Posts tonen met het label etsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label etsen. Alle posts tonen

dinsdag 5 mei 2020

Permeke etsen


Over de etskunst schrijft Permeke – die JDB goed kent – een brief aan zijn zoon die wou etsen of graveren. Hij moedigt hem aan maar kan het toch niet laten zijn principe te herhalen, met name dat “origineele teekeningen het wèl halen bij n'importe welk procédés die altijd maar métier zijn, afkooksels van de spontane uitdrukking welke, zoo klinkt het zóó botst het direct en spasmodisch geboren worden. Crêatief.’ (brief 13.12.1943) (Van den Bussche 1986: 289). In dezelfde brief levert hij verdere commentaar op Ensor in het bijzonder (en van de weeromstuit geldt die opmerking ook voor de hele etsccultuur). Permeke waardeert het werk van Ensor, maar hij verwijt Ensor dat hij te veel exemplaren heeft laten drukken om “den kalant” te bevredigen: “Men moet de tirage kunnen beperken en daarnà de clichés vernietigen - om de waarde aan de goeie épreuven of hun waarde te behouden” (Van den Bussche 1986: 289).

Van den Bussche, Willy (1986), De brieven van Constant Permeke aan zijn zoon. Paul. Vlaanderen. Jaargang 35 (1986). Dbnl: 
https://www.dbnl.org/tekst/_vla016198601_01/_vla016198601_01_0064.php 

donderdag 23 april 2020

MSk: platen

Vlaanderen. Jaargang 34 · dbnl



Het Museum verwierf ook - door tussenkomst van ere-conservator Paul Eeckhout - de reeks ‘Gens de chez nous’ van Jules de Bruyker (inkttekeningen van uit een café aan de Korenmarkt). Daarnaast ontving het museum 140 koperplaten als schenking van Mevr. wed. De Bruycker. 

zondag 19 april 2020

Permeke over etsen

 Permeke over etsen:

Vlaanderen. Jaargang 35 · dbnl

Brief aan zijn zoon
Ge kunt ook nog graveeren, daarom niet noodzakelijk op koper maar op zink met een gewone naald en dàn maar in de acide. In dien aard verschaft ge U steeds afwisseling in het werk. Schilderen, zalig niets doen, teekenen, linos, poppenspel, eten-drinken - slapen. Alles brengt U dichter bij het einde, dat zoolang niet meer zal wegblijven.’

Niettegenstaande hij zijn zoon aanmoedigt gravures te maken, heeft Permeke zelf nooit deze discipline beoefend omdat hij het unieke werk verkoos boven het gemultipliceerde: ‘Maar ik blijf bij mijn princiep dat origineele teekeningen het wèl halen bij n'importe welk procédés die altijd maar métier zijn, afkooksels van de spontane uitdrukking welke, zoo klinkt het zóó botst het direct en spasmodisch geboren worden. Crêatief.’ (brief 13.12.1943)

Verder in deze brief geeft hij zoals steeds weer een staaltje van zijn typische, plastische uitdrukkingen: ‘Geef mij daarom liever uw teekeningen - hoe onbeholpen ze ook mogen wezen! Spontaan werk - gelijk n'en jager naar zijn geweer grijpt als hij een haze niet! Hij is jager of hij is er geen, dàn is hij n'en Krabber.’

Terloops looft hij in dezelfde brief de kwaliteit van de etsen van Ensor maar geeft hem terzelfder tijd een veeg uit de pan omdat hij de laatste jaren teveel herdrukken van zijn etsen maakte: ‘Tot nu toe vond ik het interessanter dat er alleen eenige exemplaren van mijn werk bestonden. Dat is een standpunt gelijk een ander. Zooals voor Ensor is zulks geen nadeel in zijn werk etsen, en welke etsen tegen te komen. Die kerel heeft integendeel zijn oeuvre ermede verrijkt, maar... ik voeg eraan toe dat het allemaal geen Ensor's zijn die eauxfortes gedaan hebben. Zijn geval is eenig als van Rembrandt. Toch heeft hij de laatste jaren wat veel gedrukt zóó oneindig veel - waarom - ja waarom - omdat het een gemakkelijke ressource oplevert dat men voor een zakelijken kant nóg meer eens een tirage drukt die den kalant bevredigt. Men moet de tirage kunnen beperken en daarnà de clichés vernietigen - om de waarde aan de goeie épreuven of hun waarde te behouden. 

vrijdag 3 april 2020

Joseph Pennell, Pen drawing

Pennell, Joseph (1920/ 2013), Pen drawing and pen draughtsmen : their work and their methods : a study of the art today with technical suggestions.







