. 1888 in plate - Sig. on the reverse with title - With dedication monsieur Jules De Bruycker J. Ensor" - 3rd state of 3 - 17,6 x 23,7 cm
Literature "James Ensor" A. Taevernier 1973, cf. nr. 49 reprod. Provenance coll. Jules De Bruycker

Lot #: 41

 

LITERATUUR
"James Ensor" A. Taevernier 1973, cf. nr. 49




vrijdag 8 januari 2021

Invloed: Caralogue Henri Leys



JDB in briefwisseling met Van Herreweghe. Hij bestudeert een aantal kunstboeken (als voorbereiding voor de catalogue van Le Roy) o.a. over Henri Leys.


Henri Leys (Antwerpen 18 februari 1815 – 25 augustus 1869) :
Schilder, tekenaar en etser van historische en genretaferelen en portretten. Opleiding aan de Academie van Antwerpen (Mathieu Van Brée, Gustave Wappers en zijn zwager Ferdinand de Braekeleer sr.). Verblijft in Parijs waar hij kennis maakt met Eugène Delacroix en Paul Delaroche (1835). Bezoekt Nederland en Duitsland (1852 – 53) om er de kunst van de meesters van de zestiende eeuw te bestuderen. Schildert aanvankelijk historische gebeurtenissen gesitueerd in Antwerpen tijdens de Spaanse tijd, maar evolueert naar een meer burgerlijke thematiek van landelijke feesten en marktscènes. Rond 1839 wordt zijn werk beheerster en statischer. Zijn techniek leunt aan bij deze van de Vlaamse primitieven. Zijn invloed strekt zich tot ver buiten de grenzen uit. Gouden medaille op de Wereldtentoonstellingen van Parijs (1855) en Londen (1862). Lid van de Koninklijke Academie. In de adelstand verheven in 1862. Muurschilderingen in het stadhuis van Antwerpen (1863 – 69).


Zie Ensor over Leys:

Vlaanderen. Jaargang 59 · dbnl



Ensor boezemde heel wat afkeer in voor Vlaamse tijdgenoten, maar bij hem merken we geen afkeer voor de groten van de Vlaamse kunst! Ensor bewondert Bosch, Bruegel, Rubens, Van Dyck en Jordaens. Daar is hij heel duidelijk over; hij schrijft: ‘Sinds Bruegel, Bosch, Rubens en Jordaens is de Vlaamse kunst dood.’ En waarom is ze dood? Omdat ze nu alleen maar navolging is, ze bestaat enkel nog uit afspiegelingen en schaduwen. Maar vooral omdat de Vlaamse schilders hun wezenlijkste kenmerk verloochenen:

‘De Vlaming is niet langer kolorist. De Vlaamse kunst is niet meer: ze is dood, morsdood, het is onmogelijk dat ze niet dood zou zijn.’ (1990:101) Het hoge woord is eruit! Colorist! Een schilder moet een colorist zijn. Hij prijst trouwens ook zijn generatiegenoten die colorist zijn. Hij klasseert de schilders van zijn tijd in twee groepen: de goeden en de slechten, de coloristen en de niet-coloristen. Hij plaatst de ‘colorist’ Stobbaert tegenover Verwée, ‘de knappe Leys’ tegenover Gallait, ‘de wonderbaarlijke’ De Braekeleer tegenover ‘de erbarmelijke colorist’ Wiertz. Ensor verzet zich dus niet tegen de Vlaamse schilderkunst als zodanig. Integendeel, hij houdt lofredes op de Oude Vlaamse Meesters. Op de Breugelviering van 31 mei 1924 in Brussel houdt hij een redevoering waarin hij zegt:

‘Laat ons een ogenblik ingetogenheid in acht nemen en denken aan de grootste van onze schilders. Ja, een ogenblik stilte voor onze oude Bruegel, de meester van de verlossing, de meester-kriebelaar van de Brabantse eigenliefde, de meester-wekker van onze nationale grappen en gevulde zwanzen, de bevrijder bij uitstek, de prentenmaker waar onze kinderen zoveel van houden. Voor ons allen is hij een goede God, voor jong en oud, klein en groot, oud en modern, realist, constructeur, kubist, expressionist en co, en nog stiller vraag ik voor hem een klein viooltje en een kleine gedachte, een teken van erkenning, een artistieke ontroering, een teken van liefde, een ogenblik van grote stilte.’ (1990:129) En over Rubens is hij al even euforisch: ‘Ik aanbid Rubens, jullie Vader, de Schepper van Hemel en Aarde; ik hou van jullie roze meisjes, gekneed in rijk bloed en blonde melk.’ (1990:116) 

