Posts tonen met het label Brussel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brussel. Alle posts tonen

maandag 9 november 2020

Ensor: stadsgezichten

 Stadhuis Oudenaarde (1888)


========================================================================

"Ook de stad Brussel was een inspiratiebron voor Ensor. In 1885 schilderde hij de toren van het stadhuis (Het stadhuis van Brussel, 1885, olieverf op doek, Luik, MAMAC) en maakte hij etsen van een huis in de Anspachlaan (1888) en van de Bijstandstraat (1887)."

Xavier Tricot

Bijstandsstraat Brussel 


Ensor volgde van 1877 tot 1880 lessen aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Brussel (...)  Later betrok hij tijdens de wintermaanden af en toe een kamer in Brussel. Zo woonde hij in de winter van 1887-1888 aan de Anspachlaan nr. 123. Vanuit zijn werkruimte keek hij recht in de Bijstandsstraat, die de Anspachlaan verbindt met de Kolenmarktstraat. Van het gebouw rechts, dat ongeveer de helft van de Bijstandsstraat beslaat, maakte hij eveneens een drogenaald in spiegelbeeld (Museum voor Schone Kunsten Gent, inv. 1998-B-20).


 PS Zie JDB: als compositie te vergelijken: VIEILLES MAISONS (VIEUX BOURG) GAND 1920 (126)

 


======================================================================= 

 Huis op de Anspachlaan (Brussel)




 

 

 

vrijdag 5 juni 2020

Brussel:


Die charme blijkt hij opnieuw te vinden in de oude wijken waar hij flaneert: Rue de Chair et Pain Bruxelles (1925) (172-172A). Een nog bestaand straatje (Vlees-en-Broodstraat) dat uitgeeft op de Grote Markt van Brussel,(een plaats die reeds vroeger op gravures, etsen en aquarellen et zien was, o.a. een gravure/ets (1910) van de Franse kunstenaar Charles Pinet (1867-1932) en een aquarel (1917) van Roméo Dumoulin (1883-1944) vanuit min of meer hetzelfde perspectief*. 

dinsdag 14 april 2020

Eugène Dhuicque


Eugène Dhuicque (1877-1955)



JDB correspondeert met Eugène Dhuicque in 1913 over Brussel (Huys: 69).

Mission Dhuicque 1915/18, Het Verwoeste Gewest (2015) Eugen Dhuicque


Mission D'Huicque
In 1915 organiseerde de Belgische regering een reddingsactie om de middeleeuwse stadscentra, kerken en kloosters met hun eeuwenoude kunstschatten in de West-Vlaamse frontzone te inventariseren en te beschermen tegen de verwoesting van de Eerste Wereldoorlog. De Mission Dhuicque. Naarmate de oorlog vorderde, kwam dit team, onder leiding van architect-fotograaf Eugène Dhuicque, op vele plaatsen te laat en raakte Dhuicque meer en meer gefascineerd door de aanblik van Het Verwoeste Gewest. En wat aanvankelijk een kurkdroge foto-inventaris moest worden, ontwikkelde zich stilaan als een eigenzinnige reeks portretten van gesneuvelde monumenten.
In 1985 kwam een groot deel van het archief van de Mission Dhcuique in het bezit van het Bestuur voor Monumenten en Landschappen, nu beter bekend als Onroerend Erfgoed. Op dat moment werd er reeds een boek gewijd aan dit onderwerp: “Het Verwoeste Gewest”. De tijd is nu echter rijp voor een herziene uitgave.
Kris Vandevorst, huisfotograaf van Onroerend Erfgoed, toont een ruime bloemlezing uit deze onthutsende fotoverzameling, waaronder tientallen voor die tijd absoluut unieke kleurenfoto’s, gecombineerd met hedendaagse foto’s van het in ere herstelde erfgoed, en biedt zo een beter inzicht in de werkwijze van Eugène Dhuicque. ‘Mission Dhuicque 1915/18-2015, Het Verwoeste Gewest’ is een drietalige uitgave, en ze verschijnt opnieuw in samenwerking met Uitgeverij Van de Wiele, die ook het oorspronkelijke boek gemaakt heeft. Het boek kost € 30 en is verkrijgbaar in de betere boekhandel.

