Posts tonen met het label invloed van. Alle posts tonen
Posts tonen met het label invloed van. Alle posts tonen

donderdag 14 januari 2021

Invloed: Japanse prent

JDB en Japanse kunst & Hokusai

“Ook konden we invloed van de Japanse kunst waarnemen in de drang naar het decoratieve: van zijn laatste werken. Japanse invloed vinden we in de karikaturale trant en in de uitbundige gebaren van sommige figuren”
De uitbundige gebaren, de karikaturale trant, die de figuren maken, doen denken aan bepaalde se zoals van Hokusai vb. in de prent "Mochi-makers" (Afb. 71) (4)
(Callebaut)

 
 
Chabot: 
Chabot spreekt van invloeden uit het Oosten en verwijst naar de Boeddha
Verder gelijken de composities op Khmer.

Japanse kunst: “half ironisch, half karikaturaal, dichte observatie van de details en voorkeur voor monsters” . En “kleine drukdoende figuurtjes op Japanse tekeneningen: ook die maken zulke uitbundige gebaren” (Chabot 116).
 
 
 Chabot:
 

Een meesterschap in het observeren en tekenen waarover Chabot schreef: “Is dit niet zo groot als de Japanse kunst? Een terrasstoel is op zichzelf banaal, maar De Bruycker maakt er iets bijzonders van. Dat doet hij met een bierglas, een melkkannetje, een gewone hoed” (Chabot) (Huys 104).


 
A0121 ZELFPORTRET 


Waarschijnlijk: Tōshūsai Sharaku (18de eeuw) was een Japanse ukiyo-e printontwerper, bekend om zijn portretten van kabuki-acteurs.





Aan John

Ik denk dat ik de naakte nog een tekening gevonden met een Japanse prent:


A0307 NAAKT_japans.jpg

A0307

Ik vind ook: 
Schermafbeelding 2021-02-14 om 16.32.27_japans2.png



1941: dus tijdens de oorlog, dus ze moet in die map gezeten hebben?


Waarom denk ik aan een Japanse prent?  Het is de sfeer: het bootje, het water, de bergen, afhangende boom. 
Iets in de trant van:

Schermafbeelding 2021-02-16 om 01.09.51.png



weg


donderdag 7 januari 2021

Danse Macabre Holbein

 JDB roept ME gestalten op: geraamtes van de dodendans van Alfed Rethel... (Chabot, p. 139).


"ziekte en dood in de schilderkunst"


West-Vlaanderen. Jaargang 9 · dbnl
https://www.dbnl.org/tekst/_vla016196001_01/_vla016196001_01_0125.php

Holbein was overigens een buitengewoon knap uitbeelder van het dode lichaam; dat blijkt uit zijn machtigste religieuze schepping ‘De dode Christus’ (1521) in de Öffentliche Kunstsammlung te Basel, een kunstwerk waarin hij de scherpe uitdrukkingskracht van een Grünewald heeft verbonden met de klare, heldere zeggingskracht van de Italianen. In een zelfde geest vinden wij ook recentere werken zoals de cyclussen ‘Auch ein Totentanz’ en ‘Der Tod als Freund’ van de Duitse etser en lithograaf Alfred Rethel (1816-1859). Nog in de tijd van het impressionisme komt de dood als een geraamte in de schilderij en staan. De Zwitserse schilder Arnold Böcklin (1827-1901), die veelal grote mythologische taferelen heeft nagelaten, heeft de dood zelfs in zijn nabijheid gewild in zijn eigen zelfportret. Een bijzondere rol heeft de dood, als geraamte gezien, wel gespeeld in anecdotische, sarcastische en infernale taferelen in het werk van James Ensor (1860-1949). Ensor heeft blijkbaar gaarne met geraamten omgegaan; de dood is bij hem de graaggenode gast, de ontmoeting die iedere dag kan gebeuren, de kameraad bijna, het bijna tot clowneske voorstelling aangeklede geraamte, de spotter die de relativiteitszin van de mensen aanscherpt en toch altijd meester blijft van het resultaat. En de Gentenaar Jules De Bruycker (1870-1945) heeft in zijn koperets ‘Het kleppen van de dood’ weer de triomf van de dood uitgebeeld, groots, machtig en niets ontziend.