Grotesken


Interessante tentoonstelling in Antwerpen:

De Grotesken. Een fascinerende fantasiewereld. | Museum Plantin-Moretus

 




Van 5 april tot 15 september belichten we groteske kunst, van de 16de eeuw tot nu. Met prenten van Hans Vredeman de Vries, Cornelis Floris, Jheronimus Bosch, Pieter Bruegel, James Ensor, Fred Bervoets, Carll Cneut en vele anderen.



"Een aap met een knots*, een man met bokkenpoten, een duif in een kleedje, ... Wie de tijd neemt om naar groteske prenten te kijken, ontdekt een fascinerende fantasiewereld. Grillig, bizar, monsterachtig, maar ook karikaturaal en lachwekkend. 3


Het werk van JDB had er niet misstaan.



PS


“Als chroniqueur van zijn tijd schetste hij op vaak groteske wijze het volkse leven op straat… “


Zie de tekening GROTESQUES (182) 1925

Zie het oorlogswerk (zie de aap met de knots*)

Zie de invloed van Bosch, Breugel, Ensor.
 

vrijdag 1 januari 2021

Grande Ville

Jules De Bruycker (1870-1945), Grande Ville, self portrait of the artist as a Marabout and the title probably referring to the illustrator Grandville, 1929 (le Roy 161). This etching only exists in proof states, almost always dedicated and dated by the artist. This example dated 29 June 1934 and dedicated to A. Taevernier, 34,7 x 17,5 cm (plate), signed, dated and dedicated in pencil bottom right, with title and mention 'Etat' bottom left. Reframed in the original frame. 


Tekening Grande Ville (B0185)







Ets GRANDE VILLE (255) 1929




Een marabou

Jean Ignace Isidore Gérard 1803-1847) bekend onder de naam Jean-Jacques or J. J. Grandville. 



Grandville (1803-1847) was een van de blangrijkste caricaturisten uit de 19de eeuw. Hij kreeg vooral bekendheid door dieren die gekleed zijn als mensen. Het blijkt een manier om bepaalde karaktertrekken te ontmaskeren via het masker van een dier












Er was echter één negentiende-eeuwse kunstenaar die was geobsedeerd door de zich voltrekkende veranderingen en wiens werk er een griezelige illustratie van vormde. Grandville publiceerde zijn Het publieke en het privéleven van de dieren in afleveringen tussen 1840 en 1842.



Op het eerste gezicht lijken de dieren van Grandville, die zijn gekleed en zich gedragen als mensen, aan te sluiten bij de oude traditie waarin iemand wordt geportretteerd als een bepaald dier om een aspect van zijn karakter te benadrukken. Het ging erom de geportretteerde een masker op te zetten dat hem tegelijkertijd ontmaskerde. Het dier is het toonbeeld van de betreffende karaktertrek: de leeuw staat voor absolute moed, de haas voor lafheid. Ooit stond het dier dicht bij de oorsprong van die eigenschap, en het was door het dier dat deze voor het eerst herkenbaar werd. Vandaar dat het dier haar ook zijn naam gaf.

Maar als je Grandvilles etsen beter bekijkt, dringt het tot je door dat het schokkende ervan in feite wordt veroorzaakt door een beweging die tegengesteld is aan wat je eerst had aangenomen. Deze dieren worden niet ‘geleend’ om mensen te analyseren, er wordt hier niets ontmaskerd, integendeel. Deze dieren zijn de gevangenen van de menselijk-sociale situatie waaraan ze gedwongen zijn deel te nemen. De inhalige aasgier is als huisbaas veel angstaanjagender dan als vogel. De dinerende krokodillen zijn vraatzuchtiger aan tafel dan in de rivier.

In plaats van te dienen als verwijzing naar de oorsprong of als morele metaforen, worden de dieren hier en masse gebruikt om situaties te ‘bevolken’. De beweging die zou eindigen met de banaliteit van een Disney, begon als een verontrustende profetische droom in het werk van GDürerrandville.

