Posts tonen met het label Putterie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Putterie. Alle posts tonen

maandag 9 maart 2020

Abbé Francken

Abbé Francken

PS C’est curieux en songeant à Bruxelles, à cette belle ville, je pensais aussi de temps à autre à une figure très sympathique - ce cher Abbé Francken ! C’est bizarre mais son élégance, sa distinction me plaisait. Malgré que j’ai tant peint des scènes et figures très populaires - violentes - j’ai toujours aimé un certain raffinement (brief aan Van Campenhout - uitgeschreven door Frank & Eli).

 
JDB blijkt een goed contact te hebben met deze Abbé.
 
Het zou dus kunnen dat die père hem de buurt heeft leren kennen. Francken blijkt ook geïnteresseerd in kunst: etsen, fotografie.
 
De Abbé heeft als surveillant van collège Saint-Michel gewerkt en dan werd hij geconfronteerd met de werken aan de Putterie. Zie ook de naamsverandering van Saint-Michel de Bruxelles naar collège Saint-Jean Berchmans à Bruxelles.


Père Jules Francken sj (FSC) – Centre Historique Belge du Scoutisme


Originaire de Lierneux où son père était notaire, Jules Francken fit ses études comme interne à Namur et Alost, puis à Mons. En 1915, il achève ses études d’humanité et songe un temps à rejoindre les soldats de l’Yser, avant d’intégrer finalement le séminaire de Bastogne, puis à entrer au noviciat des jésuites à Alken le 23 septembre 1916. Surveillant des grands internes au collège Saint-Michel de Bruxelles à partir de 1919, il est ordonné prêtre à Louvain le 24 août 1926. Au cours de l’année 1927-1928, il effectue un an de surveillance d’internat au collège Saint-Servais à Liège, avant de terminer ses études chez les jésuites français d’Amiens l’année suivante. Il occupera ensuite trois fonctions principales durant sa carrière religieuse. De 1929 à 1938, il occupe tout d’abord la fonction de préfet de discipline au collège Saint-Jean Berchmans à Bruxelles, où il est également aumônier scout de la 36e troupe FSC avec Valentin Brifaut de 1929 à 1933. En 1938, il devient préfet à l’Institut Gramme à Angleur, où il sera également intendant de la maison. 


Enkele links:

1.
Dit Sint-Michielscollege groeide uit tot een school voor 800 leerlingen met een internaat, een kerk en een Genootschap der Bollandisten. De behuizing werd krap, en na een onteigening voor de Noord-Zuidverbinding werd in 1900 besloten om aan de rand van de stad opnieuw te beginnen. In weerwil van de aanvankelijke plannen bleef het oude college bestaan, zij het vanaf 1921 onder een andere naam: Sint-Jan Berchmanscollege. Het kreeg een Nederlandstalige sectie en werd in 1953 exclusief Nederlandstalig.

2.
Saint-Jean Berchmans
Door de geplande werken voor de Noord-Zuidverbinding dwars door Brussel, waren de paters genoodzaakt uit te zien naar een nieuwe vestigingsplaats. In 1905 werd er daarom gestart met een nieuw college in Etterbeek. Toch gingen er steeds meer stemmen op om het oude college in het hart van Brussel te behouden. In 1908 werd het duidelijk dat dit mogelijk was, maar de oude gebouwen moesten afgebroken worden en plaats maken voor nieuwe gebouwen, ontworpen door architect Georges Cochaux.[1] Om naamsverwarring tussen de twee colleges te vermijden kreeg het nieuwe college in Etterbeek de oude naam (Collège Saint Michel) en kreeg het college in de Ursulinenstraat in 1921 de naam Collège Saint Jean Berchmans.

vrijdag 7 februari 2020

Rue de la Putterie


J.D.B. 064 A RUE DE LA PUTTERIE A BRUXELLES // LA MAISON DU DUC JEAN 1914


Uitzonderlijke staat.
Als u deze prent vergelijkt met de vorige kan men duidelijk zien dat deze veel donkerder is, wat laat vermoeden dat er ooit meer dan één exemplaar geweest is
H 427-B 402
L.R.50 

 


 

Wijk: De putterie werd afgebroken

La Putterie. “De Putterijwijk, met haar Marché du Bois, rue de la Bergière, rue des Longs-Chariots, rue du Singe, rue des Armuriers en rue Nuit-et-Jour.”

JDB besteedt aandacht aan een bedreigde buurt met vergeten straten.

Vele jaren later (rond 1944) leert L.P. Boon de omgeving kennen tijdens stadswandelingen met zijn vriend de schilder Maurice Roggeman, die in de Marollen woont. Boon wordt geïnspireerd door de scène en besluit een roman te schrijven over de gevolgen van de afbraakwerken voor de realisatie van Noord-Zuidverbinding (1904-1952). Boon richt zijn aandacht op de zwakkeren, de slachtoffer van een onwrikbaar geloof in de vooruitgang. Het draait rond een straatje (Vertinningsgang die uitgaf op de Kanonstraat) dat toevallig afgesloten wordt door arbeiders die aan de noord-zuidverbinding werken.:

Een nauwe straat loopt dood tegen den hoogen botten achtergevel van een pakhuis. Het is er stil. Het zoemen van een graanzuiger achter den blinden muur, en het roepen van een paar spelende kinderen, maken de stilte nog dieper. Den laatsten tijd hoort ge ook het vaag gerommel, het verre kappen en breken voor de Noord-Zuid-verbinding. En soms, heel dof: boem.

