Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen

zaterdag 13 november 2021

oorlog

 

https://archiefpunt.be/tentoonstellingen/leonspanoghe/deel3.html 



Wanneer de Groote Oorlog uitbreekt, vluchten velen – ook vele kunstenaars – naar Groot-Brittannië, alsook het gezin Spanoghe. Hoogstwaarschijnlijk worden ze eerst opgevangen in Londen, in het vluchtelingenkamp Earl’s Court: een tijdelijke opvangplaats ( Figuur 1). In een artikel uit die periode betreffende de opvang van Belgische vluchtelingen in het kamp, wordt “monsieur Spanoghe” vermeld, alsook Jules de Bruycker (1870-1945), de bekende Gentse etser. Mogelijks vertrekken Leo, Elisa, Guido en Julia vervolgens naar Blaydon in het noordoosten van Engeland. In ieder geval neemt het gezin uiteindelijk zijn intrek in Didsbury, nabij Manchester ( Figuur 2Figuur 3).

zaterdag 10 juli 2021

Van Puyvelde: oorlogswerken

Van Puyvelde, L. (1917). Het werk van de Belgische kunstenaars in ballingschap. Onze Kunst, 16, 46–60. https://www.dbnl.org/tekst/_onz021191701_01/_onz021191701_01.pdf
 
 
(46-60)
 

Boven alles echter wat de Belgen in dit opzicht voortgebracht hebben, stijgt het werk van Jules de Bruycker hoog uit(1). Ik spreek hier niet van zijn aangrijpende evocatie der verwoesting van Yperen, maar van zijn groote etsen De Loopgraaf en De Dood boven Vlaanderen,waarmee hij ons verrassen kwam op de tentoonstelling van Belgische kunst te Amsterdam. Deze etsen zijn kunstwerken van zuiverste gehalte: ze zijn haast volmaakt vanuitvoering, ze zinderen van kleurig licht en schaduwspel, ze overweldigen door hun levensgevoel, ze zijn monumentaal van vinding en beelding. Wat een brute kracht van verdelging in dien gepinhelmden dood, die met het hooge plompe onderlichaam nog recht staal in de Loopgraaf te midden van de verschrikking der lijken en, met het kleine hoofd vóór de opening, loert naar nieuwe offers. 

Het andere werk, De Dood boven Vlaanderen, lijkt haast de verste sprong naar het bereikbare. 
‘Weer klept dedood over Vlaanderen’. Is dit het ijselijk visioen van Vlaanderen's ondergang? Het land is kaal en de velden zijn gezwollenvan onuitdrukkelijk wee. Door de wegen, die loopgraven zijn, die oneindig uitgestrekte graven zijn, komen de drommen aangestuwd en ze dragen de duizenden dood en ter uitvaart in kisten, die als etterbuilen boven het gewonde aanschijn van het land uitpuilen. De geestelijke - ik zou haast zeggen het geestelijke- hangt aan een koord in de ruimte te hengelenen de geest van het kwade spoedt ten dienste. Op het bonkig gevaarte der duistere kathedraal troont, geweldig,de gruwbare dood, en, terwijl hij aan zijn knokkelbeenen zijn zware oorlogslaarzen over het landschap laat bengelen, houdt hij de klokke vooruit,waarmee de verdoemenis over het land wordt uitgeluid. 

Hier is de fantast de Bruycker der Dickensiaansche grillige oude stadsbeelden de visionnaire uitbeelder geworden van den angst ,waaronder wij allen bevangen leven. De ruwe oorlog is op de deuren van zijn hart komen bonkenen zijn hart is opengegaan in mededoogen: zijn oogen, die schalksch waren, zijn nu opengesperd en kijken dieper en wijder. Hij let niet meer op het contingente, dat zijn vroeger werk alleen maar aardigheid bijbracht; zijn visie is grootsch, zijn geest is verruimd, zijn ontroering is geweldig, zelfs waar zijn modern scepticisme nog even grimlacht, en hij is bij machte een werk te scheppen, dat, als een uitbeelding van dezen tijd, den tijd zal overleven.