De honden in Grandvilles ets van het hondenasiel lijken helemaal niet op echte honden: ze hebben weliswaar een hondenkop maar ze ondergaan hun gevangenschap als mensen.

‘De beer is een goede vader’ laat een beer zien die mismoedig een kinderwagen achter zich aan trekt, als een doodgewone menselijke kostwinner. Het eerste deel van Grandvilles werk eindigt met de woorden: ‘Goedenacht dus, beste lezer. Ga naar huis, sluit uw kooi goed af, slaap lekker en droom iets moois. Tot morgen.’ Dieren en ‘volk’ zijn in zekere zin synoniem geworden, hetgeen wil zeggen dat de dieren uit het gezicht verdwijnen.

Een latere tekening van Grandville, getiteld ‘De dieren gaan aan boord van de stoomark’, laat aan duidelijkheid niets te wensen over. In de joods-christelijke traditie was de ark van Noach de eerste geordende bijeenkomst van mensen en dieren. Die bijeenkomst is nu voorbij. Grandville laat ons het grote vertrek zien. Er trekt een trage stoet van uiteenlopende soorten langs de kade, met hun rug naar ons toe. Hun houdingen suggereren de typische twijfels van emigranten die op het punt staan hun land te verlaten. In de verte zie je een loopplank waarover de eerste dieren al aan boord zijn gegaan van de negentiende-eeuwse ark, die eruitziet als een Amerikaanse stoomboot. De beer. De leeuw. De ezel. De kameel. De haan. De vos. Exeunt.

PS

The success of this work led to his being engaged as artistic contributor to various periodicals, such as La Silhouette, L'Artiste, La Caricature, Le Charivari; and his political caricatures which were characterized by marvelous fertility of satirical humour, soon came to enjoy a general popularity.


Little Egret by OHARA KOSON


Dürer, De Ooievaar





 Albrecht Dürer, De ooievaar, Pentekening op papier, 28 x 19 cm, gesigneerd en gedateerd bovenaan in het midden: 1517 en het monogram AD ineen, Museum voor Schone Kunsten, Elsene


Peter Vos:



BARON RAYMOND DE MEESTER DE BETZENBROEK ,ECOLE BELGE (1904-1995)Le maraboutSculpture en bronze à patine brune sur base circulaire



James Ensor en de oude meesters | James Ensor

http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/nl/bronnen/webpublicaties/james-ensor-en-de-oude-meesters

Al deze Britse publicaties waren succesvol en inspireerden kunstenaars op het vasteland, zoals bijvoorbeeld de Fransman J.J. Grandville (1803-1847) in zijn boek Petites misères humaines (1843). Grandville was een gevierd graficus en publiceerde zijn fantasierijke prenten in de meest bekende tijdschriften van die tijd zoals L'Artiste, Le Magasin pittoresque, L'Illustration en Charivari. In zijn geïllustreerde werken Un autre monde (1844) en Les Métamorphoses du Jour (1829) wordt de mens als dier voorgesteld met dezelfde passies en onhebbelijkheden zoals men die kan ontdekken in Gulliver's Travels (eveneens door Grandville geïllustreerd in een Franse uitgave van 1838). De invloed van Grandville laat zich gelden in Ensors ets De zonderlinge insecten (T. 46) uit 1888 of in het olieverfschilderij De fantastische muzikanten (Tr. 337) uit 1891.

 

 


 

 

https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEgwsjK2x9PA7a1vBR1qZVV01e6il2cLyhmc-onPAouT5TIA5SyHuHn2aYs83sDcLkaatmMHEvnIKHeBAIKEvlyLLIO5Y3Vyl7xse8kqGrHgDX3ZM77ryhir1YolTQ9ee4sHHV4VLSmXDUQ/s320/Schermafbeelding+2020-12-14+om+10.26.29.png

 

 

Relatie: Balzac en Grandville


 


Beelden uit het persoonlijke en openbare leven der dieren

 


 

Grandville, P.-J. Stahl, H. de Balzac, Thérèse Cornips



=======



 

Jean Ignace Isidore GRANDVILLE (Nancy 1803 - Vanves 1847) Corneille les mains dans les poches, marchant dans une rue animée Plume et encre brune, sur traits de crayon noir. Annotée en haut à droite «Faire les … de la tête…», numérotée en haut à gauche au verso du montage «G298». Cartel en bas au centre sur le montage «J.J.Granville». (Légèrement insolé, petites taches, déchirure en bas à droite, bandes de papiers ajoutée dans le haut et dans le bas). 15x9,5cm

