Posts tonen met het label checken*. Alle posts tonen
Posts tonen met het label checken*. Alle posts tonen

zondag 7 maart 2021

René De Coninck en JDB

Ons Erfdeel. Jaargang 20 · dbnl

https://www.dbnl.org/tekst/_ons003197701_01/_ons003197701_01_0101.php?q=Jules%20de%20Bruycker#hl1

Om dieper te kunnen doordringen in de waarden van het persoonlijke artistieke levenswerk van René De Coninck zijn een paar objektieve gegevens en gebeurtenissen uit het leven van deze man mede interessant en belangrijk. Hij verbindt met name de geest van een stad als Oostende (Bredene) - hoe vaag dit ook moge klinken - met een mentaliteit als die van Antwerpen. In zijn jeugd en jonge jaren betekende Oostende voor deze kunstenaar geen ijdel begrip. Immers, hij kende er bijvoorbeeld James  Ensor, Constant Permeke en Leon Spilliaert, om de meest bekende te noemen, en, in het begin van de jaren dertig, kwam hij, op de Akademies van Brussel en Antwerpen,terecht bij leraars zoals Jean Delville, Louis Peeters en Jules De Bruycker. Hij bleef ten slotte in Antwerpen wonen en werd er vanaf 1946 leraar op de Akademie. Het zou geen zin hebben zijn boeiend en prachtig etswerk te willen kenmerken enkel en alleen door te verwijzen naar Ensor en De Bruycker, maar de origines van deze kunstenaar pleiten in elk geval willens nillens voor hem. Vanaf de jaren zestig begon hij zowat overal in Europa te eksposeren; beter laat dan nooit, zoals bij vele andere grote Vlaamse kunstenaars.


Jan D’Haese (2002)

https://pallieterke.advn.be/pdf/2002/20020717_057_029.pdf 




  Ons Erfdeel. Jaargang 16 · dbnl

René De Coninck heeft iets van Ensor en van zijn leraar Jules De Bruycker, wanneer hij zich in zijn zeflportret in een dwarreling van figuurtjes afbeeldt, geblinddoekt de hele omringende toestand bekijkend. En illustreert Georgette Tanghe in haar voortreffelijke Uilenspiegellito's niet op een even virtuoze wijze het speelse, guitige en meteen tragische dat ons allen als mens doortrekt en dat de kunstenaar paroxistisch beleeft op het moment van zijn scheppen?  





zaterdag 2 januari 2021

JDB Kurt Peiser

Kurt Peiser (Antwerpen, 1887 - Ukkel, 1962), Antwerps kunstenaar (opleiding aan Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen) (tekenaar, aquarellist, lithograaf en etser) van Duitse origine. 
 
"Hij was een schilder met grote sociale en humanitaire bewogenheid. 
Zijn stijl is realistisch met impressionistische en expressionistische toets". 
 
Kurt Peiser was lid was van La Gravure Originale Belge, die tussen 1924 en 1939 grafisch kunstenaars verenigde (o.a. Dirk Baksteen, Jules de Bruycker, Casimir Heymans, Romain Malfliet en Walter Vaes).  
 
In dat verband is de oprichting van de “Société des Aquafortistes Belges” van belang (in 1886 gesticht en tot 1913-1914 werkzaam). De Société gaf vanaf 1888 jaarlijks albums met 15 etsen uit en de kunstenaars die meewerkten werden ‘effectieve leden’. De abonnees werden ereleden.
 
 

woensdag 29 april 2020

Collaboratie

https://www.dbnl.org/tekst/vijv003belg02_01/vijv003belg02_01.pdf

Meer dan 130 Vlaamse kunstenaarsnamendeel aan 8 tentoonstellingeninDuitsland.De belangrijkste onder hen waren Dirk en Gerard Baksteen, Jan Brusselmans, Jozef Cantré, Evarist De Buck, Jules De Bruycker, Valerius DeSaedeleer, Prosper De Troyer, James Ensor, Floris Jespers, Hubert Malfait, Joris Minne, Luc Peire, Albert Poels, Albert Saverijs, A. Servaes, Slabbinck, Edgard Tytgat, War Van Overstraetenen Wiethaese.