Vandervorst Kris, Eugène Dhuicque, Herman Stynen (1985), Het verwoeste gewest 15/18: Mission Dhuicque. Van de Wiele.


Mission Dhuicque 1915-1918 - 2014
het verwoeste gewest; la région dévastée; the devastated region

Het verwoeste gewest 15/18: Mission Dhuicque


TitelHet verwoeste gewest 15/18: Mission Dhuicque
PublicatietypeBoek
Publicatiejaar1985
AuteursStynen, H, Charlier, G, Buellens, A
UitgeverVan de Wiele
PlaatsBrugge
Citation KeyStynen:1985aa
VerantwoordelijkeEHOOFT, LMEGANCK-ok, KVERWINNEN

======================================================

https://cjsm.be/topstukken/topstuk?id=551


De collectie Mission Dhuicque is een unieke illustratie en documentatie van de impact van de oorlog op het ‘verwoeste gewest’. Als getuigenis aan de inspanningen die ons land in oorlogstijd heeft geleverd voor het redden van het bedreigde erfgoed heeft de collectie Mission Dhuicque een bijzondere waarde voor het collectieve geheugen. De collectie Mission Dhuicque beschikt over een belangrijke ijkwaarde. Ze registreert en documenteert uitvoerig de toestand van het roerende en onroerende erfgoed in 1915/18, met vermelding van datum en plaats. In concreto documenteert ze tal van gebouwen, monumenten en kunstvoorwerpen in graduele staat van vernietiging, waarvan sommigen nooit meer of niet gelijkaardig heropgebouwd werden. De collectie Mission Dhuicque beschikt over een artistieke waarde. Hoewel ze genomen zijn in de context van de missie, dragen de beelden van het getroffen roerend en onroerend erfgoed een grote – vaak ook dramatische – kwaliteit. De collectie Mission Dhuicque beschikt over een schakelfunctie in de ontwikkeling van het fotografische medium: de bewaarde autochromen en kleurenfoto’s behoren tot de oudst bekende voorbeelden. De visie van Dhuicque ontwikkeld tijdens de missie speelde een rol in de discussies omtrent de wederopbouw (schakelfunctie in het denken over monumentenzorg en restauratiepraktijk),

PS
De elektriciteitscentrale Langerbrugge werd reeds voor de Eerste Wereldoorlog opgericht naar ontwerp van architect Eugène Dhuicque. De site ontwikkelde zich in de loop van de 20ste eeuw. De nog aanwezige gebouwen en installaties illustreren de technische evolutie in het productieproces van de elektriciteitsvoorziening.

donderdag 9 april 2020

Henri Mortiaux

Henri Mortiaux (Sint-Gillis, 1890 - Villers-la-ville, 1965) was een graficus en tekenaar. Hij genoot zijn opleiding aan de Brusselse academie, onder meer bij Delville en Montald. Hij werkte met de ets, de droge naald en in aquatint. Henri Mortiaux etste heel wat pittoreske hoekjes van Brussel, de stad waar zijn etsen ruim verspreid werden.


Belgian, 20th century, male. Born 16 June 1890, in St-Gilles; died 9 April 1965, in Villers-la-Ville. Engraver. Henri Mortiaux studied under Emile Fabry, Guillaume van Strydonck, Jean Delville and Constant Montald at the academy in Brussels





Le lecteur ne trouvera ici que peu de renseignements historiques, archéologiques ou folkloriques. D'autres nous ont instruit par des ouvrages du plus haut intérêt. Qu'il me soit permis de signaler : Bruxelles, ses monuments civils et religieux, de Desmarez, le regretté archiviste de la ville. Albert Guislain, dans La découverte de Bruxelles, fait ressentir et apprécier le charme si pénétrant et si spécial de notre ville. Enfin, dans une récente étude parue dans Le Folklore Brabançon, Louis Verniers, de sa haute érudition, nous présente Les Impasses Bruxelloises.

