Posts tonen met het label houtsnede. Alle posts tonen
Posts tonen met het label houtsnede. Alle posts tonen

zondag 17 mei 2020

Litho houtsnede



Op site van de JDB Stichting: als litho aangeduid.

Houtsnede: 




L'art belge contemporain, numéro spécial dédié à sa Majesté la Reine, Noël 1921

GILKIN Iwan, rédacteur en chef, ISY Brachot, directeur de l'Art Belge

 

 

zondag 17 november 2019

Victor Stuyvaert



Victor Stuyvaert (Gent, 5 november 1897 - aldaar, 2 april 1974) was een Belgisch grafisch ontwerper. Hij werd met name bekend door zijn houtsnijwerk, maar was ook actief als illustrator, aquarellist en etser. Van zijn hand verschenen ruim tweehonderd ex-librissen en ex-musicissen. Ook verzorgde hij illustraties voor ruim 100 literaire werken, waaronder La Reine Morte, Paradise Lost en Don Quichotte. Werk van Stuyvaert is terug te vinden in allerlei musea en prentenkabinetten, zoals in het Gents Museum Arnold Vander Haeghen, waar een kabinet naar hem is vernoemd en veel van zijn werk te bezichtigen is. Hij ontwierp tevens het schild van de Vlaams Economische Kring (VEK) in Gent.

Stuyvaert studeerde tot 1922 aan de Academie van Gent. Niet veel later, in 1924, werd hij werkzaam als tekenleraar op het atheneum in de stad en in 1931 op het Lyceum. Van 1940 tot 1957 keerde hij terug naar de Academie van Gent, nu als docent. Tot de leerlingen in zijn eigen grafisch atelier behoorde onder andere Gerard Gaudaen. Stuyvaert was lid van La Gravure Originale Belge.

Stuyvaerts werk werd in 1919 bekroond met de Prijs voor kleingrafiek West-Vlaanderen en in 1935 met een Ereprijs tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel.


Zie verder: Jules De Bruycker.
Houtsnede

maandag 21 januari 2019

Uilenspiegel

 

Te koop aangeboden:

Zie: "et des bois originaux"

D.028 ILLUSTRATIE IN HET BOEK VAN CHARLES DE COSTER "ULENSPIEGEL" 

 

HOUTSNEDE VOOR HET BOEK "LA LEGENDE D'ULENSPIEGEL" DOOR CHARLES DE COSTER 

 
















Verschillende rijkelijk geïllustreerde uitgaven zijn verschenen. Onder meer Frans Masereel (Wolff Verlag, 1926) en Amédée Lynen (Lamertin, 1914) onderscheidden zich in dit opzicht. De eerste editie uit 1867 was versierd met veertien platen van diverse artiesten, waaronder Félicien Rops.[1] Voor de volgende druk twee jaar later waren er 32 etsen klaar.[2] Het boek was doorheen de twintigste eeuw een magneet voor illustratoren, met onder meer Jules De Bruycker (1922), Flor De Raet (1950), Paul Klein (1964), Dmitry Bisti (1965), Vojtech Tittelbach (1962), Otto Tittelbaum (1967) en Lucien Fontanarosa (1969).

dinsdag 18 september 2018

Gens de Chez Nous: Chantecleer.

A0206 GENS DE CHEZ NOUS
Met opdracht aan Dr. Vernieuwe 
 
 
  



Opgedragen aan:  
 Vernieuwe, Jules (1877-1944) | UGentMemorie
https://www.ugentmemorie.be/personen/vernieuwe-jules-1877-1944 

De titel zou Le Chantecler kunnen zijn.Dat is Cantekleer uit de Vos Reinaerde. De Haan...

Kortom: die man op de tekening is de haan Cantekleer en de vrouwen zijn de kippen die aan zijn lippen hangen.

Achilles Mussche vertaalde de Vos Reinaert in 'modern' Nederlands.
 

Victor Stuyvaert (1897-1974) was een graficus die in Gent geboren werd. Hij volgde lessen in de academie Georges Minne en Karel de Cock. En zo haalde hij het diploma in de graveerkunst (1919). In 1949 werd hij professor aan de Academie (Gent). Zijn naam wordt in overzichten over grafiek steeds weer naast JDB geplaatst.

Als houtsnijder illustreerde Stuyvaert de Reinaert: Traduction nouvelle par Alexis Curvers, ornée de soixante-huit gravures sur bois par Victor Stuyvaert (Luik, Les Editions du Balancier, 1930). Daarin spreekt de vertaler van Chanteclin. 


Chanteclin chantait autrement!
tout d'un trait, les deux yeux fermés:
on l'entendait bien dans vingt fermes!’
Lors, Chantecler, persuadé,
recommence sa mélodie,
les yeux clos, de toutes ses forces.

Beide namen Chantecler en Chanteclin worden hier door elkaar gebruikt worden. 

JDB heeft misschien die versie gelezen al was het maar voor de houtsneden van Stuyvaert. Houtsnede

Ik vond een artikel over Stuyvaert waarin de auteur op het einde het volgende vermeldt:

"Om te besluiten kunnen we nog een belangrijke Vlaamse graficus aan het woord laten. Jules de Bruycker schrijft over Victor Stuyvaert: ‘Moest hij in Parijs wonen, ge zoudt zijn faam eens zien groeien.’ Jammer, Victor Stuyvaert woonde ‘maar’ in Gent.”

