Posts tonen met het label vlaams. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vlaams. Alle posts tonen

vrijdag 17 april 2020

Karel Van de Woestijne



Karel Van de Woestijne, KUNST. Vlaanderen; maandschrift voor de Vlaamsche letterkunde, jrg 4, 1906, 1906 » 1906 - Pag. 209 | Delpher




“Ik weet niet of het nog eene gangbare meening kan zijn, dat een kunst-werk ook waarde bezit om de mate van liefde dat het heropwekt voor eene vertrouwde plekke gronds, een oude verblijf-plaats, het schuil-oord van vroegere droomerij of strijd. Ik weet alleen dat ik En Ville Morte, het lyrisch verhaal van Franz Hellens (Gand, Silfer, 1906), hoofdzakelijk lief heb om de elf schoone teekeningen van Julius de Bruycker die het versieren, en dat ik die teekeningen vooral bemin omdat ze vier jaar uit mijn leven oproepen”.

Is dit de maatstaf tot een oordeel? Ik herhaal, het niet te weten. Nochtans; wie zou, die het Gent van onder het Graven-kasteel kent, heel dat torve en stoere „Paters-hol”, die geheimzinnige en schuwweêrbarstige, hardnekkige mieren-stad van hoorigen en laten die, in den schaduw van ’t vervaarlijk slot waar Dirk van Elzaten voort-leeft, haar vreemde bedrijvigheid van in de Middel-eeuwen door-wroetelt; wie, die daar de uren van zijne avonden, toen al de klokken tampten, in eene oude monnik-cel heeft door-gebracht; wie zou deze grootsche, strenge, bezwerende teekeningen niet lief hebben?
En ja: ook omdat ze grootsch, streng, bezwerend uitermate zijn, vind ik ze zeer schoon.

De Bruycker, uitgegaan van de lagere, hoewel tragische karikatuur, is gestegen tot de hoogste karakteriseering, tot eene, haast rustige kunst, waarin de juiste, de onverbiddelijke lijn zoo sober en zóo zeker is neêr-geschreven, dat ze, door hare eigen macht ik verwaarloos met opzet de kleur, die hier, wen maan- en nachtzichten beteekenend, te duidelijk-sprekend is, hoewel steeds schoon door eigen wezen u de visie opdringt, ze u ’t diepste beeld in toont, ze u duidelijk maakt wat in u vaag verdroomde. Ja, dit zijn heerlijke dingen.

En ’t verhaal zelf?


De heer Fr. Hellens (weer, om de verfranschte opleiding, eene Vlaamsch-verloren kracht) bezit groote hoedanigheden van stijl en poëzie. Al is zijn boek, in de fabel, jong-naïef en glimlachwekkend-dichterlijk, en laat de gezochtheid van het beeld en t gemaakte het Belgisch-gemaakte van den stijl er onsmakelijkheden als: „ ... la neige ne descendit plus. Elle s’etait arretee dans Ie ciel trés haut et brillait en milliers d'étoiles” : ik las er machtig-evocatieve bladzijden, bladzijden vooral van kunnende liefde om wat te zeggen was. En zijn boek is lang niet zonder beteekenis: het werk van een zeer gevoelig dichter.
—Of is dit alles over-schatting? Ik geloof het niet.... al weet ik niet veel meer, dan dat het in mij een oude liefde wekt. K. V. D. W.


vrijdag 3 april 2020

Baertsoen Vlaams


"Tenslotte hebben we het dagboek van Alida Wynanda Sanders van Loo. Zij is een uitgeweken Nederlandse journaliste en vindt België maar niets. Ze supportert dan ook volop voor de Duitsers en heeft een enorme bewondering voor hen. Haar dagboek vormt een neerslag van een persoonlijke oorlog waarin ze het doen en laten van zichzelf en haar omstaanders neerschrijft.Vier getuigen, vier verschillende visies, maar allemaal even bang voor wat gaat komen en allemaal een even groot slachtoffer van deze Grote Oorlog. "


·      thesis van Sylvia Van Peteghem
·       


A.W. Sanders van Loo (1913),
De wereldtentoonstelling te Gent
April-November 1913

Baertsoen (..)
Hij kende echter - o schande! geen Vlaamsch - of liever hij beweerde het niet te kennen, hoewel hij mij een vlaamsclien brief geschreven had. Te zonderlinger schijnt dit, waar Baertsoen in zijn kunst, zoo op en top, zoo geheel en doorkneed vlaamsch is, - om hem juist te kunnen beoordeelen bezoeke men Gent.