I. GRAND'PLACE.
II. RUE DES LONGS-CHARIOTS.
III. QUARTIER MAROLLIEN.
IV. L'IMPASSE.
V. RUE DE ROLLEBEEK.
VI. RUE MONTAGNE-DES-GÉANTS.
VII. CAFÉ "A LA BONNE PINTE".
VIII. RUE DU BON-SECOURS.
IX. GRAND'PLACE. MAISONS DES CORPORATIONS.
X. GRAND'PLACE.
XI. RUE DES PIERRES.
XII. PETITE RUE AU BEURRE.
XIII. PETITE RUE DES BOUCHERS.
XIV. RUE DES BOUCHERS, 34.
XV. RUE DU MARCHÉ-AU-CHARBON.
XVI. RUE DE LA GRANDE-ILE.
XVII. RUE DU CHIEN-MARIN.
XVIII. RUE DE LA CIGOGNE. 














vrijdag 7 februari 2020

Rue de la Putterie


J.D.B. 064 A RUE DE LA PUTTERIE A BRUXELLES // LA MAISON DU DUC JEAN 1914


Uitzonderlijke staat.
Als u deze prent vergelijkt met de vorige kan men duidelijk zien dat deze veel donkerder is, wat laat vermoeden dat er ooit meer dan één exemplaar geweest is
H 427-B 402
L.R.50 

 


 

Wijk: De putterie werd afgebroken

La Putterie. “De Putterijwijk, met haar Marché du Bois, rue de la Bergière, rue des Longs-Chariots, rue du Singe, rue des Armuriers en rue Nuit-et-Jour.”

JDB besteedt aandacht aan een bedreigde buurt met vergeten straten.

Vele jaren later (rond 1944) leert L.P. Boon de omgeving kennen tijdens stadswandelingen met zijn vriend de schilder Maurice Roggeman, die in de Marollen woont. Boon wordt geïnspireerd door de scène en besluit een roman te schrijven over de gevolgen van de afbraakwerken voor de realisatie van Noord-Zuidverbinding (1904-1952). Boon richt zijn aandacht op de zwakkeren, de slachtoffer van een onwrikbaar geloof in de vooruitgang. Het draait rond een straatje (Vertinningsgang die uitgaf op de Kanonstraat) dat toevallig afgesloten wordt door arbeiders die aan de noord-zuidverbinding werken.:

Een nauwe straat loopt dood tegen den hoogen botten achtergevel van een pakhuis. Het is er stil. Het zoemen van een graanzuiger achter den blinden muur, en het roepen van een paar spelende kinderen, maken de stilte nog dieper. Den laatsten tijd hoort ge ook het vaag gerommel, het verre kappen en breken voor de Noord-Zuid-verbinding. En soms, heel dof: boem.

De bewoners blijven geïsoleerd achter. Het wordt een kleine commune die zich de Bond der Vergeten Straat.

De tekeningen van JDB en de roman van L.P. Boon vormen samen met een bas-reliëf aan het station een herinnering aan een buurt die verdween voor "de verbinding, de urbanisatie en de gezondmaking van het centrum van Brussel".

Boon blijft actueel. Getuige daarvan: Pascal Verbeken begint zijn gloednieuwe boek ‘Brutopa’ met een citaat uit ‘Brussel, een oerwoud’: “Gij die gezien hebt dat Brussel, België, Europa, DE WERELD een oerwoud is, gij peinst dat het DE NIEUWE WERELD is die afkomt.”