Niet a ldeze kunstenaars waren volgelingen van de ‘NieuweOrde’. Volgens MarcEemans waren de meestes childerstrouwens heel lauw in hun politiekegevoelens. Vele schilderswaren volgenshem attentisten,anglofielenof ‘lauwe’collaborateurs. 

Eugène Peters

Eugène Peters - Kunstschilder, GALERIE WIJDEMEREN BREUKELEVEEN, kunstbemiddeling, Gratis Taxaties,

https://galeriewijdemeren.nl/kunstenaars/peters_eugene

Hij volgde de grafische opleiding en kreeg les van onder anderen René de Coninck (etser en leerling van Jules de Bruycker 

Nohl

Filosoof tussen de soldaten

https://g-geschiedenis.eu/2019/01/09/filosoof-tussen-de-soldaten/

09 januari 2019
Een filosoof tot soldaat maken kan onverwachte gevolgen hebben. Het overkwam Herman Nohl (1879-1960) die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Gent werd gekazerneerd. Toen de oorlog uitbrak was de docent filosofie al 35 jaar, gehuwd en vader van vier kinderen. In het brief schrijven vond hij een uitlaatklep voor zijn ongemakkelijke situatie, elke week schreef hij er meerdere aan zijn vrouw Bertha Oser in Jena, alles bij elkaar meer dan zeshonderd. 


Jules Verwest Kunstschilder: december 2008

http://julesverwest.blogspot.com/2008/12/

Deze Duitstalige auteur heeft het werk van Franz Hellens ook absoluut niet gelezen.
Het gaat om professor Herman Nohl (zie het lemma op www.literair.gent.be ). De beschrijving komt voor in de brievenuitgave van Nohls correspondentie tijdens W.O.I, toen hij deel uitmaakte van de economische inspectie van het Duitse bezettingsleger in Gent; in 2005 uitgegeven door Walter Thys onder de titel: Ein Landsturmmann im Himmel: Flandern und der erste Weltkrieg in den Briefen von Herman Nohl an seine Frau.
De "keukenscene" beslaat ca. 1 pagina en staat in de brief van 03.05.1917 (p. 190-192); dit & andere fragmenten zullen opgenomen worden op de website van Literair Gent (in voorbereiding). Ik kan u eventueel een digitale scan van die pagina sturen, waaruit dit typerend citaat:

"In diesem kaum 2m breiten, 3m langen Kammern haust der 68[jährige] Mann mit seiner Idylle zwischen der monumentalen Fassade und der monumentalen Vorhalle mit seinen Hunden, seiner Katze, seinem Huhn und seinen Vögeln, und unzähligen Bildern und Figuren, Schnitzwerk und Raritäten... (...) Wenn er zu heftig gestikulierte, dann fing das Huhn vor Angst an zu krähen, dazu der flackernde Ofen mit seiner Küchenwärme, die Esstöpfe und Teller und Gläser und sonstigem Kochgerät zwischen den Bildern, es war köstlich (...) Ich kann mir gar nicht denken, wie er sich von diesem Nest zwischen den Riesensäulen wird trennen können, um in irgend einem Miethaus zu wohnen, in dem alle seine Erinnerungen fehlen."

Walter Thys heeft in voetnoot bij het genoemde fragment verwezen naar Hellens' verhaal en nog enkele verduidelijkingen opgenomen, die u kunnen interesseren:
De portier waarvan sprake, was Emile van Vooren (1849-1921); hij was vanaf eind jaren 1880 tot 1919 "pedel en huismeester" van de universiteit of de door de Duitsers vervlaamste "Hoogeschool". Jules Verwest wordt er genoemd als schilder van "Home de notre ami Emile" (1909); ik vermoed dat het om hetzelfde schilderij gaat als wat u aanhaalde.