Dit werk van Jules De Bruycker is tot nog toe vrijwel het eenige Belgisch oorlogswerk, dat van blijvenden aard is. Niet eenieder is opgewassen om een heldere visie te hebben van het groote wereldgebeuren, dat wij belevenen de diepe aandoening, die hij ervan ondergaat, in schoonen plastischen vorm om te zetten. Zij, die ons een echt kunstrijke aanschouwing zullen geven van den verschrikkelijken rampspoed, die over de Belgen neergekomen is, zullen kunstenaars moeten wezen, die over meer dan verbeelding en kunde beschikken. Zij zullen ook een ruime enevenwichtige ziel moeten hebben, waarin zij den vollen vloed van levensstroomingen, die door onze volksmassa jaagt, kunnen opvatten, laten bezinken en cristalliseeren tot een werk, waarin de aangrijpende ontroeringskracht harmonieert met een stralende schoonheid. Leven er Belgische kunstenaars, die daartoe geniaal genoeg aangelegd zijn? Ik zal mij hoeden voor voorspellingen,maar wil niet ontkennen dat ik met vertrouwen zulk werk afwacht, wannee rik zie wat Jules de Bruyck erin dit opzicht voortbracht. 
 
 
Een uitvoeriges tudie over De Bruycker zal eerlang in dit tijdschrift verschijnen, met afbeeldingen der hier besprokenwerken. RED.OnzeKunst.Jaargang16
Allen blijven zij al dus werken naar hun aard en trant. Jules de Bruycker's humor vindt zijn gading in de groezeling van verneukelde menschen bij de krollenwoningen te Londenen zijn lust naar de monumentalelijn en rhythmieken versmoezelde lichtspeling, die hij in ons oude Gent nooit genoeg kon botvieren,weet hij genoegdoening te verschaffen in het eerbiedwaardige Oxford.
 

vrijdag 8 januari 2021

Breugel: Triomf van de Dood





 
Pieter Bruegel de Oude, Triomf van de Dood (1562).

Een bewerking van het populaire motief van de dodendans aansluitend bij de schilderijen van Jheronimus Bosch.

“Het schilderij stelt een panorama voor waarop een leger van geraamtes door een verwoest landschap trekt. Op de achtergrond zijn bosbranden en een zee met scheepswrakken te zien. De skeletten vallen de levenden aan die proberen weg te vluchten of proberen terug te vechten. In de linkerbenedenhoek een wagen vol schedels voorgetrokken door een uitgemergeld paard. In de linkerbovenhoek twee geraamtes die een bel luidden. Dit staat voor het einde van de wereld, dat de oordeelsstijd is gekomen. In de rechterbenedenhoek bespeelt een man de luit, achter hem een vrouw en een geraamte dat meespeelt. In het midden is een hond afgebeeld die aan het gezicht van het kind knabbelt. In het midden van het schilderij staat een kruis dat als val is opgezet, want allen die erheen gaan worden gedood door een geraamte met een zeis. Een skelet bespeelt de mensen door zich voor te doen als een draailier, maar met zijn kar verplettert hij ze. Een vrouw is gedaald in het pad van de kar des doods. Ze heeft in haar hand een spindel en spinrok, wat de broosheid van de mens symboliseert. Net onder de vrouw wordt een kardinaal vermoord door een skelet die zijn mijter draagt. Een dode koning ligt erbij, wiens gouden munten worden gestolen door een ander geraamte. Op het schilderij zijn allemaal menselijke verschrikkingen afgebeeld zoals moordlust, demonen en angst. Het schilderij toont mensen van verschillende sociale standen, van boer tot edelman, koning en kardinaal die allemaal hun dood tegemoet gaan. Het toont ook aspecten van het dagelijkse leven in de 16e eeuw. De klederdracht uit deze periode is herkenbaar” (Wikipedia).


PS
Het schilderij ‘Triomf van de de Dood’.
Het enige werk dat apocalyptisch is. Morbide. Sterke verticaliteit: galgen en galgenraden.

 

Breugel, Triomf van de Dood. 




Pieter Bruegel the Elder
The Triumph of Death
Probably after 1562 // Panel, 117 × 162 cm // Madrid, Museo Nacional del Prado, inv. no. P01393

(was dit schilderij uit het Prado te zien in Brugge, heeft JDB het gezien?