Herman Teirlinck (in Brussel 1900): “Waar is de Putterij? Waar de zo gastvrije amigo? “ 


 "Waar is de Putterij? Waar de zo gastvrije amigo? En gij, waar zijt gij, zoete Peerlemoerengangsken? De heren van de Wet hadden u zo lieflijk ‘Impasse de la Perle d'amour’ vertaald, maar zij hebben geen hart voor duurzame poëzie.
Iets is zeker: de ‘jonction’ zal vele uiterst gevoelige plaatsen van het stadsbeeld hebben uitgeroeid, en het zal blijken dat wonden werden geslagen die geen geslacht ooit genezen kan. Brussel zal er dan weer iets van zijn eigen aard bij verliezen. Ik wil zeggen: Brussel zal dan weer iets aan verwildering prijsgeven van wat zijn historische gaafheid was. Want oude dingen binden veel vaster dan nieuwe. En er moet altijd iets van het oude vaderhuis blijven bewaard, willen de kinderen in liefde hun moeder nog herkennen."

Karel van de Woestijne, Verzameld werk. Deel 6. Beschouwingen over literatuur. Het dagelijks brood I. Keur uit de brieven in dagbladen 1906-1929 · dbnl

https://www.dbnl.org/tekst/woes002verz08_01/woes002verz08_01_0081.php

"en het onontbeerlijke Centraalstation was de imponeerende reden waarom de Putterijwijk werd platgelegd. Intusschen wachten wij nog steeds, wachten wij reeds een kleine twintig jaar op genoemd kunstgebouw, terwijl van gemeld station werd afgezien, - hetgeen de aloude en schilderachtige Putterij uit zijn puinhoopen niet verrijzen doet.  "

De teloorgang van een wijk

Voor de aanleg van de Noord-Zuidverbinding en de bouw van het Centraal Station werd ‘de Putterij’, één van de meest pittoreske en oudste volkswijken van Brussel, volledig gesloopt. Meer dan tienduizend bewoners dienden hun woonst te verlaten en moesten noodgedwongen ergens anders onderdak zien te vinden. Op de gevel van het treinstation werd een gedenkplaat van de Leuvense beeldhouwer Charles Leplae (1903-1961) aangebracht ter herinnering aan de verdwenen volksbuurt. Een opschrift vermeld het volgende:
“Op initiatief van het Nationaal Bureau van de Noord-Zuidverbinding werd dit gebeeldhouwd met het doel te herinneren aan de oude kwartieren die gesloopt werden om de aanleg van de verbinding te verwezenlijken samen met de urbanisatie en de gezondmaking van het centrum van Brussel”.







Bas-reliëf aan de hoofdingang van Brussel centraal station ter herinnering aan de wijken “Putterij” en “Sint-Rochus” die zijn afgebroken voor de aanbouw van het station (CC BY-SA 4.0 – Sally V – wiki)


maandag 13 mei 2019

La Bourse de Bruxelles (1929)

LA BOURSE DE BRUXELLES (263) (1929 )
H 504-B 406
L.R.167




Typisch JDB: de titel la Bourse is misleidend gezien we het gebouw helemaal niet te zien krijgen. Het is wel een beeld vanuit dat gebouw (in spiegelbeeld). JDB verkiest een beeld ("pandemodium") van een massa waarin gedomineerd door reclameboodschappen.



"De Bruycker's busy etching of the vicinity of the stock exchange, Bruxelles, Jour de Bourse de Bruxelles (Brussels, Stock Exchange Day, cat. no. 40) does not show the exchange building. While it is difficult to reconstruct, this image of 1930 appears to be a view from a window within the Bourse itself, with Mausstraat to the left, looking across Anspachlaan to Van Praetstraat. If this is correct then the image has been reversed in the process of etching. Despite his stated intentions, De Bruycker has preferred to turn his back on the enormous neoclassical stock exchange to depict the riot of advertising and the turmoil of the populace at this convergence of six streets. Unlike Ensor's somewhat analogous drawings preparatory to his Entry of Christ into Brussels the texts in this image do not offer access to a personal vision or subversive allegory, rather, they, and the frenetic activity around them, affirm a tangible and actual pandemonium.[97]"


Ensor

97. For Ensor's drawings see Hoozee, James Ensor, Dessins et Estampes, pp. 107-119; see especialy Ensor's drawing "LA VIVE ET RAYONNANTE. L'ENTRÉE A JÉRUSALEM," of 1885, Museum voor Schone Kunsten, Gent. 