Emile van Vooren wordt door Herman Nohl ook aangewezen als dé stimulator voor de kunstenaars die "hun standplaats" in de portiersloge hadden.

In het fragment wordt ook nog verwezen naar de Nederlandse kunstenaar Maurits Niekerk (1871-1940, woonde tussen 1898 en 1905 in St-Martens-Latem, later in Brussel en Parijs) die in de beschreven portierswoning bij de aula & in het bijzijn van o.a. Jules de Bruycker een portret van deze huismeester heeft gemaakt.
Jules de Bruycker zelf zou hem hebben afgebeeld op een van zijn in Engeland gemaakte werken van "vluchtelingen", hoewel de huismeester na W.O.I in België bleef. Misschien eens kijken op de website: www.julesdebruycker.be  

vrijdag 3 april 2020

Baertsoen Vlaams


"Tenslotte hebben we het dagboek van Alida Wynanda Sanders van Loo. Zij is een uitgeweken Nederlandse journaliste en vindt België maar niets. Ze supportert dan ook volop voor de Duitsers en heeft een enorme bewondering voor hen. Haar dagboek vormt een neerslag van een persoonlijke oorlog waarin ze het doen en laten van zichzelf en haar omstaanders neerschrijft.Vier getuigen, vier verschillende visies, maar allemaal even bang voor wat gaat komen en allemaal een even groot slachtoffer van deze Grote Oorlog. "


·      thesis van Sylvia Van Peteghem
·       


A.W. Sanders van Loo (1913),
De wereldtentoonstelling te Gent
April-November 1913

Baertsoen (..)
Hij kende echter - o schande! geen Vlaamsch - of liever hij beweerde het niet te kennen, hoewel hij mij een vlaamsclien brief geschreven had. Te zonderlinger schijnt dit, waar Baertsoen in zijn kunst, zoo op en top, zoo geheel en doorkneed vlaamsch is, - om hem juist te kunnen beoordeelen bezoeke men Gent.

Gent is met Neurenberg, Brugge, Florence, Stockholm en Amsterdam een der heel mooie Europeesche steden, en zooals ik zei,
vooral voor den kunstenaar en den archeoloog van het hoogste belang, en vormt o.a. een onvergelijkelijk schoone lijn, langs de St-Baafs, het Belfort, de Lakenhal, de St-Niklaaskerk en langs 't Predikheerenklooster met de St-Michielskerk links, of wel rechts langs de mooie huizen op de Groenmarkt naar 't Gravenkasteel. 't Laatste met het Belfort, in den laatsten tijd op de meest oordeelkundige wijze gerestaureerd. - Gent heeft Baertsoen bezield. Hij kent er van alle hoekjes, straten, kaden en steegjes. Op de tentoonstelling was hij met het prachtige Dooi te Gent, Nacht op het Kanaal, twee gezichten van het kasteel van Laerne (thans met afbraak bedreigd), De Stille wateren van Gent, Avond op de Kaden, enz. - Niet minder door zijn etsen dan door zijn schilderijen is Baertsoen beroemd. Zij hebben een teederfluweelachtigen toets, zooals geen andere Belgische etser die bezit, Brangwyn in Engeland en Bauer in Holland komen hem nabij. Twee der beroemdste zijn zijn etsen van Krom en Recht Boomsloot te Amsterdam. Baertsoen was hier over echter maar slecht te spreken. Hij had vóor vijf uur s' morgens op moeten staan, eer de Joden met hun negocie in de straten waren, anders werd hij op vuile eieren en rotte appelen onthaald!
Op Baertsoen volge mijn oude vriend Edmond Verstraeten, die niets heeft van een Franskiljon, die op en top, van binnen en van buiten is een Vlaming, die met zijn blonden baard en leeuwenmanen iets van een apostel heeft, - de apostel van het licht...