Full text of "Pen drawing and pen draughtsmen : their work and their methods : a study of the art today with technical suggestions"

zaterdag 22 februari 2020

Brief Jules De Bruycker aan Van Campenhout


Brief 95    27/03/1926   tekening
                                                                  RIP
Mon Cher Van Campenhout
Bien reçu votre lettre et je me réjouis quand même que vous avez contenté votre futures collectionneurs. Savez-vous bien que j’ai senti quelque chose quand vous me dites que Lui, le Dragon, vient de mourir dans la clinique ou il a vu le jour !
J’estime qu’on devra respecter sa fin et lui laisser un repos - après 125 montages - bien mérité.
Dire qu’il était accompagné par le Glas sonnant le Tocsin!
Mon amateur portera le deuil accompagné par un portefeuille d’artiste aplatie par la douleur.
J’ essuie mes larmes en apprenant vos conditions et mon imagination cherche d’autres bestioles capables de cracker des billets de Banque comme notre cher défunt.
Recevez mon cher confrère en douleur avec nos condoléances sincères mes salutations les meilleurs.
Probablement vous recevrez ma visite. Mercredi, le tortionnaire mondain Vander Ghinst*, m’attend avec ses instruments de torture.

 * Irénée Joseph Vander Ghinst (Brugge28 juli 1884 - Watermaal-Bosvoorde30 april 1949) was een Belgisch hoogleraar, stomatoloog ... 


Irénée Joseph Vander Ghinst (Brugge, 28 juli 1884 - Watermaal-Bosvoorde, 30 april 1949) was een Belgisch hoogleraar, stomatoloog en invloedrijk persoon.

Tegelijk was hij actief in politiek-literaire kringen. Hij leerde er Marianne Vauthier kennen, met wie hij in 1912 trouwde. Ze hadden een enige zoon, Marcel. Verder werd hij bevriend met onder meer de dichter René Lyr, de aquarellist Jules De Bruycker, de schilder Henri de Groux en de hellenist Raymond Herbos. Hij maakte kennis met de voormalige priester en filosoof Marcel Hébert (1856-1916), die de kerk verlaten had na de veroordeling van het modernisme, doceerde aan de Brusselse Université Nouvelle en als het ware zijn mentor werd. 

PS

https://cdn.uclouvain.be/public/Exports%20reddot/cehec/documents/Serie_A_Van_der_Ghinst.pdf  


Archives Jules de Bruycker : Correspondance de Jules de Bruycker à I. van der Ghinst (1910-1944), ML 3415 ;

Par ailleurs, l’étudiant prend part active aux aspirations de la jeunesse intellectuelle et artistique d’avant guerre. Aussi se lie-t-il avec l’aquarelliste Jules De Bruycker41, le peintre Henry de Groux42, l’helléniste Raymond Herbos43 et Marie Heuwerts, alors proche des Verhaeren44 et surtout avec la fille du juriste Maurice Vauthier45, Marianne, qu’il épousera en 191246. 




donderdag 30 januari 2020

Bauer

Marius Alexander Jacques Bauer (Den Haag, 25 januari 1867 - Amsterdam, 18 juli 1932) was een Nederlandse kunstschilder. De grootste bekendheid kreeg hij met het maken van etsen en litho's met Oosterse taferelen en hij wordt dan ook Nederlands bekendste oriëntalist genoemd.


JDB schrijf zeer lovend over de etser M. Bauër - die prachtige etsen maakte van Indië en Egypte maar er bestaat geen catalogue van zijn werk.

"J'avoue que le métier d'aquafortiste n'est pas rose en Belgique!" (1927)

Op de hoogte jrg 18, 1921 [volgno 12] » 01-11-1921(schatting) - Pag. 2 | Delpher


"Er schuilen voortreffelijke grafici onder hen; de gravure heeft in de nadagen der oude groote schilderschool ongetwijfeld gebloeid en Rembrandt is tot op heden in de kleine ets, welke hij bevoorkeurde, de onovertroffen meester. Hij hield er van te teekenen met bister en er kwamen er na hem die nog meer dan hij en met meerdere kleuren waschten in hun teekening. Maar de ets en de teekening, zóóver opgevoerd dat zij de compleetheid en de valeurs van een schilderij erlangen, ontstaan eerst in de 19e eeuw. Rembrandt's honderdguldenprent is een iets waar ieder in die dagen over roept, omdat zij wat grootte en doorwerktheid betreft, valt buiten de maten van dien tijd. Maar een Bauer, een Brangwyn en de Bruycker doorploegen in onzen tijd een etsveld zóó groot, dat nu nog sommige minnaars van oude etskunst er tegen in opstand geraken. Maar die wat verder zien beseffen, dat niets zoozeer als juist het ets-schilderij en aquarel-schilderij, zooals een Weissenbruch dit laatste maakte, behooren tot datgene wat onze tijd van een vorige onderscheidt en dat het een even merkwaardige   ..."