DESSINS ANCIENS ET MODERNES | Drouot.com

https://drouot.com/fr/v/155563-dessins-anciens-et-modernes

maandag 9 november 2020

Ensor: stadsgezichten

 Stadhuis Oudenaarde (1888)


========================================================================

"Ook de stad Brussel was een inspiratiebron voor Ensor. In 1885 schilderde hij de toren van het stadhuis (Het stadhuis van Brussel, 1885, olieverf op doek, Luik, MAMAC) en maakte hij etsen van een huis in de Anspachlaan (1888) en van de Bijstandstraat (1887)."

Xavier Tricot

Bijstandsstraat Brussel 


Ensor volgde van 1877 tot 1880 lessen aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Brussel (...)  Later betrok hij tijdens de wintermaanden af en toe een kamer in Brussel. Zo woonde hij in de winter van 1887-1888 aan de Anspachlaan nr. 123. Vanuit zijn werkruimte keek hij recht in de Bijstandsstraat, die de Anspachlaan verbindt met de Kolenmarktstraat. Van het gebouw rechts, dat ongeveer de helft van de Bijstandsstraat beslaat, maakte hij eveneens een drogenaald in spiegelbeeld (Museum voor Schone Kunsten Gent, inv. 1998-B-20).


 PS Zie JDB: als compositie te vergelijken: VIEILLES MAISONS (VIEUX BOURG) GAND 1920 (126)

 


======================================================================= 

 Huis op de Anspachlaan (Brussel)




 

 

 

dinsdag 3 november 2020

Ensor: De Wraak van Hop-Frog

James Ensor, De wraak van Hop-Frog(1885) (lithografie).  Museum voor Schone Kunsten Gent

(zie ook schilderij).



Voor de voorstelling “De wraak van Hop-Frog” baseerde Ensor zich op het gelijknamige verhaal van Edgar Allan Poe. De kunstenaar heeft het moment weergegeven waarop de koning en zijn ministers, verkleed als apen, brandend boven een carnavalesk uitgedoste menigte hangen, waar ook Ensor zelf deel van uitmaakt. Intussen wakkert de dwerg Hop-Frog met zijn toorts het vuur aan. De compositie vertoont sterke overeenkomsten met de tekening van Jacques Callot “Eerste intermezzo van 1617” (Berlijn, Kupferstichkabinett). Van de voorstelling maakte Ensor in 1885 een litho, in 1896 een schilderij en twee jaar later een ets. De voorstelling in ets staat in spiegelbeeld, in vergelijking met de versie in lithografie.

 

Eerste intermezzo van 1617  (Callot)

 


 

De wraak van de nar Hop-Frog – Kröller-Müller Museum
https://krollermuller.nl/james-ensor-de-wraak-van-de-nar-hop-frog-1 



https://krollermuller.nl/james-ensor-de-wraak-van-de-nar-hop-frog-1

 

La vengeance de Hop-Frog, circa 1896

De wraak van de nar Hop-Frog

 

JAMES ENSOR (1860 - 1949)

 

Olieverf op doek

114cm x 81,5cm

KM 105.847

 

 

Verhaal van Edgar Allan Poe

In een stampvol theater zijn de gemoederen verhit: brandende apen in de lucht! James Ensor verbeeldt hier de slotscène van het gelijknamige verhaal van Edgar Allan Poe. Het bezingt de wraak van hofnar Hop-Frog, een kreupele dwerg, op de corrupte koning en zijn zeven ministers.

Slotscène

De nar adviseert de koning om met zijn ministers als geketende apen naar het gemaskerde bal te gaan, ter vermaak van het volk. Op het hoogtepunt van het bal hijst Hop-Frog de acht figuren als een kroonluchter de lucht in en steekt ze in brand boven de hoofden van de menigte.

Criticaster van de macht

Ensor, een notoire kritische mopperaar, hekelt alles wat naar macht riekt: het leger, de kerk, de rechters, de ministers. Op zijn schilderijen en tekeningen komen veel monsters en maskers voor. Zo verbeeldt hij de angsten en dreigingen van zijn tijd en de schijnheiligheid en kleinburgerlijkheid van de mensen. In combinatie met de overdonderende expressiviteit van lijn, licht en kleur, is dit schilderij een ware handtekening van Ensor.