 (Een uitspraak die we herkennen over JDB).

JDB zal dus het werk van Stuyvaert gekend hebben en hem persoonlijk ook wel gekend hebben.


PS
In 1909 illustreerde Gustave Van de Woestijne Stijn Streuvels‘ bewerking van de Reinaert, bewerking die verscheen als Duimpjesuitgave in de bekende reeks Duimpjes van Victor de Lille



PSFrank:
https://fr.wikisource.org/wiki/Edmond_Rostand_(Haugmard)/Annexes

Mooie recensie in 1910 over het stuk Chantecler door René Doumic. Vooral de laatste 2 paragrafen zouden zomaar over JDB’s Chantecler op de Botermarkt kunnen gaan.


donderdag 9 augustus 2018

Masereel

 Frans Masereel in het atelier van Jules De Bruycker (detail), olieverf op doek, 1910) (zie bibliografie van Masereel):









FRANS MASEREEL (395 en A) "19.."  (gebaseerd op een aantal tekeningen waar Masereel staart naar het lege doek).

J.D.B. 395A FRANS MASEREEL IN HET ATELIER "19.."





Een aquarel: Mon AMI FRANS MASEREEL DANS MON ATELIER (A.139):   

aquarelschilderij
Datum 1909



Met aan de muur: tekening/ets van de Veegreppe en ander beeld van Masereel

De jonge Masereel zal wel enkele maanden aan de Gentse Academie studeren maar hij getuigt dat hij veel meer leerde in het atelier van JDB. Later zou hij zich als autodidact verder bekwamen.

Naast de techniek zal Masereel ook beïnvloed worden door de thema’s die centraal staan in het werk van JDB: het verpauperde leven in de stad. Ook het satirisch perspectief zal een constante zijn in het werk van Masereel.

PS
"Het boek Patershol. Onder die daken vermeldt dat Jules De Bruycker en Frans Masereel samen in ‘’t Gouden Zulleken’ vertoefden. Het blijft echter gissen of dit hier al dan niet om een herberg gaat en waar die dan zou hebben gelegen" (Van Heuverzwijn). $


Joos Florquin (1962), Frans Masereel, Ten huize van... 1 · dbnl

Was u toen al met de houtsnede bezig?
 Nee, met tekenen alleen. Ik was toen ook veel samen met Jules de Bruycker, die mij heel wat geleerd heeft, ik mag dat niet vergeten te vermelden want dat is belangrijk. Jules de Bruycker was veel ouder dan ik maar we waren toch goed bevriend. Hij heeft mij leren etsen en heeft waarschijnlijk wel invloed op mij gehad, als realist maar zeker ook als fantast. Hij was een man van grote fantazie, Jules de Bruycker.
Kon u van uw kunst al leven toen u zich in Parijs vestigde?

Nee natuurlijk niet. Ik had wat geld op zak en werkte voor mij alleen. Dat waren nog de studiejaren, de tijd van zoeken en proberen, wat de Duitsers de Bildungsjahre noemen. Mijn eerste gravures waren in de trant van Félicien Rops en Jules de Bruycker, realistische kunst zonder meer. Ook mijn eerste houtsneden dateren uit deze tijd, maar ze zijn louter tekeningen, die op hout werden overgebracht, zonder eigen techniek. Ik had toen de mogelijkheden, die in het materiaal liggen, nog niet ontdekt. Ik heb in Parijs toen eens een kleine expositie gehad, in Le Salon des Indépendants waarschijnlijk, ik herinner me dat zo goed niet meer, het is ook zo lang geleden. Akwarellen heb ik in die tijd ook gemaakt. 




Ons Erfdeel. Jaargang 32 · dbnl

De evolutie lag bij de jongere Masereel vooral op het inhoudelijke aspect van zijn grafisch eeuvre. De Bruycker had hem al in het vooroorlogse Gent een ander maatschappijbeeld getoond dan de situatie waarin hij door zijn burgerlijke afkomst verkeerde.
(RS: niet zo vanzelfsprekend wat hier staat, in het interview met Florquin vertelt Masereel daar andere dingen over).

De artistieke opleiding die Frans Masereel had genoten, stelde niet veel voor. Hij bracht zijn jeugd door in Gent en studeerde enkele maanden aan de academie. Het meeste stak hij op in het atelier van de befaamde graficus Jules de Bruycker, een kunstenaar die zijn inspiratie vond in het leven in de stad. Die inspiratiebron nam Masereel over en wanneer hij na verblijven in Londen en Duitsland in 1910 naar Parijs reisde, ontwikkelde hij zich als autodidact in het tekenen en in de grafische technieken die hij bij De Bruycker leerde. Na een maandenlang verblijf in Tunesië maakte hij bij zijn terugkeer in Parijs kennis met Henri Guilbeaux en trachtte medewerker te worden aan diens satirisch dagblad dat evenwel niet lang meer stand hield.


Station