Eén van de somberste schilderijen van Breugel met een kritsich perspectief op zijn tijd. Het werk wordt vaak besproken vanuit de metafoor: voor wie de doodsklok luidt. Geraamtes beheersen de wereld en verspreiden gruwel en paniek onder de mensen. We krijgen een apocalyptisch landschap te zien. Een reden om Breugel te vergelijken met Hieronymus Bosch (c. 1450 – 1516). We zien een massa mensen die vooruitgestuwd worden: niemand ontsnapt - los van leeftijd of stand – aan de dood. Een leger van geraamtes.

We zien twee geraamtes die de doodsklok luiden.








n

Leger van skeletten. Vechtend




n

 De lier en de zandloper.


koning met kroon & dood


n



Landschappen in de verte... Opgehangen personen. 




Al deze vragen over Breugel, kunnen ook gelden voor JDB. $


Doedelzakken.



Bron (screenshots): 
(4) ARTH 4007 Pieter Bruegel (Brueghel) the Elder - Part 1 - YouTube

 

 

De triomf van de dood van Pieter Bruegel de Oude


.

Het schilderij is een eigen verwerking van Pieter Bruegel van het populaire motief van de dodendans. Het schilderij sluit nauw aan bij schilderijen van Jheronimus Bosch.


oorlog: Callot & Bruegel

https://ehne.fr/en/article/wars-and-traces-war/representations-war/painting-war

In his Massacre of the Innocents, Brueghel the Elder transposed this biblical theme onto a Flemish village in order to condemn the cruelty of the Spanish occupation and the barbarous acts perpetrated by the marauding soldiers. Meanwhile, a series of etchings by Jacques Callot entitled The Miseries and Misfortunes of War (1633), was a means of the artist denouncing the ravages of the Thirty Years War in his native Lorraine. Other, later works would also denounce the burning, sacking and bombardment of towns and villages. 

donderdag 7 januari 2021

Danse Macabre Holbein

 JDB roept ME gestalten op: geraamtes van de dodendans van Alfed Rethel... (Chabot, p. 139).


"ziekte en dood in de schilderkunst"


West-Vlaanderen. Jaargang 9 · dbnl
https://www.dbnl.org/tekst/_vla016196001_01/_vla016196001_01_0125.php

Holbein was overigens een buitengewoon knap uitbeelder van het dode lichaam; dat blijkt uit zijn machtigste religieuze schepping ‘De dode Christus’ (1521) in de Öffentliche Kunstsammlung te Basel, een kunstwerk waarin hij de scherpe uitdrukkingskracht van een Grünewald heeft verbonden met de klare, heldere zeggingskracht van de Italianen. In een zelfde geest vinden wij ook recentere werken zoals de cyclussen ‘Auch ein Totentanz’ en ‘Der Tod als Freund’ van de Duitse etser en lithograaf Alfred Rethel (1816-1859). Nog in de tijd van het impressionisme komt de dood als een geraamte in de schilderij en staan. De Zwitserse schilder Arnold Böcklin (1827-1901), die veelal grote mythologische taferelen heeft nagelaten, heeft de dood zelfs in zijn nabijheid gewild in zijn eigen zelfportret. Een bijzondere rol heeft de dood, als geraamte gezien, wel gespeeld in anecdotische, sarcastische en infernale taferelen in het werk van James Ensor (1860-1949). Ensor heeft blijkbaar gaarne met geraamten omgegaan; de dood is bij hem de graaggenode gast, de ontmoeting die iedere dag kan gebeuren, de kameraad bijna, het bijna tot clowneske voorstelling aangeklede geraamte, de spotter die de relativiteitszin van de mensen aanscherpt en toch altijd meester blijft van het resultaat. En de Gentenaar Jules De Bruycker (1870-1945) heeft in zijn koperets ‘Het kleppen van de dood’ weer de triomf van de dood uitgebeeld, groots, machtig en niets ontziend.






vrijdag 3 juli 2020

Nevinson


 By Christopher R. W. Nevinson - Google Art Project: Home - pic Maximum resolution., Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=76512380



"Ik kies één voorbeeld uit Londen uit de periode dat JDB daar vertoeft en focus verder op de kunstenaars die in zijn omgeving werken. De Engelse kunstenaar Richard Nevinson (1889-1946) was bevriend met Marinetti en omhelsde aanvankelijk het beeld van een heroïsche oorlog in een kubistische-futuristische stijl. Maar Nevinson nam dienst in de ‘Friends’ Ambulance Unit’ in Frankrijk, werd ziek en keerde terug met een heel ander beeld van de oorlog. Zijn schilderij Paths of Glory toont het omgekeerde van de glorificatie.
  