Bleu de cobalt: James Ensor : un peintre démasqué ? (2)
https://bleudecobalt.typepad.com/bleudecobalt/2010/01/james-ensor-un-peintre-d%C3%A9masqu%C3%A9-2.html 






J.D.B. 263 LA BOURSE DE BRUXELLES 1929
H 504-B 406. L.R.167


De Ronde van België
De winnaars waren in die tijd:

1927 · Paul Matton
1928 · Jules Vanhevel
1929 ·Armand Van Brueane

“De Ronde van België (sinds 2013 Baloise Belgium Tour) is een meerdaagse wielerwedstrijd die jaarlijks in België wordt verreden. De wedstrijd werd voor het eerst in 1908 verreden en vervolgens, met uitzondering van de beide wereldoorlogen, jaarlijks tot en met 1981. Toen ondervond de ronde het nadeel van de Belgische wielercultuur waar de nadruk veel meer op de eendaagse wedstrijden lag. De ronde is de twintig jaar die volgden af en toe georganiseerd. Vanaf 2002 vond er weer jaarlijks een editie plaats. Met de invoering van de UCI ProTour in 2005 leek de ronde op te gaan in de Eneco Tour, maar ze bleef toch bestaan. Ze maakt sindsdien deel uit van het Europese continentale circuit.”


zaterdag 23 maart 2019

VIEILLES MAISONS // MAISONS PAUVRES Brussel


J.D.B. 111 VIEILLES MAISONS // MAISONS PAUVRES BRUXELLES 1920
Uitzonderlijke staat.
H 302-B 170
L.R.N.M.


zaterdag 2 maart 2019

HOTEL DE VILLE BRUXELLES


J.D.B. 177 HOTEL DE VILLE BRUXELLES 1925



J.D.B. 177A HOTEL DE VILLE BRUXELLES 1925
H 485-B 370
L.R.121


Rue de Chair


RUE DE CHAIR ET PAIN BRUXELLES (172) (1925)


Vlees-en-Broodstraat
Straatje dat uitgeeft op de Grote Markt
Typisch voor JDB: het zicht vanuit een straatje, de stootkar, de figuurtjes (van stripfiguren tot..)
 


 zie ook andere nummers 172 A





 



Een zicht dat men ook op postkaarten vindt (datum onbekend). 

Gravure van Charles Pinet (1910):


La rue Chair et Pain, une aquarelle (1917) de Roméo Dumoulin :




RUELLE BRUXELLES


J.D.B. 173 RUELLE BRUXELLES 1925 (Brussel)

 (zie ook andere nummers: 174, 175)


 Met de vaste kleine stripachtige figuurtjes...

"Hier we nog ongave contouren. We zien hoe de zuivere,
edele lijn in één keer getrokken, zonder de naald op te heffen, aan belang wint. Het bijten van de ets speelt praktisch geen rol meerde lijn is zuiver afgedrukt" (Callebout). 



donderdag 9 augustus 2018

Cheval Bayard OMMEGENG






11930: Honder jaar België.  