 

woensdag 14 oktober 2020

Ensor & JDB: politiek


 
 
Ensor, België in de 19de eeuw (1889) ets
 

 

 

Koning Leopold II kijkt als  God de Vader naar een betoging die met militair geweld uiteengedreven word (zie de eisen: algemene dienstplicht, verplicht onderwijs en algemeen stemrecht). 

 

Ensor, Doctrinaire Voeding (1889) ingkeleurde ets 



 

Politiek thema: betogingen met slogans, bijvoorbeeld de ets België in de 19de eeuw (1889 )waarin dezelfde eisen als bij JDB te lezen vallen - maar bij Ensor verschijnt een karikatuur van Leoplold die zicht afvraagt waarover de mensen zich druk maken. Bijvoorbeeld de ets Doctrinaire Voeding (1889) waar opnieuw koning Leopold II verschijnt in het gezelschap van het leger en de bourgeoisie (de liberalen) en de kerk. Zij staan met een bloot gat te kijk en voeden het publiek met hun excrementen. ("In hun hand houden zij bordjes met daarop de eisen van het volk"). De etsen van JDB komen een kwart eeuw later. Er zijn gelijkenissen maar de humor van Ensor harder en geeft zeker meer aanstootgevend voor het grote publiek. Kortom, het verschil is samen te vatten als de politiek als een wrange komedie (Ensor) en de politiek als een vrolijke komedie.

 

donderdag 27 februari 2020

Ensor






De ets "De kathedraal" is een van Ensors beroemdste etsen. Het is een compilatie van verschillende gezichtspunten van de Dom van Aken, met uitzondering van de torens die de kunstenaar er zelf aan toevoegde. Voor de ets inspireerde Ensor zich op een aquarel uit 1836 van de Nederlandse kunstenaar Gerrit Hulseboom (Aken, Historisches Museum). Anderzijds is de opeen gedromde menigte op de voorgrond typisch voor Ensors massataferelen. In 1896 herwerkte hij dezelfde ets in een tweede plaat, omdat de eerste volgens zijn biograaf Albert Croquez zoek was geraakt (Museum voor Schone Kunsten Gent, inv. 1998-B-105).

woensdag 12 februari 2020

Ensor Callot Bruegel

Deze ets is een van de meest gedurfde uit Ensors grafische oeuvre. De voorstelling verwijst naar het schilderij "De val der opstandige engelen'” van Pieter Bruegel (Brussel Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België) de ets "De verzoeking van de heilige Antonius'” van Jacques Callot en de fantastische figuren van Jheronimus Bosch. De ets is bovenal een hoogtepunt in Ensors eigen fantastische vormentaal.




zaterdag 18 januari 2020

Ensor & fotografie


"Het oeuvre van James Ensor in relatie tot de fotografie werd nog nauwelijks bestudeerd*. Desalniettemin zijn verschillende van Ensors werken tot stand gekomen dankzij het gebruik van foto's. In tegenstelling tot zijn tijdgenoot Fernand Khnopff (1858-1921) heeft Ensor zelf nooit foto's genomen die als werkdocumenten konden dienen. De foto's die Ensor gebruikte als inspiratiebron of werkdocument werden door derden genomen“.

http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/nl/bronnen/webpublicaties/james-ensor-en-de-fotografie

vrijdag 3 januari 2020

Ensor & JDB

Dirk van Assche in The Low Countries. Jaargang 4 · dbnl




These are large etchings created with technical perfection, in which De Bruycker ridicules the German occupation in the most grotesque manner. Ensor's influence can be seen in a few of these prints. A number of preliminary studies for these etchings still exist and show that De Bruycker was a gifted draughtsman. 

donderdag 26 december 2019

Peintre graveurs

Peintre graveurs


JDB schrijft aan Van Herreweghe dat hij een "peintre graveur is": “Pas facile! vu que je suis un peintre-graveur et non un graveur – il y a une nuance” (Huis, p. 27). 
   

“Artiste pratiquant la gravure originale (par opposition au graveur de reproduction, d'interprétation).” (Larousse)


Johann Adam Bernhard Bartsch (1757-1821).