maandag 11 maart 2019

Jules Fonteyne





Fonteyne, Jules

Identity

Category

Person (Male)

Status

  • Amateur

Details

Life dates

Bruges, 1878 - Bruges, 1964

Activity

1905 ca Bruges
° 22.7.1878; + 11.8.1964. Painter of portraits and of popular Bruges characters. An engraver, his graphic work was similar to that of Jules De Bruycker. Pupil at the academies of Bruges and Brussels. He built a camera in his youth. Member of the "Cercle Photographique de Bruges" and of the "Cercle artistique ‘Kunstgenegen’". Only a few of his photographs survive, since unfortunately he destroyed a large number of negatives.

Locations

1905 ca Bruges

Bibliography/Webography

MICHIELS, G., "Jules Fonteyne". Bruges, 1973.
HOSTYN, Norbert. "Fonteyne Jules", Le Dictionnaire des peintres Belges du XIVe siècle à nos jours, La Renaissance du Livre, t. 1, 1994, p. 443.

Management

Record source

DIRECTORY_1997#1693

Identity of institution

FotoMuseum Provincie Antwerpen

Dates of creation/revision

SFJ revised 24.1.2018


Jules Fonteyne werkte in Brugge wonen als kunstschilder, etser en boekillustrator. Hij ontwierp ook de decoratie voor de meubelen.


De Eerste Wereldoorlog vormde een cesuur in zijn loopbaan. In de eerste maanden van de oorlog (augustus-oktober 1914) vervulde hij als lid van de Burgerwacht bewakingsopdrachten in en rond Brugge, maar midden oktober werd de Burgerwacht ontbonden en werd hij huiswaarts gestuurd. Kort nadien vergezelde hij zijn moeder en twee zussen via Oostende naar Engeland, voor wat aanvankelijk als een kort verblijf voorzien was. Hij zou er uiteindelijk tot 1919 blijven, eerst in Londen, daarna in Bridgwater (Somerset). Daar kwam hij in contact met het Engelse kunstleven en leerde er het werk van de Prerafaëlieten kennen. Uit die tijd dateert een potloodtekening van Veurne (1916) en de gekleurde allegorische pentekening De dood van Ieper (1918). De meeste werken die hij in die periode maakte zijn evenwel in Engeland gebleven. Het is niet bekend wat hiervan bewaard bleef.


Na de oorlog ontving hij regelmatig opdrachten voor het ontwerpen van kerkmeubilair, kruiswegen, glasramen en andere ornamenten voor de kerken en kloosters die na de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog. In 1921 kreeg hij een aanstelling als leraar aan de Stedelijke Academie van zijn geboortestad, in 1927 benoemd tot directeur van de Brugse Academie. Na zijn pensionering en tot aan zijn overlijden in de zomer van 1964 was hij vooral actief als etser. Hij stelde niet tentoon en zocht ook anderszins niet de publieke belangstelling. Maar hij kon rekenen op een beperkt doch trouw koperspubliek, dat hoofdzakelijk uit Brugge en de omgeving kwam.



Werken


Hij beheerste diverse technieken: olieverf, potlood-, pen- en houtskooltekening, graveer- en etskunst. Daarnaast experimenteerde hij met ceramiek. Hij was tevens fotograaf, al gebruikte hij de fotografie veeleer als documentatie ter ondersteuning van zijn grafisch oeuvre en niet zozeer als een kunstvorm op zich. Niettemin zijn van hem enkele mooie stadsgezichten van Brugge in het begin van de twintigste eeuw bewaard.