Den 9den Augustus van dit jaar verrijkt met het mooie, door Z.M. den Koning onthulde zitbeeld der Van Eycken. Prachtig komt het lichte groen van het brons uit tegen 't teedere grijs van de kerk en 't groenere groen der slanke boomen. Hieratisch - eenigszins stijf-plechtig, zitten de broeders naast elkaar op een bank. Jan met een groot boek op den schoot, Hubert met zijn palet en ontvangen de bloemenbrengende hulde der volken. Enkele figuren daaronder zijn schoon, hoewel de modellen niet overal ,goed gekozen zijn - vooral de vrouw die tegen Hubert uitlost is goed. Aan de achterzijde staat een engel met een krans, dezelfde die den ingang van de eerezaal in de Belgische afdeeling bewaakte. Op den sokkel zijn in email de wapens aangebracht der verschillende landen, die aan de hulde der Van Eycken hebben deel genomen. Het is een werk van Verbanck, een 32 jarig Gentsch beeldhouwer, die mij welwillend bijgaande afbeelding van zijn monument heeft afgestaan Het is nog niet geheel voltooid, enkel de groep rechts is afgegoten, de linker is nog in plaaster, zooals men hier zegt.


dinsdag 16 april 2019

JDB en de kulderschool


Zie Soudan: 

"Soudan kende een moeilijke jeugd en moest reeds vroeg gaan werken. Hij werd naar de ‘Kulderschool’ gezonden, waar hij bevriend werd Jules De Bruycker."
Kulderschool
Voormalig Jongensweeshuis, instituut voor doofstommen en gemeenteschool, heden stedelijke middenschool.

“De Gentse weesjongens ook "Kulders" of "Blauwe jongens" genaamd waren tot 1873 ondergebracht in een deel van het Geeraard de Duivelsteen en de school aan het Bisdomplein (gesloopt in 1896-98, heden bebouwd met de Nationale Bank). In 1869 werd gestart met de bouw van een nieuw complex op gronden van de Bijloke aan de huidige Martelaarslaan. Dit enorme opgevatte complex naar ontwerp van stadsarchitect A. Pauli was voltooid in 1873.”


Ging JDB naar de kulderschool?



dinsdag 26 februari 2019

Octave Soudan en Jules De Bruycker

Octave Soudan - Wikipedia


Octave (Octaaf) Soudan (Oudenaarde, 4 oktober 1872 – Sint-Denijs-Westrem, 19 maart 1947) was een Vlaamse schilder en tekenaar, en behoorde tot de (2de) Latemse School.

Soudan kende een moeilijke jeugd en moest reeds vroeg gaan werken. Hij werd naar de ‘Kulderschool’ gezonden, waar hij bevriend werd Jules De Bruycker. Kwam in dienst bij een gevel- en decoratieschilder, maar bekwaamde zich als kunstschilder aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent. 

zondag 24 februari 2019

Melsen JDB

Marten Melsen was kunstschilder, aquarellist, tekenaar en graficus, geboren te Brussel in 1870, overleden te Stabroek (Antwerpen) in 1947. Hij schilderde vooral boerenfiguren die hij op -soms brutaal- naturalistische wijze voorstelt, werkend op het land, rond de hoeve, aan de Leuvense stoof, op het café of tijdens boerenfeesten of processies.

Ondertussen blijft Melsen verder experimenteren met grafiek, en daartoe roept hij de hulp in van Ensor, die volgens Melsen samen met Jules de Bruycker België’s beste etser was. In de jaren ‘20 zal Melsen zelfs twee affiches maken, waarvan één de succesvolle promotor zal worden van het toerisme voor de badplaats Den Haan: het stelt een grote witte haan op het strand voor. Deze mooie, naturalistische affiche wordt uitgehangen in vele Belgische en buitenlandse spoorwegstations(137).  

zondag 13 januari 2019

Modigliani

Modigliani (1884-1920)


Zie Léon De Smet. Modigliani (1884-1920) inspireerde. Na zijn dood: in het Brusselse Sélection (gelijknamig ts). Picturale structuur.