Oostenrijks graficus en kunsthistoricus.

Vanaf 1794 publiceerde Bartsch wetenschappelijk onderbouwde catalogues raisonné' over verschillende grafici. Tussen 1803 und 1821 gaf hij in 21 delen zijn magnum opus uit: Le Peintre Graveur met talrijke inventarissen van de grafische kunst van oude meesters van de 15e tot en met de 18e eeuw.



Le Peintre Graveur

Tussen 1803 en 1821 verscheen Le Peintre Graveur in 21 delen. Het in het Frans geschreven werk omvat de inventarisatie van grafiek van de oude meesters van de 15e tot en met de 18e eeuw, gerangschikt naar school. Het wordt heden ten dage nog als standaardreferentie aangehaald. Bartsch voerde het naar hem genoemde volgnummersysteem in voor de etsen van Rembrandt van Rijn (bijv. „Bartsch 17“ of „B17“) en voor het grafische werk van vele andere kunstenaars. Het systeem van Bartsch geldt tot op de dag van vandaag als standaard.



Het groot opgezette corpus The Illustrated Bartsch (TIB), dat sinds 1978 verschijnt (Abaris Press, New York) en dat op minstens 164 delen begroot is, heeft tot doel om de inhoud van de Peintre Graveur in de vorm van platenboeken te illustreren en door begeleidende commentaardelen aan te vullen. Hoewel de platenboeken voor het grootste deel al zijn uitgegeven, zijn de tekstdelen, die de inventarissen van de betreffende kunstenaars op de actuele onderzoeksstand moeten brengen maar voor een klein deel beschikbaar. Op het internet is het werk via de beeldbank ARTStor in te zien.



PS te koop in De Slegte


Loys Delteil, Le Peintre-graveur Illustré  Volume II Ch. Meryon

Le peintre graveur illustré XIX et XX: Henri Leys - Henri de Braekeleer - James Ensor.
 
 




PS





"Volgens Marx was de prentkunst dan ook niet goed thuis op de Salon of andere groepstentoonstel- lingen, waar de massa op zoek was naar grote gebaren en heftige sensaties. Hij benadrukte dat de Peintres-graveurs-tentoonstellingen alleen bestemd waren voor een ingewijd publiek van kunstenaars, schrijvers, amateurs en andere leden van de culturele elite, ‘in schoonheid en geschiedenis geïnteresseerde geesten’, die de prenten in relatieve afzondering en rust moesten kunnen bewonderen".

Uit De Donkere Kant van de Prentkunst:

"De beroemde schilder Rembrandt van Rijn is ook een bijzonder getalenteerd etser. Hij is een zogenaamde peintre-graveur (letterlijk: schilder-graveur) die zelf zijn voorstellingen in prent uitvoert."





 


zondag 19 mei 2019

Ensor Viswijven

De melancholische viswijven | MSK Gent





In 2015 ging er in veilinghuis Sotheby’s New York een uitzonderlijk schilderij van de Oostendse schilder James Ensor onder de hamer. Het kunstwerk, getiteld Les Poissardes mélancoliques en afkomstig uit de verzameling François Franck, één van de mecenassen van Ensor, is een belangrijk werk in het oeuvre van de kunstenaar. De schilder vermengt er namelijk twee van zijn geliefde thema’s in: de volkse types uit de vissersbuurt van zijn thuisstad en de groteske skeletten die in veel van zijn andere schilderijen voorkomen. Het werk was bovendien niet enkel opvallend om kunsthistorische redenen. Met een verkoopprijs van bijna 7.000.000 USD was het meteen ook het duurst verkochte werk van Ensor ooit op de open markt.

Bruikleen in Gent

Gezien de onbetwistbare hoge kwaliteit, de levendige stijl en de boeiende iconografie heeft het schilderij alle troeven om de kunst van Ensor nog meer geliefd te maken bij het Belgische en, bij uitbreiding, Europese publiek. De nieuwe eigenaar ging daarom op zoek naar de ideale plaats om het tentoon te stellen, en het MSK stelde zich kandidaat om het werk een nieuw tijdelijke thuis te bieden. Vanaf het najaar 2016 kreeg het museum het uitzonderlijke werk ook in bruikleen. De eigenaar deelde immers de mening dat het werk perfect past tussen de schilderijen van Ensor en zijn tijdgenoten die al in het Gentse museum te zien zijn. 

zondag 17 maart 2019

JDB & Ensor als verzamelaar

xxx INKTTEKENING
Inkttekening verkocht bij Vanderkindere 2015
Op de afbeelding laat Jules De Bruycker zich portretteren als verzamelaar in het atelier van James Ensor welke achter hem staat afgebeeld.
Let op de vele pornografische afbeeldingen rond de twee personnages.