De titel verwijst naar een bekend gedicht Elegy Written In A Country Church-Yard van Thomas Gray (1716-1771) en specifiek het vers: “The paths of glory lead but to the grave”. Voor de lezer van vandaag verwijst de titel en het vers ook naar de film (1956) met dezelfde titel en aanklacht van Stanley Kubrick (1928-1999). Op het schilderij van Levinson zien we twee soldaten dood of gewond achtergelaten in een soort no man’s land. Kortom, Levinson vond de modernistische stijl niet langer geschikt om de gruwel van de oorlog te schilderen en kiest voor meer realisme. Het schilderij werd gecensureerd, Levinson toonde het werk toch met het woord ‘censored’ erop. Hij kreeg een reprimande maar ook een beloning: het schilderij werd gekocht door het museum. Over een ander schilderij La Mitrailleuse van Nevinson schreef Walter Sickert dat het waarschijnlijk het beste beeld van de oorlog ooit is. Een bewijs van de zeggingskracht van de schilderkunst in een tijd waarin de fotografie steeds dominanter werd."

zondag 10 mei 2020

Van Leusden



Willem van Leusden (Utrecht, 25 september 1886 - Utrecht, 8 maart 1974) was een schilder die in Utrecht en vanaf zijn 23ste in Maarsseveen woonde.
Van Leusden volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en de Rijksakademie in Amsterdam. Hij verwierf gedurende drie jaar de koninklijke subsidie voor jonge kunstenaars.
Hij was verbonden aan de Burgeravondschool waar hij tekenles aan jongens gaf.
In zijn vrije werk maakte hij een ontwikkeling door van realistisch, via abstracte schilderijen en meubelen die in de traditie van De Stijl passen, tot surrealistisch werk. Van Leusden bekwaamde zich ook in verschillende ets- en graveertechnieken. Met de kunstenaars Jopie Moesman en Willem Wagenaar vormde hij de kern van de groep surrealisten die in de periode 1930 tot 1950 in Utrecht actief waren. Ook was hij lid van het grafisch gezelschap De Luis.
In grafische vakkringen verwierf hij grote bekendheid door zijn onderzoek naar de grafische techniek van Hercules Seghers. Na lang aandringen publiceerde hij daarover in 1960 zijn bevindingen.
Willem van Leusden overleed in het Utrechtse ziekenhuis Oudenrijn.


W. Van Leusden, Kathedraal van Reims (1914)





Westelijke hoofdportaal van de gothische kathedraal in Reims
Vervaardiger
Willem van Leusden (Utrecht 1886 - 1974 Maarssen)
Datering
1913 - 1914
Materiaal / Techniek





De ets REIMS (075, 076) (1916) 





vrijdag 8 mei 2020

WO1: foto's



In 1915: een speciaal nummer van het Franse tijdschrift L'art et les Artistes:  La Belgique héroique et martyre. (Burny 1995: 309).








E. Van Hamme, Ieper. (p. 13). Foto Archief Stedelijk Museum van Ieper.

zondag 3 mei 2020

A Book of Belgium's Gratitude








A book of Belgium's gratitude [comprising literary articles]


    Cammaerts, Émile ( editor )
    Davignon, Henri, 1879-1964 ( editor )
    Lambotte, Paul, 1862-1939
    Locke, William John, 1863-1930 ( editor )
    Palacio Luca, Clara Helena ( joint-donor )
Donor:
    Luca, Francis Xavier
Place of Publication:
    London ; New York
Publisher:
    John Lane, The Bodley Head
Publication Date:
    1916


Related Item:
    Plate [22]: Magdalen College, Oxford / Jules de Bruycker




Lambotte, Paul, (1916) A book of Belgium's gratitude.