Dat Brussel precies in 1930 met de traditie van de Ommegang aanknoopte, verwondert niet. "De hele 19e eeuw lang waren Europese natiestaten naar een identiteit op zoek geweest. Daarbij grepen ze vaak terug naar roemrijke periodes uit het verleden. In Brussel deed men dat door de Blijde Intrede uit 1549 op te rakelen." 

http://www.ommegang.be/de-ommegang/?lang=nl 

De Ommegang dateert uit het midden van de 14e eeuw. Oorspronkelijk was het een processie ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van de Zavel, die georganiseerd werd door het grote eedverbond van de kruisboogschutters. Al snel sloten de gestelde lichamen van de stad zich bij de processie aan, die ook, of zelfs vooral, een meer werelds karakter kreeg. De processie van 1549 is een van de bekendste voorbeelden. Dat jaar stelde keizer Karel V zijn zoon en opvolger, de toekomstige koning Filips II, voor aan onze gewesten. Bij die gelegenheid probeerde elke stad zich op zijn best te tonen. Brussel deed dat door een Ommegang te organiseren die schitterender was dan ooit. 

"De Ommegang ging minder vaak uit in de 18de eeuw en in de 19de eeuw vond de stoet slechts twee keer plaats. In 1930 werd een moderne versie van de Ommegang gecreëerd op basis van de beschrijvingen van de stoet die Keizer Karel te zien kreeg in 1549.". 

Historische Ommegang - 04 & 06/07/2018  

“Op 4 en 6 juli trekt de Ommegang langs de Grote Markt. Sinds 1549 een kleurrijke processie die de beroemde blijde intrede in Brussel van Keizer Karel V herdenkt. Al bijna vijfhonderd jaar lang defileren meer dan duizend figuranten in historische klederdracht en omringd door reuzen zoals de aartsengel Sint-Michiel (beschermheilige van Brussel), de heilige Goedele en het paard Bayard door de Brusselse straten. Onvergetelijk om mee te maken... “ 
“…vanaf de 15e eeuw een processie waarin een Ros Beiaard voorkwam. Op de meeste plaatsen is deze traditie echter volledig verdwenen, maar steden zoals Ath, Brussel, Mechelen en Dendermonde hebben nog steeds een Ros Beiaard”. 

 


De tekening A0005 DE OMMEGANG TE BRUSSEL


*chekc

* nog heel wat te lezen op dit werk: teksten

J.D.B. 269 CHEVAL BAYARD 1931

 




Le Cheval Bayard monté par les quatre fils Aymon/ Ommgang de Bruxelles – 1930 (aanduiding van JDB klopt niet met 1931)

De sage van de Vier Heemskinderen is een afgeleide van de Frankische roman Les quatre fils Aymon, die zich afspeelt in de Maasvallei. In het oorspronkelijke verhaal wordt het paard, daar le Cheval Bayard geheten, verdronken in de Maas. Zijn Vlaamse evenknie vindt de dood in de Schelde

 UIt Wikipedia:

Het Ros Beiaard is een folkloristisch paard, dat verwijst naar het paard in de sage van de Vier Heemskinderen. De ommegang met dit (houten) paard bestaat nog in Dendermonde, Lier, Aat, Mechelen en Duffel. De folkores van Dendermonde, Aat en Mechelen staan op de lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van UNESCO.
De sage van de Vier Heemskinderen is een afgeleide van de Frankische roman Les quatre fils Aymon, die zich afspeelt in de Maasvallei. In het oorspronkelijke verhaal wordt het paard, daar le Cheval Bayard geheten, verdronken in de Maas. Zijn Vlaamse evenknie vindt de dood in de Schelde.

Standbeelden


Het paard uit de Ros Beiaard Ommegang diende vaak als bron van inspiratie voor kunstenaars. Zo staat in Gent (aan het begin van de Graaf de Smet de Naeyerplaats een bronzen beeld (van Aloïs de Beule en Domein Engels) van het Ros Beiaard als pronkstuk van de wereldtentoonstelling van 1913. 
  • In Dendermonde, op de rotonde aan de Stationsstraat, staat een standbeeld. In Grembergen, aan het winkelcentrum langs de Zeelsebaan, staat een modernere sculptuur.

Station