JDB als Verzamelaar

John: checken (lezen wat erop staat).

"Collectioneur pendant deux secondes"met fotograaf.

Galerie Rops





zondag 19 augustus 2018

La Rancune de Signoor



J.D.B. 264 LA RANCUNE DE SIGNOOR ANVERS 1930
Op de gevel rechts staat een spreuk met potlood
De personages, kijkend uit het raam, lijken allemaal op figuren van Modigliani
H 600-B 463
L.R.169 
 
 


J.D.B. 264 LA RANCUNE DE SIGNOOR ANVERS 1930
Op de gevel rechts staat een spreuk met potlood
De personages, kijkend uit het raam, lijken allemaal op figuren van Modigliani
H 600-B 463
L.R.169 
 
 



Zie ook: Onder de Drake/Kerwinkel (toren en daaronder een wriemelende massa).
 



De sinjoren is de (bij)naam voor de inwoners van Antwerpen.


De bijnaam 'sinjoren' voor de Antwerpenaren dateert uit de periode in de Tachtigjarige Oorlog dat de Spanjaarden de stad bezetten en veel voorname inwoners de Spaanse titel señor droegen[1], wat '(deftige) heer' betekent. In "'t stad" beschouwt men trouwens enkel personen van wie de ouders en voorouders in Antwerpen geboren zijn als 'sinjoor'. Anderen spreken zelfs pas van een echte 'sinjoor' wanneer men binnen de Spaanse Vesting (tussen De Leien en de Schelde) is geboren. Mensen die in Antwerpen geboren zijn, maar van wie de ouders niet allebei Antwerpenaar zijn, worden vaak pagadder genoemd[2].





• Volkskunde
Driem. tds. voor de studie van het volksleven, red. Mercatorstr. 122, 2018 Antwerpen, abon. 500 BF, los nr. 175 BF, rek. 000-0893952-97 t.n.v. Centrum voor Studie en Documentatie vzw, 2330 Schilde. - 87e jg. (1986), afleveringen 1 en 2

(…) Paul Huys gaat in op de betekenis (wrok = wraak) en de achtergrond (een proces) van de ets ‘De wrok van Sinjoor’ (1930) van Jules De Bruycker.



Ensor & JDB

De dood vervolgt de mensenkudde | James Ensor. MSK Gent.


Opgejaagd door met zeisen uitgeruste geraamten dromt een kudde mensen door de nauwe straten van een stad. Iedereen schijnt ten prooi te vallen  aan de zeisenman, die dreigend boven de menigte zweeft: gezagsdragers, geestelijken, militairen, middenstanders, arbeiders enz. De dood sluipt niet alleen binnen in het pand, waar juist een orgie aan de gang is, maar slaat ook toe bij de zwangere vrouw rechts op het balkon. Onder een grijnzende ironie zweven bovenaan links en rechts twee groepen die wellicht de hemel en de hel symboliseren. Het skelet krijgt hier in het werk van Ensor voor het eerst een centrale rol toebedeeld. De voorstelling past in een uit de middeleeuwen stammende traditie van de triomf van de dood. Dit thema combineert hij op deze betrekkelijke kleine ets met een overdaad aan Ensoriaanse motieven. De mensenmassa ontleende hij mogelijk aan de steeds weer oplaaiende sociale onrust in de jaren 1880.
Het thema van de dood komt vanaf 1887, het jaar waarin zijn vader en grootmoeder stierven, herhaaldelijk in min of meer verhevigde mate terug in het werk van Ensor. De ets “De dood vervolgt de mensenkudde” komt op enkele details na geheel overeen met de gelijknamige tekening uit 1887 (Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, inv. 2741).   





b
De Ghelderode verwerkt in Hop Signor (1935) een Vlaamse legende en een 16e-eeuws heksenproces.




