Posts tonen met het label Masereel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Masereel. Alle posts tonen

vrijdag 25 december 2020

Burgerwacht, Garde Civique



JDB maakte in 1912 een spotprent van de Burgerwacht: 


https://wikivisually.com/wiki/Garde_Civique 
 
Materiaal: contépotlood inkt gouache papier (drager)

Museum Schone Kunsten Gent
https://erfgoedinzicht.be/collecties/detail/a0e8a984-135d-5f32-a510-562ccd93d7b1/media/65fda152-6a4c-be19-37c4-c74f0c3f4397
 
 
 
 
 


A0238 HET DEFILEE VAN DE BURGERWACHT TE GENT

 
 
"daarna de charge van de stadsagenten en de burgerwacht en het 'sauve qui peut' van de aanvallers" (zie brief aan Van Herrewege van JDB)

 
PS
Merkwaardig: perspectieven kloppen niet (wat vaker gebeurt).
 

 PS: zie ook de fotograaf (rechts bovenaan)
 
 

Er was ook al een foto van de burgerwacht. Een snapshot van Vander Haeghen waarbij de figuur met snor gelijkt op de tekening van JDB

(zie Jonckheere 2014: 94). 


PS Hoewel verschillende gelijken op elkaar, het zijn 'types':




Dit is trouwens een figuur die ook voorkomt op andere werken, zie de affiche:


Jules De Bruycker, Affiche revue 'Gentsche Hutsepot' in het familie theater Lion d'Or (1901) 

 


 



PS

Masereel

In 1908 ontsnapt hij aan de dienstplicht door zich vrij te loten met een hoog nummer. Hij wordt hierdoor automatisch ingedeeld bij de "Garde Civique", een afdeling van de Gentse burgerwacht.

Richard Minne

En de militaire dienst? U hebt nog geloot?

 

Nee, ik behoorde tot de eerste lichting voor wie de militaire dienst verplicht was. Ik werd echter bij het medisch onderzoek gereformeerd maar moest dan wel bij de garde civique.

 

 (Florquin2 1964)


Masereel:


Een karikatuur van een agent maar meer dreigend....
 


zondag 17 mei 2020

Etsers JDB


"Inderdaad was Jules de Bruycker in ons land veertig jaar lang de onbetwiste nummer één. Zijn tijdgenoten en eventuele concurrenten als etsers waren Rassenfosse (1862-1934), Baertsoen (1866-1922) en Waker Vaes (1882-1958), en - vanaf medio de jaren twintig - ook Floris Jespers (1889-1965), Jos Verdegem (1897-1957) en Joris Minne (1897- ). Ook Masereel (1889-1972) behoorde tot Jespers' generatie, maar hij was vooral houtsnijder. “ (Paul Huys).
Ons Erfdeel. Jaargang 38 · dbnl

donderdag 30 januari 2020

Victor Hugo Notre Dame

Victor Hugo (1802-1885). 

De klokkenluider van de Notre Dame (Frans: Notre-Dame de Paris) (1831).

Het speelt zich bijna volledig af in en om de Notre-Dame van Parijs. Het gaat over de onbeantwoorde liefde van de klokkenluider Quasimodo voor de beeldschone zigeunerin Esmeralda.

"Quasimodo hangt aan een waterspuwer van de Notre-Dame; illustratie van Alfred Barbou uit de originele versie van De klokkenluider van de Notre Dame." (1831).






JDB maakt in 1926 een beeld van dergelijke waterspuwers. Rechts bovenaan kan JDB geïnspireerd hebben.


J.D.B. 200 A CHIMERE NOTRE-DAME PARIS 1926****
Uitzonderlijke staat.
Contre-épreuve (tegendruk)
H 190-B 130
L.R.N.M. 







Masereel illustreert boeken van o.a. Victor Hugo. 
In het boek "La Ville" (1925) (voorwoord van Pieter Jelles Troelstra) legt hij in honderd houtsneden zijn visie vast op het leven in de jaren twintig in de grote stad. 

Masereel maakt illustraties bij de roman van Hugo (1931).











Victore Hugo schreef Notre Dame de Paris en redde zo de kerk in de 19de eeuw. 
(zie JDB: Sint Niklaaskerk). 
Kreeg JDB inspiratie in Parijs om hetzelfde te doen in Gent met de Sint-Niklaaskerk?

Misschien vindt JDB hier inspiratie voor zijn toekomstig werk rond de Sint-Niklaaskerk? (*), zijn werken rond die kerk zouden ook een rol spelen in de restauratie van de vervallen kerk. 