Zie werk van JDB in 1930.
Zie portret van Hellens door Modigliani


"invloed van  Modigliani, door een stilisatie en het edele van de lijn waarnemen" (Callebaut)




woensdag 5 december 2018

Bonnel


Bonnel is een tijd in Londen samen met JDB maar in 1916 blijkt hij – uit een brief van - op het platteland te wonen. JDB schrijft: “Hoe stelt u het op uw nieuwe buiten en de schapen, beginnen ze al wat vriendelijker naar u te kijken?”.



  1. https://www.dbnl.org/tekst/_ver016199201_01/_ver016199201_01_0012.php

    Paul de Keyser

    Aldus kwam ik, na een eerste mislukking voor de Centrale jury te Brussel, een tweede maal kwam ik er gemakkelijk door, in de Universiteit te Gent, Faculteit Wijsbegeerte en Letteren, afdeling: Germaanse filologie.


    We waren niet zeer talrijk, 'n zestal, onder wie een paar kennissen, o.a. Raymond de Decker en Peter Bonnel,*


 Zie voetnoot:

  1. Peter- officieel Petrus Julius Joannes- Bonnel ( 0ostende 12 okt. 1889) studeerde vanaf 1908-09 Germaanse filologie aan de Gentse rijksuniversiteit (inschrijvings-rolnummer 40.367). Tijdens zijn tweede universiteitsjaar (in 1910) leerde hij JDBr bij Emiel Van Vooren kennen. In oktober 1912 behaalde P.J. Bonnel met onderscheiding het doctoraat in de letteren en wijsbegeerte (Germaanse filologie). (ArchiefR.U.G., dossiers 4A4/I en 4A4/16). Vanaf 1915 was Bonnel in Londen, waar hij De Bruycker in diens atelier vaak bezocht en hem bij het ontwikkelen van zijn etsen wel eens assisteerde.   
  2.  

maandag 6 augustus 2018

Brangwyn


Brangwyn 1926




Frank Brangwyn, Artist - YouTube


Frank Brangwyn 'Art? It's Just A Job' feature film - YouTube


In het Engelse paviljoen van de Wereldtentoonstelling is een plek ontworpen en gedecoreerd door de Britse kunstenaar Frank Brangwyn (in Brugge geboren, 1867-1956).

https://www.dbnl.org/tekst/_vla016200201_01/_vla016200201_01_0017.php

"Ook bij de versiering van de leeszaal voor de Britse afdeling van de wereldtentoonstelling in Gent in 1913 verzorgde Brangwyn zowel de armstoelen, het tapijt en de modernistische tafel als de muurschilderingen die het harde leven van de havenarbeiders en dokwerkers illustreren."
(https://www.dbnl.org/tekst/_vla016200201_01/_vla016200201_01_0017.php). 






JDB wordt gefascineerd en beïnvloed door het werk van Brangwyn (het grote formaat, de contrasten tussen licht en donker en de bijzondere aandacht voor het lijnenspel in het etsen). Een jaar later zal hij Brangwyn ontmoeten in Londen. 

Ik vond uit 1906 een ets van Frank Brangwyn,  Old houses, Ghent (1906):



De Graslei in spiegelbeeld: het Cooremetershuis staat hier rechts van huis van de Vrije Schippers, in werkelijkheid staat er het links van. Men ziet ook het postgebouw dat gebouwd werd tussen 1900 en 1908 (gebruiksklaar in 1913). In 1906 waren de werken dus nog aan de gang (bijvoorbeeld de toren is nog niet afgewerkt en concreet is de torenklok nog niet gemoneerd in de ronde opening) (LDV). 

Zie de tentoonstelling: "in de voetsporen van Frank Brangwyn en Jules de Bruycker" (Brugge)

IDe kunstenaars Jules de Bruycker en Frank Brangwyn geven ons een boeiend beeld van het leven rond de jaren 1900, in de tentoonstelling in het Arentshuis. Naast de sfeer van de industriële vooruitgang schetsen ze ook de keerzijde van de medaille, namelijk de schrijnende armoede.