Uit Hilde Callebaut:

In 1931 etst hij '"De wrok van Sinjoor". (Afb. 119) (1)



Zie hierboven de ets van Ensor: ‘De Dood achtervolgt de mensenkudde’.



“een massa mensen komen in beide gevallen vanuit·een doorgang tussen twee rijen van gebouwen naar voor gedrumd. Waar bij De Bruycker de doorgang in de ene richting schuin loopt, loopt de doorgang bij Ensor in de andere schuin. Bij Ensor kunnen we nog lucht waarnemen boven de gebouwen. Bij De Bruycker zijn de gebouwen versneden.

Bij Ensor is de mensenmassa veel meer direct op de voorgrond gestteld. Ze bestormt ons als het ware. Bij Ensor ondervinden we een grotere directheid. Bij De Bruycker integendeel wordt de menseumassa veel meer vanuit de hoogte gezien. Zoals De Bruycker zegt kan hij zijn fantasie veel beter laten werken als hij vanuit de hoogte kijkt. De tekenaar zit linksboven vanuit een zolderraampje te tekenen.
Hij laat zijn  papieren vliegen.. Bij De Bruycker ondervinden we een grotere tegenstelling tussen de kleinheid van de mens en het grootse van de gebouwen. In beide etsen ziet men dat er figuren uit de vensters van de gebouwen naar buiten kijken. In beide gevallen zien we ook in de lucht allerlei fantastische wezens ln dynamische bewegingen?

De figuren van Ensor hebben fantastische uidrukkingen, ook deze van De Bruycker, maar de manier van werken is bij beide artiesten erg verschillend.

De stilisatie van de figuren van De Bruycker doet denken aan de stilisatie van de figuren van Modigliani.



Vergelijken we de vrouwen die die rechts vanuit de vensters kijken met een portret van Modigliani: Lunia Czechowska (1921). We vinden er dezelfde eenvoudige, gestileerde (Afb. 121) edele vormen in.

Wat betreft het licht is er in deze ets weer weinig contrast tussen licht en schaduw. Het is de lijn, die belangrijk is. 







donderdag 16 augustus 2018

Ensor James

 

Ensor


 

“Tel qui ne voit que l'apparence cocasse de la mise en page et la fantaisie débordante, rit et n'aperçoit que le panse­ment amusant qui recouvre la blessure; il passe à côté du morceau de misère le plus noble et le plus triste que jamais peintre ait confessé avant lui. “

 

Henry de Bormes.


 

James Ensor. Online Museum.


Voorlopers-mod-kunst-ENSOR-.pdf

met tekeningen van JDB


Ensor als graficus | James Ensor


               Ensor als graficus

James Ensor, pionier van de moderne kunst, is een van de belangrijkste Belgische kunstenaars. Deze vooraanstaande plaats dankt hij niet alleen aan zijn schilderwerk, maar ook aan zijn grafiek die tot het beste en meest originele behoort van wat de moderne prentkunst heeft voortgebracht. Het was in 1886, op het hoogtepunt van zijn artistieke loopbaan, dat Ensor begon te etsen.

Hoewel Ensor verklaarde dat hij begon te etsen omwille van de duurzaamheid van het medium, ligt het voor de hand dat hij tot de techniek gekomen is onder invloed van de oude meesters die hij rond 1886 kopieerde. In zijn geschriften lezen we dat Ensor op dat ogenblik zijn schilderijen maar moeilijk kon verkopen en dat hij zocht naar een uitdrukkingsmiddel dat goedkoper en dus beter verhandelbare kunstwerken opleverde.

Zijn etsen zag James Ensor als volwaardige, losstaande kunstwerkjes. Hij was niet actief als illustrator of ontwerper voor het literaire veld, zoals zijn tijdgenoten Félicien Rops, Charles Doudelet of George Minne. Zijn grafisch werk toonde hij samen met zijn schilderijen en tekeningen op tentoonstellingen zoals bij de Brusselse kunstkring Les Vingt.

Het grafische oeuvre van Ensor omvat ongeveer 130 prenten. Van deze totale productie ontstond er meer dan de helft tijdens de periode tussen 1886 en 1891, uitzonderlijk creatieve jaren van de kunstenaar. Op enkele lithografieën en vernis mous (weke wasplaten) na, concentreerde de kunstenaar zich op etsen en drogenaaldgravures.

Station