Posts tonen met het label Bruegel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bruegel. Alle posts tonen

vrijdag 8 januari 2021

Daye


Hippolyte DAEYE
Brief aan Hippolyte Daeye                                     (sic)        (17/2/1924 ? achteraf aangebracht, niet JDB)

Bien reçu votre amicale lettre et le bulletin pour la manifes­tation Breughel*1.
Inutile de vous dire que je suis de tout cœur des vôtres. Que chambard - l'exposition de Permeke a causé.*2
Quand à celle-ci je lai trouvé admirable! Quel tempérament !
As-tu lu l'article de Deville dans la Fédération des Artistes - j'estime que cest un vrai scandale! Au plaisir de vous revoir      meilleurs amitiés.
Brief aan Hippolyte Daeye                                     (sic)        (1/8/1925 ? achteraf aangebracht, niet JDB)

Over Daeye : zie verder deze blog.
* 1 1924 : viering n.a.v. de 400ste verjaardag van Bruegels geboorte (zie verder in deze blog).
Sinds 1924 hangt er er een gedenkplaat voor Breugel aan de gevel, ter gelegenheid van de 400ste verjaardag van de geboorde van de kunstschilder.[4] Hierop staat de volgende zin: 'Aan Pieter Bruegel 1524 - 1924. Hulde van het Volk, aan zyn Groot Schilder'.

*2 In 1924 stelt Permeke tentoon bij Giroux. Overzichtstentoonstelling met 270 werken (1912-24)
Van de Woestijne schrijft
“Intusschen waren de twee honderd doeken en groote teekeningen van zijne jongste tentoonstelling bij Giroux geweldig als onze zwarte Noordzee-zelve: wie er de ontstellende grootschheid niet van inzien mocht, heeft die Noordzee alleen gezien bij een schoonen zomerdag, door de bonte wemeling heen van elegante badgasten en de groote ruiten van een veilige Kurzaal. Na dezen barbaarschen Permeke kwam de fijne, de beschaafde Marcel Jefferys.”

Mon Cher Ami.
Mieux vaut tard que jamais !!!
Je vous envoie enfin une réponse a votre bonnes lettres. Si la mienne n'a pas été écrite plus tôt cest que nous avons été an voyage et à notre retour en affaire aux taxes ! Cela équivaut pour l'artiste à une grave maladie… vu que j’ avais fait tout cela à l’envers.
Une autre maladie c' était le choix que vous avez fait. Pour comble de malchance cette eau-forte sur chevalet était l'unique épreuve d’un cuivre détruit. Je me permettrai donc de vous en­voyer lundi une de (à mon avis) mes meilleures épreuves qui je l' espère ne vous déplairera pas trop.
Jusqu'ici nous ne sommes pas encore arriver jusqu’ à Anvers.
Je le regrette beaucoup - sous peu nous passerons quelques jours à Paris et doucement nous allons vers l'hiver - saison des expositions de Bruxelles où nous aurons certainement le plaisir de rencontrer l'Ami Daeye.
Bonne poignée de nous - de nous deux.
Brief aan Hippolyte Daeye*                                   (sic)       
Mon Cher Ami.
Nous devons a notre regret remettre votre visite. Je suis de nouveau pris ici à Gand pour l'affaire du Salon. Ce sera donc encore pour plus tard. Votre bonne visite nous a fait vraiment du plaisir. Mais ce qui me ferait aussi du plaisir ce serait d'apprendre si parmi tous les eaux-fortes que vous avez vu ici il s'en trouverai une qui pourrai te plaire ! Je serai enchanté que vous voudriez bien m'en indiquer une… si vous pouvez encore vous rappeler ce que vous avez vu? Je connais votre goût raffiné et j'ai eu terriblement la frousse ! Un mot et je vous expédie directement celle que vous m' indiquerai.
Nos bien meilleurs amitiés et bonne poignée de main.