zondag 10 mei 2020

Goya

JDB werd vergeleken met Goya:

“In his etchings of the war, his satire becomes a tragic thing and the prints surpass even those from Goya in horror. Goya gains his effects by extreme realism and the use of much gruesome detail. DB achieves results even more fearful by making use of a freer method of attack; - by introducing fiends when Goya uses corpses, by peopling every shadow with the hold of unknown horrors. (geciteerd bij Huys: 85)

Sturges, Lucy Hale, 
An Etcher of Flanders [Jules de Bruycker] [Electronic File]
Champlain, N.Y.: Winfred Porter Truesdell, 1923. 9 pp. 5 illustrations. PDF file (approx. 1.75 MB). Originally published in The Print Connoisseur, 1923. Delivery in PDF format. The first complete Index to The Print Connoisseur, 1920-1932, is available as catalogue no. 319-3. Requires Adobe Reader or similar program to view.

vrijdag 3 april 2020

Gustave Doré

JDB zou volgens verschillende critici (tijdgenoten) beïnvloed geweest zijn door Gusatve Doré.






Paul Gustave Doré (1832-1883)





Hij werd geboren in Straatsburg en publiceerde zijn eerste geïllustreerde verhaal op zijn vijftiende. Hij werd een boekenillustrator in Parijs, waar hij onder andere de werken van Rabelais, Balzac en Dante van tekeningen voorzag. In 1853 werd hij gevraagd om de werken van Lord Byron te illustreren. Dit werd gevolgd door ander werk voor Britse uitgevers, waaronder een nieuwe geïllustreerde Engelse Bijbel. Hij illustreerde ook een grote uitgave van The Raven van Edgar Allan Poe. De Engelse Bijbel van Doré (1865) was een groot succes, en in 1867 hield hij een belangrijke tentoonstelling van zijn werk in Londen. Dit leidde tot de stichting van de Doré Gallery in New Bond Street.

In 1869 stelde Blanchard Jerrold, de zoon van Douglas William Jerrold, voor om samen te werken bij het maken van een uitvoerig portret van Londen. Jerrold kwam op dit idee aan de hand van The Microcosm of London die door Rudolph Ackermann, William Pyne en Thomas Rowlandson was gemaakt in 1808.

Doré tekende voor een project van vijf jaar met uitgever Grant & Co, hetgeen betekende dat hij drie maanden per jaar in Londen zou verblijven. Hij kreeg een enorme som geld (£ 10,000 per jaar) voor zijn werk. Het boek London: A Pilgrimage (Londen: Een bedevaart), met 180 gravures, werd gepubliceerd in 1872.

Hoewel dit boek een commercieel succes was, hielden niet veel critici van het werk. Verscheidene critici schenen het vervelend te vinden dat Doré de armoede in Londen blootlegde in zijn werk. Hij werd beschuldigd dat hij scènes verzon in plaats van de werkelijkheid af te beelden.

Londen: A Pilgrimage was een financieel succes en Doré ontving opdrachten van andere Britse uitgevers. Zijn latere werk omvatte Paradise Lost van Milton, Idylls of the King van Alfred Tennyson, The Works of Thomas Hood en de De goddelijke komedie. Zijn werk verscheen ook in Illustrated London News. Doré bleef boeken illustreren tot zijn dood in Parijs in 1883. Hij werd begraven op de begraafplaats Père-Lachaise.




(zie ook o.a. Chabot)



Khnopff
"Verder schrijft Khnopff dat het werk van JDB schatplichtig is aan het “picturesque romanticism of Gustave Doré” en wat zijn focus op architectuur betreft naar Brangwyn. Maar Khnopff schrijft er duidelijk bij dat JDB zijn eigen stijl bewaart".
F.K., ‘Studio-Talk Brussels’. The Studio, 62, 254 (June 1914), 72-75.











 Gustave Doré, A Street in Whitechapel, from 'London, a Pilgrimage' by William Blanchard Jerrold, 1872 :







Station