Gent is met Neurenberg, Brugge, Florence, Stockholm en Amsterdam een der heel mooie Europeesche steden, en zooals ik zei,
vooral voor den kunstenaar en den archeoloog van het hoogste belang, en vormt o.a. een onvergelijkelijk schoone lijn, langs de St-Baafs, het Belfort, de Lakenhal, de St-Niklaaskerk en langs 't Predikheerenklooster met de St-Michielskerk links, of wel rechts langs de mooie huizen op de Groenmarkt naar 't Gravenkasteel. 't Laatste met het Belfort, in den laatsten tijd op de meest oordeelkundige wijze gerestaureerd. - Gent heeft Baertsoen bezield. Hij kent er van alle hoekjes, straten, kaden en steegjes. Op de tentoonstelling was hij met het prachtige Dooi te Gent, Nacht op het Kanaal, twee gezichten van het kasteel van Laerne (thans met afbraak bedreigd), De Stille wateren van Gent, Avond op de Kaden, enz. - Niet minder door zijn etsen dan door zijn schilderijen is Baertsoen beroemd. Zij hebben een teederfluweelachtigen toets, zooals geen andere Belgische etser die bezit, Brangwyn in Engeland en Bauer in Holland komen hem nabij. Twee der beroemdste zijn zijn etsen van Krom en Recht Boomsloot te Amsterdam. Baertsoen was hier over echter maar slecht te spreken. Hij had vóor vijf uur s' morgens op moeten staan, eer de Joden met hun negocie in de straten waren, anders werd hij op vuile eieren en rotte appelen onthaald!
Op Baertsoen volge mijn oude vriend Edmond Verstraeten, die niets heeft van een Franskiljon, die op en top, van binnen en van buiten is een Vlaming, die met zijn blonden baard en leeuwenmanen iets van een apostel heeft, - de apostel van het licht...

Den 9den Augustus van dit jaar verrijkt met het mooie, door Z.M. den Koning onthulde zitbeeld der Van Eycken. Prachtig komt het lichte groen van het brons uit tegen 't teedere grijs van de kerk en 't groenere groen der slanke boomen. Hieratisch - eenigszins stijf-plechtig, zitten de broeders naast elkaar op een bank. Jan met een groot boek op den schoot, Hubert met zijn palet en ontvangen de bloemenbrengende hulde der volken. Enkele figuren daaronder zijn schoon, hoewel de modellen niet overal ,goed gekozen zijn - vooral de vrouw die tegen Hubert uitlost is goed. Aan de achterzijde staat een engel met een krans, dezelfde die den ingang van de eerezaal in de Belgische afdeeling bewaakte. Op den sokkel zijn in email de wapens aangebracht der verschillende landen, die aan de hulde der Van Eycken hebben deel genomen. Het is een werk van Verbanck, een 32 jarig Gentsch beeldhouwer, die mij welwillend bijgaande afbeelding van zijn monument heeft afgestaan Het is nog niet geheel voltooid, enkel de groep rechts is afgegoten, de linker is nog in plaaster, zooals men hier zegt.


woensdag 11 maart 2020

JDB: Vlaams

6. Bonnel, "Herinneringen aan Juul de Bruycker," p. 1064: "Nooit of nimmer heb ik, in
al die vele jaren, politieke of taalkwesties met hem besproken. Wel kon hij, af en toe,
schertsend of sarkastisch een schot - vóór of tegen - aflaten. Verder ging het niet." (Goddard)


"Together with Antwerp, Ghent played a significant role in the Flemish Movement, which sought the same legal and social footing for the Flemish-speaking population of Belgium as had long been enjoyed  by the French-speaking.4 The Royal Flemish Academy for Literature and Linguistics [Koninklijke  Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde] was established in Ghent in 1886. Tokens of the "language problem" occasionally appear in De Bruycker's works, but as was the case with political issues in general, he did not reveal his opinions in his work. It would appear that he alienated neither
linguistic camp, for among the distinguished literary figures from Ghent who wrote admiringly about De Bruycker was a leading figure in Flemish letters, Karel van de Woestijne, and three others who wrote in French: Jean de Bosschère, Grégoire le Roy and Franz Hellens.5 Even De Bruycker's close friend Peter Bonnel emphasized the artist's essentially apolitical stance.6 In his private correspondence with the Dutch collectors Jacob and Louise de Graaff-Bachiene, however, De Bruycker expressed a decidedly pro-Flemish attitude, and it is probably significant that in addition to his following among the readership of Vooruit, one of the key studies on De Bruycker was by Achilles Mussche, a leading Flemish socialist, advocate of Flemish letters, and native of Ghent."

(Goddard). 

Station