Op een drietal bekende en onbekende plekken in de buurt van het Arentshuis brengen we een beeld van deze jaren 1900 met het verhaal van de toenemende “vooruitgang” op economisch en cultureel vlak . We staan echter ook uitdrukkelijk stil bij de littekens van de enorme armoede in dezelfde periode en het verzet daartegen.

We verlengen onze wandeling in het Arentshuis waar we deze boeiende jaren 1900 door de bril van beide kunstenaars kunnen bewonderen. 



PS

Het gildehuis van de Vrije Schippers

Het gildehuis van de Vrije Schippers is een van de best bewaarde gildehuizen aan de Graslei in Gent. De gilde van de Vrije Schippers kocht het pand in 1530.
Vrije schippers waren schippers die op alle waterwegen van het graafschap Vlaanderen mochten varen, inclusief de Gentse binnenwateren. De onvrije schippers moesten aan de stadsgrenzen hun vracht overladen.
In 2011 kocht het havenbedrijf North Sea Port het gebouw om er een representatiehuis van te maken. Zij herbestemden het pand tot werkplek en vergaderruimte. De hal en het aanpalend salon zijn publiek toegankelijk. Het bureau Callebaut-architecten leidde de werken.

Uit het juryrapport: “Bij het restauratieproject van het gildehuis van de Vrije Schippers zijn oud en nieuw volledig in balans gebracht. Het monument is volledig gerestaureerd en herbestemd met een groot respect voor de verschillende historische lagen. Alle verdiepingen hebben een nieuwe functie gekregen. Elementen met erfgoedwaarden werden in situ behouden en nauwgezet gerestaureerd. Voor de technische en sanitaire voorzieningen is een nieuw volume toegevoegd achter in het gebouw, volledig los en demonteerbaar van de historische constructie. Ook alle andere ingrepen aan het gebouw zijn reversibel ontworpen en uitgevoerd. Hierdoor kan het gildehuis zich in de toekomst gemakkelijk aanpassen aan nieuwe noden.
Als levend monument geeft het herbestemde gildehuis een belangrijk verhaal uit de lokale geschiedenis een gezicht. De prachtig herstelde muurschilderingen vertellen meer over het historische belang en gebruik van het gebouw.”




Zie ook in het Rijsmuseum:







Boten op een gracht in Gent, Sir Frank Brangwyn, 1924
etching, h 147mm × w 118mm More details
© erven Sir Frank Brangwyn 



Etude for etching "Unloading bricks, Gent."
Graphics, 1921

n


 PS

Daarnaast dient vermeld dat Brangwyn ondertussen ook een reputatie krijgt in de wereld van de grafiek. Ook in België wordt zijn werk gewaardeerd zoals blijkt uit het de lof die Emile Verhaeren heeft voor de etsen 
Uit 1912 had tentoongesteld bij Durand Ruel in Parijs. Later zal Brangwyn trouwens werken van Verhaeren illusterren (zie Les Villes Tentaculaires’ en ‘Les Campagnes Hallucinées’ die Brangwyn van expressieve houtsneden en litho's voorzag.

De stadsgezichten die Brangwyn tekent (in etsen en lithografieën) worden geïnspireerd door zijn vele reizen, waarbij hij weinig of geen aandacht besteedt aan de toeristische gebouwen, maar de des te meer aandacht besteed aan de opkomende industrie en de sociale ongeljkheid die hiermee gepaard gaat (in de lijn van Charles De Groux en Constantin Meunier). Naast de architectuur besteedt hij aandacht aan de armen, de ambachtslieden etc. 

PS






Brangwyn-Museum te Brugge  (1932).

door R. W. P. de Vries Jr. Zie: Delpher.