Bruegel: viering 1924

Leen Huet. Blog


De intussen gebruikelijke manier waarop in Bruegels land naar Bruegel werd gekeken, wekte Paul Van Ostaijens ergernis. Aan de Bruegelviering van 1924 bewaarde hij wrange herinneringen:  “Men doorkruiste de straten van Brussel in versleten plunjes uit de arme garderobe van een theaterkostumiertje en daarna is er een banket geweest: daar prijkte op elke langtafel ter ere van de gevierde en om in zijn sfeer te blijven – waarachtig, het is geen fantasie van mij – een kalfskop! Tot meerdere eer en glorie! Neen, dit is niet alles. De feestredenaars, die de hulderede moesten afsteken meenden niet voortreffeliker te kunnen handelen dan door in brussels jargon, geen dialekt, maar een afschuwelijk verbalemonden van ons nederlands  – naast Rembrandt de meest vergeestelikte onder alle nederlandse schilders voor te stellen.” Ach, de zogenaamde kenners gooiden gemakzuchtig alles op een hoop. “Voor hen die Bruegel en Pallieter – God betere ‘t – in één adem noemen, moge toch eens daarop gewezen worden dat zij twee volstrekt verscheiden werelden superposeren. Bruegel neemt geen deel aan de boerenvreugde, aan de voorgestelde boertigheid. Timmermans integendeel bestaat alleen door een steeds opnieuw betuigde deelname, in het tempo van een climax in deze deelname. Bruegel hoort zelf niet thuis in zijn schilderijen. Timmermans staat midden in de handel van zijn Pallieter. Breugel eet niet mee van de rijstevlaaien, maar Timmermans doet waarachtig zijn uiterste best door overdreven meezwelgen zich populair te maken. [….]  Onder al de Vlaamse kunstenaars is juist de lukrake genieter Timmermans, degene die het allerverst van Breugel is verwijderd.”

L. Huet, Pieter Bruegel. De biografie, hoofdstuk 8


*1. Sinds 1924 hangt er er een gedenkplaat voor Breugel aan de gevel, ter gelegenheid van de 400ste verjaardag van de geboorde van de kunstschilder.[4] Hierop staat de volgende zin: 'Aan Pieter Bruegel 1524 - 1924. Hulde van het Volk, aan zyn Groot Schilder'.

Invloed: Ingen

Project MUSE
https://muse.jhu.edu/article/597000

"I have kept reviews of my works of this period. The principal ideas stressed in these reviews can be summarized as follows: Ingen's work contains the satyrical of George Grosz and Otto Dix, the vision of Hieronymus Bosch, the mysticism of Jules de Bruycker, a reincarnation of Pieter Bruegel-all this with a skill, mastery of form and patience typical of another era.  “

Ivan Ingen, On the Interpretation of My Drawings and Watercolours. Leonardo. MIT Press. Volume 5, Number 1, Winter 1972

Johan (Hans) van Ingen (Surabaya (Indonesië), 17 augustus 1918Zeist, 2006)

café

Joris van Parys, Masereel · dbnl
http://www.dbnl.org/tekst/pary001mase01_01/pary001mase01_01_0004.php

"Als geen ander heeft Jules De Bruycker het Gent van de eerste jaren na de eeuwwisseling geportretteerd. De types die hij op straat, in de wachtzaal derde klas van het station of op de goedkoopste plaatsen in de nok van het theater - het ‘uilenkot’ - observeert, bevolken in zijn werk een wereld van kerken, markten en steegjes waarin de geest van Bosch en Bruegel herleeft. ‘Hij liep een café binnen,’ zegt Chabot, ‘zoals een landschapsschilder naar buiten trekt. In de kroeg schetste hij, gedoken achter een opengevouwen krant.’  "

Veerleplein vanop verdieping (café Henk)?

Tekening: B0382 WEEKEND OP HET VEERLEPLEIN


 Ets: 009C PLACE SAINTE PHARAILDE // VEERLEPLEIN 1906





Rechts onderaan: JDB aan het tekenen.

Vanop een verdieping in één van de huizen (kant van Henk...).

“De eerste ets is getekend vanuit het raam van de eerste verdieping. Dat is goed te zien aan de ooglijn (de horizont, een denkbeeldige horizontale)) in het perspectief van de gevelrij rechts.” (Luc)



Place Ste. Pharailde, Ghent (Het Veerleplein te Gent)

Etching, 1906, LeRoy 7 (iii/III), edition unknown but probably fewer than 50. 8 5/8 x 14 1/2 in. Signed and dated in the plate. Signed and titled below the image in pencil. This is a fine impression printed on cream-colored Japanese paper. The margins are full. The condition is quite good apart from occasional scuffs in the outer margins. This wonderful, early work reminds of the great Flemish tradition of the of kermis, or village fair, which was made popular early on by Breughel and others. A pen and ink drawing exists for this print and is now in a private collection. Other works by de Bruycker are currently available.
Kritiek:

"Gelijkaardige gevoelens van vervreemding ten opzichte van de moderniteit kunnen tevens in de werken van Jules De Bruycker getraceerd worden . Dit blijkt bijvoorbeeld uit de ets ‘Veerleplein’ (1906) [Afb. 168] waar De Bruycker de vooruitgang van de moderniteit in de vorm van een racewagen laat contrasteren met een populair traditioneel gebruik, namelijk het marktgebeuren. Dit traditioneel gebruik werd echter ernstig bedreigd door de opkomst van warenhuizen en permanente handelszaken op het ogenblik dat deze ets gemaakt werd,792 waardoor het tafereel van De Bruycker een folkloristisch karakter krijgt.793 Het traditionele marktgebeuren met de moderne racewagen in de ets ‘Veerleplein’ speelt zich bovendien af in de schaduw van de restauratiewerken van het Gravensteen, wat als een onderdeel van het transformatieproces van de stad kan beschouwd worden." (Jonckheere).

Kritiek:


“In  zijn  ets  Het  Veerleplein (fig.  I.3.4) krioelen  de  mensen  over  het  marktplein. De ets is  rijk  aan  details,  de  figuren  zijn ‘Bruegeliaans’  en neigen naar het karikaturale. Hij verhoogde de horizon en liet het  perspectief traag afnemen waardoor hij een rusteloos woelen van de  mensen  kon  uitbeelden  en  tegelijk  een  gevoel  van  openheid  kon  behouden”.

Kirtiek: 

Het Sint-Veerleplein, aan de voet van het Gravensteen, beschrijft hij zoals de "Prondelmarkt" aan Sint-Jacobs door de ogen van de etser Jules de Bruycker: "En 't zijn de rumoerige, hard-bekkige wijven, met de nijdig-puilende oogen en de paarse gezwollen handen om de 'Visch-mijn': aan de groote Veerle-plaats, onder 't opstandig-rustige Graven-kasteel, midden in de groenten die schetteren onder den grooten zeil-doeken paraplu, een grijs schildwacht-huisje, waaruit krankzinnig-vlug een manne-stem reeksen cijfers uitgilt, er om-heen de kudde der logge en beweeglijke visch-vrouwen, hun blauw-beschorte buik over eene glimmende ijzeren balie, (Karel Van de Woestijne)

Over het Veerleplein



Veerleplein
Het Sint-Veerleplein, aan de voet van het Gravensteen, beschrijft hij zoals de "Prondelmarkt" aan Sint-Jacobs door de ogen van de etser Jules de Bruycker: "En 't zijn de rumoerige, hard-bekkige wijven, met de nijdig-puilende oogen en de paarse gezwollen handen om de 'Visch-mijn': aan de groote Veerle-plaats, onder 't opstandig-rustige Graven-kasteel, midden in de groenten die schetteren onder den grooten zeil-doeken paraplu, een grijs schildwacht-huisje, waaruit krankzinnig-vlug een manne-stem reeksen cijfers uitgilt, er om-heen de kudde der logge en beweeglijke visch-vrouwen, hun blauw-beschorte buik over eene glimmende ijzeren balie, (Karel Van de Woestijne)
Later deed het plein tot begin 20ste eeuw dienst als groentenmarkt. De belangrijke gebouwen rond het plein werden in 1913 gerestaureerd naar aanleiding van de wereldtentoonstelling van 1913. In 1993 werd het plein en zijn omgeving als stadsgezicht beschermd. Tot het beschermd gebied behoort ook een stukje van de Kleine Vismarkt, Jan Breydelstraat en Burgstraat. (Wikipedia)


















Grotesken


Interessante tentoonstelling in Antwerpen:

De Grotesken. Een fascinerende fantasiewereld. | Museum Plantin-Moretus

 




Van 5 april tot 15 september belichten we groteske kunst, van de 16de eeuw tot nu. Met prenten van Hans Vredeman de Vries, Cornelis Floris, Jheronimus Bosch, Pieter Bruegel, James Ensor, Fred Bervoets, Carll Cneut en vele anderen.



"Een aap met een knots*, een man met bokkenpoten, een duif in een kleedje, ... Wie de tijd neemt om naar groteske prenten te kijken, ontdekt een fascinerende fantasiewereld. Grillig, bizar, monsterachtig, maar ook karikaturaal en lachwekkend. 3


Het werk van JDB had er niet misstaan.