Literary editors: Émile Cammaerts and Henri Davignon. Translation editor: William J. Locke.

https://digital.wolfsonian.org/WOLF040258/00001

A book of Belgium's gratitude



Plate [22]: Magdalen College, Oxford / Jules de Bruycker

Plate [23]: Merton College, Oxford / Jules de Bruycker

Plate [22]: Magdalen College, Oxford / Jules de Bruycker
A Book of Belgium's gratitude comprising literary articles by representative Belgians, together with their translations by various hands, and illustrated throughout in colour and black and white by Belgian artists This book, "A Book of Belgium's gratitude," by John Lane, is a replication of a book originally published before 1916. It has been restored by human beings, page by page, so that you may enjoy it in a form as close to the original as possible. 
A Book of Belgium's gratitude; comprising literary articles by representative Belgians, together with their translations by various hands, and illustrated throughout in colour and black and white by Belgian artists : Cammaerts, Émile, ed : Free Download, Borrow, and Streaming : Internet Archive

https://archive.org/details/abookbelgiumsgr00lambgoog/page/n398/mode/2up/search/De+Bruycker




B0350 MERTON COLLEGE,OXFORD "VIEILLE MAISON" 


B0351 MERTON COLLEGE, OXFORD 
B0352 "MERTON COLLEGE" OXFORD 

B0353 MERTON COLLEGE OXFORD 

Jules De Bruycker - Magdalen College Oxford Architecture 1916 Photogravure | #1733244346
https://www.worthpoint.com/worthopedia/jules-de-bruycker-magdalen-college-1733244346:



Single disbound illustration from a 1916 art book. Verso is blank Including margins the total size is approximately 7 1/4 x 9 3/4(measurements are approximate. Printed on ivory paper with faintly age toned margins.

vrijdag 1 mei 2020

Permeke


Bonnel (1956) over het atelier van JDB in Londen:

"Het enige andere kleurvlak was ‘Wolkenhemel’ van Permeke.
En die verdonkerde omwille van de loodwitverf – goedkoop wegens de omstandigheden van de oorlog."



Uit Wikipedia: 
Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak werd Permeke opgeroepen en ingezet bij de verdediging van Antwerpen; de vriendengroep werd uiteengerukt. Te Duffel raakte hij zwaargewond. Hij werd via een lazaret in Antwerpen overgebracht naar het Verenigd Koninkrijk, naar een hospitaal te South Hillwood. Na zijn herstel vond hij zijn vrouw en zijn moeder terug in Folkestone; hier werd ook zijn eerste zoon John geboren. Intussen ontstonden contacten met Belgische kunstvrienden als Edgard Tytgat, Gustave van de Woestijne, Aloïs Boudry en Hippolyte Daeye. Hij werd ontslagen uit de militaire dienst en trok naar Londen waar hij via het Rode Kruis huisvesting kreeg in Stanton St Bernhard; in de loop van 1915 maakte hij enkele aquarellen van de omgeving aldaar. In maart 1916 vestigde hij zich met zijn gezin in Chardstock (Devonshire), waar zijn dochter Beatty werd geboren op 18 september 1916; Gustave Van de Woestyne was als peterlap bij het doopsel aanwezig. 

dinsdag 28 april 2020

Tentoonstelling: Arts War Relief


Londen Royal Academy of Arts War Relief Exhibition


De eere plaats -drie zalen- werd aan de Belgen afgestaan, een eer die, in zulke tragischeomstandigheden,haast te zwaar was om te dragen.

?En toch is men er, dank vooral aan het optredenvan den Heer Paul Lambotte, Regeeringsdirecteur van Schoone Kunsten,in geslaagd,om een vrij belangwekkend, zoonietvolledig geheel samen te stellen.