Bibliografie

De klokkenluider van de Notre-Dame
Victor Hugo; vertaald door Willem Oorthuizen
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011
heruitgave, eerste druk: 1996 Uitgeverij Manteau
573 pagina's, gebonden met olijfgroen leeslint en olijfgroene kaft
ISBN 978-90-253-6872-



De Waterspuwers van de Notre Dame: Gargoyles in Parijs
https://www.stedentripper.com/blog/85715/de-waterspuwers-van-de-notre-dame/ 

maandag 25 februari 2019

JDB bij Masereel

Joris van Parys, Masereel · dbnl


JDB bij Masereel

" Voor Jules De Bruycker, die op een zomerochtend in 1925 op bezoek komt, is dit atelier de observatiepost waar hij zijn hele leven al van droomt. Hij is niet weg te slaan van de kijker die de kamers achter al die ramen uitvergroot tot raten van een menselijke bijenkorf."

"Joris van Parys, Masereel · dbnl

"Met een wijde bocht loopt de rue Lamarck door het hoogste deel van Montmartre naar de oostkant van het plein achter de Sacré-Coeur. Vlak bij de hoek met de rue Becquerel, een trappenstraatje ten noorden van de basiliek, is vanaf 1914 een huis in aanbouw dat pas vier jaar na de oorlog afgewerkt raakt. Dat hij op de vijfde verdieping van dat half voltooide pand nr. 32 een paar kamers heeft kunnen huren, noemt Masereel gezien de woningschaarste in Parijs een klein mirakel. Bovendien kan hij zich geen inspirerender uitzicht wensen dan vanuit de kleine achterkamer die zijn atelier wordt: ‘Parijs als in een uitstalling... Een Parijs dat niet op prentkaarten wordt afgebeeld, de keerzijde van de mooie façades.’2 Voor het brede hoge raam van zijn werkkamer ligt het panorama waarvan de invloed op zijn werk van de jaren twintig nauwelijks te overzien is. In de grote houtsnede ‘Spleen’, in de suites La ville en Bilder der Grossstadt, in de losse tekeningen en in de aquarellen en de serie doeken die hij zelf ‘paysages parisiens’ noemt, telkens weer inspireert hem het indrukwekkende stadsdecor dat hij op ieder uur van de dag en de nacht leert kennen. Straatscènes en taferelen die zich achter ramen van anonieme gevels afspelen, haalt hij met de kijker op een drievoet in close-up naar zich toe: ‘Hij ziet en wat hij ziet onthoudt hij en wat hij onthoudt is stof voor zijn verbeelding.’ 

Masereel maakt een aantal houtsnedes in de reeks La Ville (uitzicht op Parijs):




Masereel JDB opdracht



My Book of Hours Chez l’auteur, Paris 1922, 13,5 x 20,5 cm, publisher’s bindingFirst edition printed in 600 numbered copies and justified by Frans Masereel.Bound in publisher’s cream-colored boards, lightly sunned spine.Foreword by Romain Rolland.Illustrated with 167 wood engravings by Frans Masereel.

Rare autograph inscription signed by Frans Masereel to the great visual artist, engraver, painter and illustrator Jules de Bruycker, who taught Frans Masereel the art of engraving.


n



zondag 9 december 2018

Masereel


 Uit de biografie (Van Parys):

Ondanks de weinigbelovende resultaten op de Ecole Moyenne gaat Frans in 1905 over naar het Atheneum, de rijksschool voor hoger middelbaar onderwijs. Op dezelfde school, maar aan de andere kant van de sociale barrière, zit Richard Minne, die zich herinnert dat er ‘een sterke scheiding (bestond) tussen de zonen van de hogere burgerij, die verfranst was, en de zonen van de kleinburgers en ambtenaren die thuis het Vlaams - ik zal niet zeggen het Nederlands, want het “beschaafd” bestond nog niet - gebruikten als omgangstaal. We zaten zelfs apart in de leslokalen.’3 Na het eerste atheneumjaar blijkt kennelijk definitief dat Frans niet voor hogere studie in de wieg is gelegd, want in 1906, het jaar waarin het gezin naar de Nieuwebosstraat verhuist, laat
[p. 30]
hij zich inschrijven voor de driejarige opleiding voor typografen van de Gentse ‘School van het Boek’, een ‘Stedelijke Ambachtsschool voor Jongelingen’ met afdelingen voor steendrukkers en letterzetters. Jaren later zal hij zich wel eens laten ontvallen dat het drukkersvak een van de beroepen was waartoe hij zich vaag aangetrokken voelde, maar over zijn typografenopleiding heeft hij nooit met een woord gerept. Toch vormt die opleiding de achtergrond van zijn latere uitgeversambities en bijzondere belangstelling voor de boekkunst. Bovendien verklaren de drie jaar Boekenschool waarom hij zowel Franstalige sportvrienden uit de bourgeoisie als Vlaamssprekende kameraden heeft, met wie hij zijn interesse voor kunst en literatuur kan delen. Waarschijnlijk baart zijn inschrijving op de school enig opzien, want typograaf is voor een dokterszoon niet bepaald een voor de hand liggende beroepskeuze. Blijkens de leerlingenlijsten behoren zijn klasgenoten zonder uitzondering tot de lagere standen: hun vaders zijn wever, winkelier, koetsier, krantenverkoper, voerman of douanier.