Ook zijn onderwerpen waren verscheiden. Hij was onder meer een zeer begaafd portrettist, zoals blijkt uit de twee portretten die hij van de schrijver Stijn Streuvels tekende, waarvan een gedateerd 1912 (beide nu in het museum Het Lijsternest in Ingooigem) (…)


Als boekillustrator ontving hij vanaf 1910 opdrachten van de Nederlandse uitgever L.J. Veen te Amsterdam, voor het illustreren van werken van Stijn Streuvels. Op verzoek van uitgever Eugène De Bock van De Sikkel (die het werk van Fonteyne erg waardeerde) leverde hij tekeningen voor een bibliofiele uitgave (1930) van De zeer schone uren van Juffrouw Symforosa van Felix Timmermans. Voorts illustreerde hij boeken van Maurits Sabbe, de Brugse volkskundige Karel De Wolf en anderen. Als graficus ontwierp hij tevens affiches, medailles, ex-librissen en zelfs kunstvlaggen, die door het Brugse atelier English uitgevoerd werden.


De meeste bekendheid geniet Jules Fonteyne door zijn tekeningen en etsen waarin hij figuren en taferelen uit het verpauperde Brugge van zijn jeugd afbeeldt: vis- of groenteverkoopsters, kantklossters, koetsiers, volksvrouwen die een praatje maken, processies... Als achtergrond is de stad Brugge nadrukkelijk aanwezig. Het gaat hierbij niet om een fotografisch juiste weergave van een concrete straat of een bestaand plein. Hij toont een imaginair Brugge, dat toch onmiddellijk herkenbaar is. Een regelmatig voorkomend achtergrondmotief is de toren van de Jeruzalemkerk. Op enkele uitzonderingen na zijn zijn werken niet gedateerd. Zijn etsen werden niet genummerd. Tot de bekendste titels behoren De Doop, Het schip Sint-Michiel uit de Blindekensprocessie en diverse taferelen met visverkoopsters op de zogenaamde 'Kleine Vismarkt' in Brugge. Vanwege deze werken wordt hij tot de zogenaamde Brugse School gerekend.



Zijn etsen worden weleens vergeleken met die van zijn Gentse tijdgenoot Jules De Bruycker (beiden kenden elkaar overigens). Maar het werk van deze laatste is krachtiger, somberder en meer getormenteerd. Bovendien kleurde Fonteyne zijn etsen dikwijls in met aquarel, wat ze een bijzonder cachet verleent.

(Wikipedia)
zie mail van Marc Ryckaert via Jan Dumoulin

woensdag 9 januari 2019

Tentoonstellingen Amerika Los Angeles

Jules De Bruycker (1870-1945) – dagelijks iets degelijks

https://ronnydeschepper.com/2008/10/18/werk-van-jules-de-bruycker-in-de-sint-niklaaskerk/

"Aangezien de etsen van Jules De Bruycker in Gent erg gegeerd zijn, ging ik destijds eens praten met galeriehouder Jean-Pierre Van Langenhove en zijn zoon, die zowat gespecialiseerd zijn in de materie sedert ze tot tweemaal toe de hand konden leggen op de volledige collectie van De Bruycker en er tot in Los Angeles tentoonstellingen mee organiseerden. “Los Angeles, dat was een belevenis,” zucht vader Van Langenhove, terugdenkend aan de filmvedetten die in 1991 de expositie bezochten, maar ik wilde eigenlijk weten of ook de gewone man in de straat zich een De Bruycker kan veroorloven. “Waarom niet? Hij heeft meer dan 200 etsen gemaakt, waarvan er gemiddeld 40 tot 120 afdrukken werden gemaakt, al naargelang van het feit of het om droge naald- of diepdruk-techniek gaat. Echt zeldzaam is het werk dus niet en dat drukt de prijs.” Buitenstaanders kunnen ook soms een goede zaak doen omdat een échte grafiekliefhebber “ne vieze” is, zoals Van Langenhove het plastisch uitdrukt. “Die zijn erg secuur wat de staat van de ets aangaat. Indien op karton geplakt of een beetje afgesneden, dan moet-ie het al niet meer hebben.” Voor “nen echte” moet een ets uit een map komen, zodat hij nog schoon wit is en de passe-partout (rand van de ets) zich nog niet heeft afgetekend. Maar “gewone mensen”, zoals u en ik zijn al veel rapper tevreden en dat scheelt dus in de prijs…"

woensdag 28 november 2018

Whistler: Catalogue Raisonné










Whistler Etchings :: Home


This project explores the creative processes of the American-born artist, James McNeill Whistler (1834-1903), as an etcher and printer. A major figure in 19th century printmaking, he created 490 etchings. The evolution of each etching from the copper plate through different states to the final print is investigated, and illustrated. Some etchings were completed at one sitting, others went through twenty states before the artist was satisfied. Over 9500 impressions of these prints have been located and investigated during our research.


Glossary:

James McNeill Whistler, The Rialto, 1879 -80. Photograph: Fine Arts Society



Station