"Het is suggestief werk van dezen Engelschen Belg, en hoewel hij nu eens aan Meunier, dan weer aan De Bruycker, dan aan Bauer en langs dezen heen aan Rembrandt doet denken, blijft hij toch steeds Brangwyn zelf, die wij uit duizend anderen zouden kunnen herkennen. Hij heeft een eigen stijl, een eigen visie, een eigen voordracht en deze is forsch, sterk en grootsch."

Frank Brangwyn | A Titan of Etching | Discover Goldmark
https://discover.goldmarkart.com/frank-
brangwyn/
zie voorkeur van werken van Brangwyn

zondag 5 augustus 2018

Emile Van Vooren

Emile Van Vooren



PS checken: (*Emiel van Vooren. Volgens Chabot heeft JDB veel tekeningen gemaakt van hem. Soms als minister).
 
John stuurde me een schets van Emile Van Vooren:









B0112 EMILE VAN VOOREN

In zijn conciergerie aan de universiteit in de Volderstraat te Gent
Appariteur à la faculté de GandPPARITEUR
E. Van Vooren qui fût pour De Bruycker mieux qu'un père nouricier et presque la providance


Gedurende deze periode komt JDB vaak samen met bevriende kunstenaars bij Emile Van Vooren (1849-1921), pedel en huismeester van de universiteit Gent. Zijn portiersloge (naast de zuilengalerij van de Aula) is een huiskamer en salon waar kunstenaars samenkomen en Emile Van Vooren treedt op als go-between voor het verkopen van hun kunstwerken.

Franz Hellens beschrijft deze plek met de poëtische vrijheid in Les hors-le-vent in het verhaal als ‘La cuisine des fous’. De ruimte zou gevuld geweest zijn met een haan en een kip, een kanarievogel en enkele duiven. De artiesten kunnen er werken in de warmte en krijgen er koffie, soep en boterhammen. Verschillende figuren komen erin voor onder andere namen (zoals Georges Van de Walle (1861-1923) of Cies de Kalle alias la Corneille, de Kraai – zie hierboven).

Ook JDB behoort tot dit bont gezelschap. En de plek wordt zijn vrije academie waar hij ongestoord kan tekene. Tot het gezelschap behoren naast Georges Van de Walle, Alfons Dessenis (1874-1952), een tekenaar en schilder die later (1901) lid werd van de eerste groep van de Latemse school; en Jules Verwest (1883-1957) die waarschijnlijk een schilderij maakte van de befaamde portiersloge. En last but not least de student Peter Bonnel (1889-?) die vele jaren later in (1956) in zijn Herinneringen aan Juul De Bruycker zal schrijven dat JDB hem toen als vriend begroet en hem  “als zodanig, door heel zijn lange leven, heeft behandeld” . 



PS Wat de studio betreft. JDB tekende die plek als omgeving van Cies de Kalle:

xx CONFRERE EN VRIEND CIS DE WALLE

Ook Cis De Kalle genoemd.
Deze tekening is gemaakt in de studio aan de universiteit welke Emiel Van Vooren bewoonde

 
* tekening bij John bekijken: zie dozen/boeken boven rechts, zie jas met Poésie, zie affiches... 
 


B0112 EMILE VAN VOOREN
In zijn conciergerie aan de universiteit in de Volderstraat te Gent
Appariteur à la faculté de GandPPARITEUR
E. Van Vooren qui fût pour De Bruycker mieux qu'un père nouuicier et presque la providance 
 
 
 
Verwest (zie verder)
 
 
 
 
 
"Wat het geheel nog echter maakt is het onderstaande schilderij gemaakt door mijn grootvader, welk ik vermoed over deze bewuste portier te gaan.