 ============================================

Uit de biografie van Maseree leren we Masereel kennen als iemand die zich al vlug prakisch politiek engageert: van het socialisme tot het marxisme. 


Enkele momenten die van belang zijn voor Gent

“De man die zijn opstandigheid belichaamt, is Eduard Anseele, boegbeeld van het Gentse socialisme".

1877: Anseele sticht de Vlaamse Socialistische Partij
1885: Anseele helpt de Belgische Werkliedenpartij  oprichten
1889: Anseele maakt deel uit van de Belgische delegatie op het stichtingscongres van de Tweede Internationale en is voorzitter van het tweede congres, dat in 1891 in Brussel wordt gehouden.

Masereel beeldt Masereel af in de houtsnede ‘Gents Grootheid leidt haar toekomst’ (als de volkstribuun die, zoals Artevelde in de veertiende eeuw, de Gentenaren tegen onderdrukkers in bescherming neemt en de weg wijst naar een betere toekomst) (Van Parys)

 RS: ik zie Anseele niet echt op deze ets (checken).


Gents grootheid leidt haar toekomst”. Een houtsnede. Gesigneerd, genummerd 236/750 en gedateerd 1962 buiten de plaat.

Deze houtsnede wordt later gebruikt als illustratie in Aan de voet van het Belfort.
Het boek van Achilles Mussche over de ellende die de industriële revolutie in de textielstad Gent veroorzaakt. ‘De Vlaamse hel,’ noemt Mussche de vlasfabrieken:

    “Het is er zo laag als in een hol en de spinmolens staan opeengeperst, geen zestig centimeter vaneen; het is er laag en broeiend heet en vochtig van het kokende water, waarin de vlaswieken liggen te stinken en waar onophoudelijk dampen uit walmen, dat men elkaar op een drie meter afstand niet meer ziet. En midden in al die verhitte nattigheid en 't lawaai van de razende machines en de walgelijke stank en de dikke mist, daar lopen waarachtig wezens heen en weer. Zijn dat wel mensen? Het zijn vrouwen en kinders, meest vrouwen en kinders, de vrouwen en kinders van de natte spinnerij. Zij werken daar blootvoets, druipend nat”.

Terwijl hij Mussches boek illustreert, komt Masereel bijna op iedere bladzijde beelden uit zijn jeugd tegen. Naamloze ellende in de blinde stegen die ‘beluiken’ worden genoemd, arbeidersdemonstraties, confrontaties tussen stakers en bereden gendarmerie, Anseele tijdens een van zijn gespierde toespraken: ‘een klein, ineengedrongen man, maar zoals hij letterlijk overeind rijst, wordt hij ineens heel groot en staat hij daar, breedgeschouderd, fors gehouwen, als een blok graniet, uit één stuk.’14 Anseeles pleidooien voor sociale rechtvaardigheid en zijn aanklachten tegen de schaamteloze uitbuiting zijn de jonge Masereel uit het hart gegrepen. Vandaar dat hij meeloopt in de grote demonstraties van die jaren, voor algemeen stemrecht en tegen kinderarbeid - hij vertelt er niet bij of hij, zoals Richard Minne, bij het doorkruisen van een rijke buurt de carmagnole meezong: ‘tous les bourgeois à la lanterne!’ Dat de socialistische sympathieën van de oudste zoon thuis geen wrijvingen veroorzaken, is typerend voor de open sfeer in het liberale gezin Lava. De houtsnedensuite Idée - zijn versie van ‘Die Gedanken sind frei’ - zal Masereel in 1920 opdragen aan de vrijdenker die Lava van huis uit is. (Van Parys).