PS


“Als chroniqueur van zijn tijd schetste hij op vaak groteske wijze het volkse leven op straat… “


Zie de tekening GROTESQUES (182) 1925

Zie het oorlogswerk (zie de aap met de knots*)

Zie de invloed van Bosch, Breugel, Ensor.
 

oorlog: Callot & Bruegel

https://ehne.fr/en/article/wars-and-traces-war/representations-war/painting-war

In his Massacre of the Innocents, Brueghel the Elder transposed this biblical theme onto a Flemish village in order to condemn the cruelty of the Spanish occupation and the barbarous acts perpetrated by the marauding soldiers. Meanwhile, a series of etchings by Jacques Callot entitled The Miseries and Misfortunes of War (1633), was a means of the artist denouncing the ravages of the Thirty Years War in his native Lorraine. Other, later works would also denounce the burning, sacking and bombardment of towns and villages. 

donderdag 7 januari 2021

JDB: Bruegel

Ray Nist, Les Salons (1911)


http://digistore.bib.ulb.ac.be/2011/ELB-ULB-545307-1911-000-024_f.pdf

"Nous avons déjà eu l'occasion, lors d'une précédente chronique, de parler de Jules De Bruycker, une sorte de Breughel du cuivre, homme étrange, aux conceptions naturellement étranges, qu'il grave d'un burin énergique, qu'il éclaire de lumières riches, dorées, puissantes. Nous espérons pouvoir donner un jour à nos lecteurs un dessin de ce remarquable artiste, mais De Bruycker n'est pas facile à rencontrer, et, fût-il devant vous, la porte entr'ouverte, il est homme à vous répondre que M. De Bruycker est en voyage! Ses manies ont raison si son exil de ce monde nous donne des œuvres curieuses, vues dans un autre, plus intense, fantastique; ses Marchés sont inénarrables, extraordinaires. Son Dévot à la mine béate, assis bien confortablement dans l'église, une chaise dans le dos, une autre pour les pieds et le chapeau devant lui, tout noire massif sur le fond lumineux du chœur, est une œuvre ; ainsi que le cirque aux figures fermes, fouillées, expressives; la seule disposition des personnages qui garnissent les galeries est d'un maître.

woensdag 12 februari 2020

Ensor Callot Bruegel

Deze ets is een van de meest gedurfde uit Ensors grafische oeuvre. De voorstelling verwijst naar het schilderij "De val der opstandige engelen'” van Pieter Bruegel (Brussel Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België) de ets "De verzoeking van de heilige Antonius'” van Jacques Callot en de fantastische figuren van Jheronimus Bosch. De ets is bovenal een hoogtepunt in Ensors eigen fantastische vormentaal.




woensdag 13 februari 2019

Hellens

HELLENS, Franz. Drouotonline.







HELLENS, Franz
"Le souvenir de Jules De Bruycker". Manuscrit aut.s., 4/8/1970, 2 pp. sur 2 ff., in-4. Evocation admirative de l'artiste gantois rencontré lors de ses années d'université, de visites à son atelier où il croisait notamment "Sis de Kalle", personnage haut en couleurs souvent caricaturé par De Bruycker, de leurs promenades dans le Gand d'alors. "Je l'accompagnais aussi dans les quartiers clandestins du vieux Gand, où grouillait à cette époque une population de vrais troglodites, dans l'obscurité des rues et ruelles, sorte de vermine humaine livrée à toutes sortes d'opérations mystérieuses (...) Je considère Jules De Bruycker comme l'un des artistes les plus originaux du dix-neuvième, une sorte de Daumier flamand, héritier direct des Bosch et des Breughel (...) Je pense qu'on peut placer De Bruycker au niveau d'un Ensor; plus haut encore peut-être (...) il mérite une réputation universelle".  Joint, du même : 7 l.a.s. à Paul Eeckhout, 1961-1970. Formats et étendue div. A propos de son buste par Germaine Richier (+ 3 photos), de Jules De Bruycker à propos duquel il réitère son admiration. "De Bruycker se situe dès à présent au niveau d'un Piranese, d'un Goya, d'un Breughel. C'était un modeste, qui ne se souciait que de son art". Provenance : Paul Eeckhout. 

Station