De bewoners blijven geïsoleerd achter. Het wordt een kleine commune die zich de Bond der Vergeten Straat.

De tekeningen van JDB en de roman van L.P. Boon vormen samen met een bas-reliëf aan het station een herinnering aan een buurt die verdween voor "de verbinding, de urbanisatie en de gezondmaking van het centrum van Brussel".

Boon blijft actueel. Getuige daarvan: Pascal Verbeken begint zijn gloednieuwe boek ‘Brutopa’ met een citaat uit ‘Brussel, een oerwoud’: “Gij die gezien hebt dat Brussel, België, Europa, DE WERELD een oerwoud is, gij peinst dat het DE NIEUWE WERELD is die afkomt.”



Herman Teirlinck (in Brussel 1900): “Waar is de Putterij? Waar de zo gastvrije amigo? “ 


 "Waar is de Putterij? Waar de zo gastvrije amigo? En gij, waar zijt gij, zoete Peerlemoerengangsken? De heren van de Wet hadden u zo lieflijk ‘Impasse de la Perle d'amour’ vertaald, maar zij hebben geen hart voor duurzame poëzie.
Iets is zeker: de ‘jonction’ zal vele uiterst gevoelige plaatsen van het stadsbeeld hebben uitgeroeid, en het zal blijken dat wonden werden geslagen die geen geslacht ooit genezen kan. Brussel zal er dan weer iets van zijn eigen aard bij verliezen. Ik wil zeggen: Brussel zal dan weer iets aan verwildering prijsgeven van wat zijn historische gaafheid was. Want oude dingen binden veel vaster dan nieuwe. En er moet altijd iets van het oude vaderhuis blijven bewaard, willen de kinderen in liefde hun moeder nog herkennen."

Karel van de Woestijne, Verzameld werk. Deel 6. Beschouwingen over literatuur. Het dagelijks brood I. Keur uit de brieven in dagbladen 1906-1929 · dbnl

https://www.dbnl.org/tekst/woes002verz08_01/woes002verz08_01_0081.php

"en het onontbeerlijke Centraalstation was de imponeerende reden waarom de Putterijwijk werd platgelegd. Intusschen wachten wij nog steeds, wachten wij reeds een kleine twintig jaar op genoemd kunstgebouw, terwijl van gemeld station werd afgezien, - hetgeen de aloude en schilderachtige Putterij uit zijn puinhoopen niet verrijzen doet.  "

De teloorgang van een wijk

Voor de aanleg van de Noord-Zuidverbinding en de bouw van het Centraal Station werd ‘de Putterij’, één van de meest pittoreske en oudste volkswijken van Brussel, volledig gesloopt. Meer dan tienduizend bewoners dienden hun woonst te verlaten en moesten noodgedwongen ergens anders onderdak zien te vinden. Op de gevel van het treinstation werd een gedenkplaat van de Leuvense beeldhouwer Charles Leplae (1903-1961) aangebracht ter herinnering aan de verdwenen volksbuurt. Een opschrift vermeld het volgende:
“Op initiatief van het Nationaal Bureau van de Noord-Zuidverbinding werd dit gebeeldhouwd met het doel te herinneren aan de oude kwartieren die gesloopt werden om de aanleg van de verbinding te verwezenlijken samen met de urbanisatie en de gezondmaking van het centrum van Brussel”.







Bas-reliëf aan de hoofdingang van Brussel centraal station ter herinnering aan de wijken “Putterij” en “Sint-Rochus” die zijn afgebroken voor de aanbouw van het station (CC BY-SA 4.0 – Sally V – wiki)


vrijdag 10 mei 2019

Ets VIEUX PARIS 1920


J.D.B. 116 VIEUX PARIS 1920
Super staat.
Uniek exemplaar (M.)
Dit is het J.D.B. - 115
Rue de la Putterie. De artiest draaide de plaat om, maakte van de straat daken en van de daken kasseistenen
H 264-B 198
L.R.N.M.


De stadsvernieuwing

Huys: een andere versie waarbij JDB enkel de rechter bovenhelft van de plaat zou gebruikt hebben. En gedraaid. De lucht als kasseien. Met figuurjes... (76). 


 Huys (76): draaien van de plaat (180 graden), op zijn kop gezet - en dan afgewerkt.

Huys (80): in catalogus van de JDB tentoonstelling in Sint-Niklaas (1993) (32-33) staan beide prenten Vieux Bruxelles en Vieux Paris naast elkaar (80)

Huys spreekt (76) van 1908 voor Vieil Enclos (zie ook Leroy).

In zijn beroemde gedicht ‘Le cygne’ deed Charles Baudelaire de wrede uitspraak dat de stad sneller verandert dan het hart van een mens: ‘Le vieux Paris n'est plus (la forme d'une ville / Change plus vite, hélas! que le coeur d'un mortel)’.



B0221 RUE DE LA PUTTERIE A BRUXELLES

Station