PS JDB en Anseele. Zie deze blog.

004 GENT VOORWAARTS
 De affiche van de Minardschouwburg "Revue t'onderste boven" werd gedeeltelijk overschilderd en wordt het beeld van een manifestatie "Gent voorwaarts" met op de achtergrond de redenaar Edward Anseele.

donderdag 9 augustus 2018

Masereel

 Frans Masereel in het atelier van Jules De Bruycker (detail), olieverf op doek, 1910) (zie bibliografie van Masereel):









FRANS MASEREEL (395 en A) "19.."  (gebaseerd op een aantal tekeningen waar Masereel staart naar het lege doek).

J.D.B. 395A FRANS MASEREEL IN HET ATELIER "19.."





Een aquarel: Mon AMI FRANS MASEREEL DANS MON ATELIER (A.139):   

aquarelschilderij
Datum 1909



Met aan de muur: tekening/ets van de Veegreppe en ander beeld van Masereel

De jonge Masereel zal wel enkele maanden aan de Gentse Academie studeren maar hij getuigt dat hij veel meer leerde in het atelier van JDB. Later zou hij zich als autodidact verder bekwamen.

Naast de techniek zal Masereel ook beïnvloed worden door de thema’s die centraal staan in het werk van JDB: het verpauperde leven in de stad. Ook het satirisch perspectief zal een constante zijn in het werk van Masereel.

PS
"Het boek Patershol. Onder die daken vermeldt dat Jules De Bruycker en Frans Masereel samen in ‘’t Gouden Zulleken’ vertoefden. Het blijft echter gissen of dit hier al dan niet om een herberg gaat en waar die dan zou hebben gelegen" (Van Heuverzwijn). $


Joos Florquin (1962), Frans Masereel, Ten huize van... 1 · dbnl

Was u toen al met de houtsnede bezig?
 Nee, met tekenen alleen. Ik was toen ook veel samen met Jules de Bruycker, die mij heel wat geleerd heeft, ik mag dat niet vergeten te vermelden want dat is belangrijk. Jules de Bruycker was veel ouder dan ik maar we waren toch goed bevriend. Hij heeft mij leren etsen en heeft waarschijnlijk wel invloed op mij gehad, als realist maar zeker ook als fantast. Hij was een man van grote fantazie, Jules de Bruycker.
Kon u van uw kunst al leven toen u zich in Parijs vestigde?

Nee natuurlijk niet. Ik had wat geld op zak en werkte voor mij alleen. Dat waren nog de studiejaren, de tijd van zoeken en proberen, wat de Duitsers de Bildungsjahre noemen. Mijn eerste gravures waren in de trant van Félicien Rops en Jules de Bruycker, realistische kunst zonder meer. Ook mijn eerste houtsneden dateren uit deze tijd, maar ze zijn louter tekeningen, die op hout werden overgebracht, zonder eigen techniek. Ik had toen de mogelijkheden, die in het materiaal liggen, nog niet ontdekt. Ik heb in Parijs toen eens een kleine expositie gehad, in Le Salon des Indépendants waarschijnlijk, ik herinner me dat zo goed niet meer, het is ook zo lang geleden. Akwarellen heb ik in die tijd ook gemaakt. 




Ons Erfdeel. Jaargang 32 · dbnl

De evolutie lag bij de jongere Masereel vooral op het inhoudelijke aspect van zijn grafisch eeuvre. De Bruycker had hem al in het vooroorlogse Gent een ander maatschappijbeeld getoond dan de situatie waarin hij door zijn burgerlijke afkomst verkeerde.
(RS: niet zo vanzelfsprekend wat hier staat, in het interview met Florquin vertelt Masereel daar andere dingen over).

De artistieke opleiding die Frans Masereel had genoten, stelde niet veel voor. Hij bracht zijn jeugd door in Gent en studeerde enkele maanden aan de academie. Het meeste stak hij op in het atelier van de befaamde graficus Jules de Bruycker, een kunstenaar die zijn inspiratie vond in het leven in de stad. Die inspiratiebron nam Masereel over en wanneer hij na verblijven in Londen en Duitsland in 1910 naar Parijs reisde, ontwikkelde hij zich als autodidact in het tekenen en in de grafische technieken die hij bij De Bruycker leerde. Na een maandenlang verblijf in Tunesië maakte hij bij zijn terugkeer in Parijs kennis met Henri Guilbeaux en trachtte medewerker te worden aan diens satirisch dagblad dat evenwel niet lang meer stand hield.


Station