De heer Jean-Paul Den Haerynck, assistent aan de Gentse Bibliotheek liet mij het volgende weten:
Over Jules Verwest hebben we merkwaardig genoeg nog een andere specifieke bron die Hellens' Cuisine des fous in gelijkaardige bewoordingen beschrijft, uit diens werk kunnen we zelfs afleiden dat Hellens hier nauwelijks iets gefantaseerd heeft. Deze Duitstalige auteur heeft het werk van Franz Hellens ook absoluut niet gelezen.
Het gaat om professor Herman Nohl (zie het lemma op www.literair.gent.be ). De beschrijving komt voor in de brievenuitgave van Nohls correspondentie tijdens W.O.I, toen hij deel uitmaakte van de economische inspectie van het Duitse bezettingsleger in Gent; in 2005 uitgegeven door Walter Thys onder de titel: Ein Landsturmmann im Himmel: Flandern und der erste Weltkrieg in den Briefen von Herman Nohl an seine Frau. 
 
 
Zie: Vlaamse Kunstcollectie. MSK
 
 
 
 
Hoger hebben wij aangestipt dat nog een andere kunstenaar de woonkamer van Emile schilderde, m.n. AJphonse Dessenis( Het was die 'ontdekking' die ons er toe aanzette op zoek te gaan naar meer bijzonderheden omtrent het voorgestelde interieur, zijn bewoners en zijn bezoekers.
 
 
Tekening EMILE VAN VOOREN SLAAPT (B0109) van 1905
 
 


"Onze vriend Emile Van Voor en zullen we ook nog bij een andere gelegenheid ontmoeten, zoals in een artikel van 'gazetschrijver' K. Lybaert. In 1919 handelt deze over de bekende Gentse volksmaatschappij 'De Lochte Genteneirs', "een groep menschen, in maatschappij vereenigd, die zich oefenen in het uitvoeren van pantomiemen, welke op de Gentsche kerrmis eene eereplaats innemen op het stedelijk feestprogramma. "(De Vriese, L., Verhalen en schetsen uit mijn werk, in: Oostvlaamse Zanten, Gent, 1931, jg.6, m.l, p.12-40. Hierin wordt een artikel opgenomen dat de journalist K. Lybaert in 1919 schreef over 'De Lochte Genteneirs'.)

Op het einde van het artikel lezen wij het volgende: "Onze Gentsche meester-etser Jules De Bruycker, een onovertrefbare humorist, heeft eene schilderij gemaakt in 1913, een dansfeest der 'Lochte Genteneirs' op de Oude Beestenmarkt voorstellende. 't Is een meesterwerk, dat duizenden waard is en waarop zijn vriend Emiel Van Vooren, lokaalhouuder der Hoogeschool, en gelukkige eigenaar van het doek, terecht fier is. "

Hellens

Les Documents secrets ou la construction d’une image de soi : Franz Hellens et l’identité d’écrivain-peintre

https://journals.openedition.org/textyles/188#ftn21

Contrairement à la génération de 1880, dont les écrits ne considèrent « aucun milieu professionnel vivant et en rupture, aucun schéma de vie marginale » 18, Hellens ancre l’origine de son premier roman dans un univers artistique en marge de son propre milieu. De cette façon, il se rattache à la conception romantique de la bohème, dont « La cuisine des fous », un des contes des Hors-le-vent, pourrait fournir une illustration. Cette nouvelle décrit un lieu d’artistes, où l’on peut notamment retrouver le dessinateur Jules De Bruycker, qui illustrera En ville morte 19. À l’époque où il rédige ce roman, artistes et bohème constituent pour l’auteur les deux faces d’une même réalité 20.  







In het verhaal La Cuisine des Fous (1908) schrijft Hellens het personage Jules, le caricaturiste. Hoe hij zijn prooi om te tekenen benadert.

“Près du feu, comme un chat qui se chauffe la fourrure, le caricaturiste montrait une féline clairvoyance ramassé en ses yeux vairons qui jouaient avec l’âme du sculpteur, la roulaient et la disloquaient comme une chiffre (…) Le dessinateur conservateur une lucidité parfaite. Il faisait sa proie de toute cette matière d’hallucination. Ses yeux, aux reflets d’acier, glissaient comme des lancettes, plus rapides des crayons” (114) geciteerd door Krains (voetnoot 23).


 Verwijzing naar een brief van Nohl.




Station