De inzending grafische kunst was belangrijk; behalve de reeds vermelde inzendingenvan Khnopff en Opsomer, had Alb. Baertsoener enkele zijner besteetsen; Jules de Bruycker vertoonde er ons zijn fantastische Gentsches tadsbeelden; Alb. Delstanche eenige fijngevoelde natuurstudies; Fern. Verhaegeneen paarkleuren-etsjes in den trant van James Ensor; Marten van der Loo en J. Célos stadsgezichten in kleur.

https://www.dbnl.org/tekst/_onz021191501_01/_onz021191501_01.pdf

Onze Kunst. Jaargang 14 - _onz021191501_01.pdf

zaterdag 18 april 2020

Langui


Langui Emile (1945), ‘Grandeur et Misère der Belgische verzetskunst’. Kroniek van Kunst en Kultuur, december 1945, p. 42-45.
(zie Huys: 47)

"De leiders hebben het dan een tijdje met Jules De Bruycker beproefd, die er voor een paar exposities ingelopen was"

Volgens Huys waren tenminste 15 van de 18 (47)

woensdag 1 april 2020

Arthur Rackham

 Als JDB in Londen aangekomen is, dan schrijft Van Herreweghe( 1915): "Tâchez de vori Rackham" (Huys 17). 



Arthur Rackham (1867 -1939) was een Engelse tekenaar, schilder en illustrator van boeken.
(bvb Dickens, Charles Lambs' Shakespeare voor kinderen etc.)


Arthur Rackham; Charles Dickens - A Christmas Carol - 1915 - Catawiki


<Tâchez de voir Rackham*”>. 

VERWEY, Albert - Britsche balladen. Geïllustreerd door Arthur Rackham. Vertaling van
Albert Verwey. Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, (1920), 4to, halflederen uitgeversband met goudopdruk, gekl. plaat gekleefd op voorplat, achterplat versierd in blinddruk met centraal drukkersmerk eveneens in blinddruk, gladde vergulde rug, onafgesneden, [10]-199-[1 bl.] pp. Zeer goed ex. € 120/180
Vertaling van “Some British ballads” (1919). Geïllustreerd met 16 platen in kleur (incl. 1 op
omslag). Titelvignet en talrijke vignetten in de tekst. Oplage van 550 genum. ex. (n. 247). Ref. KB Den Haag (17 pl.).
Bijgevoegd: Wagner, R. - De Walkure. Eerste dag van de trilogie De Ring van den Neveling.
Metrische vertaling van Willem Kloos. Illustraties van Arthur Rackham. Amst., Van Holkema & Warendorf, 1911, 4to, lederen uitgeversband met uitgebreide goudopdruk, achterplat versierd met blinddruk en centraal drukkersmerk eveneens in blinddruk, mooi versierde vergulde rug,
sierpapieren schutbladen, onafgesneden ex. op handgeschept papier, étui, 97-[3 bl.] pp. (enkele marg. roestvlekjes). Mooi ex. Met 17 fraaie gekleurde platen van Arthur Rackham. Zwart/wit tekstillustraties. Rode grenslijnen. Beperkte genum. oplage (nr. 208). Ex libris op schutblad Van Benthem & Jutting. (2 vol.)

 

 








maandag 3 februari 2020

Jean De Bosschère




Jean De Bosschère(1878-1953)
(later geschreven als De Boschère)

een Belgisch dichter, essayist, romanschrijver, schilder, boekillustrator en kunstcriticus”.


Stephen Goddard:


The Belgian enthusiasm for the Flemish Renaissance serves to introduce Jean de Bosschère, one of De Bruycker's critics, who also left Belgium to wait out the war years, primarily in London. De Bosschère had many talents: he was an author and critic who spent his later years in Paris in the circle of Antonin Artaud nd André Saurés; he was a talented artist who illustrated many of his own literary texts in styles that can be loosely associated with the graphic art of Aubrey Beardsley (fig. 16) and later the surrealists; he was an intimate and important correspondent with Belgian poet Max Elskamp; and, what is germane to this discussion, he authored several early texts on various aspects of fifteenth and sixteenth-century Flemish painting and sculpture.74

These include a monograph on the Antwerp Renaissance painter Quentin Metsys

(1907), one of the first studies of Renaissance sculpture in Antwerp (1909), and a long article on Bruegel and "our taste in painting" for the Parisian review L'occident (1913).75 De Bosschère reviewed De Bruycker's works in two wartime group exhibitions in London and he penned a longer article on the artist in 1918.76

At this time De Bosschère was still fairly steeped in a Walter Pater-like estheticism. He took pleasure in describing the etcher's trade as resembling that of a tinker and he evoked the French etcher Charles Cotett's description of biting the plate as "delectable cookery! [cuisine delectable!]." De Bosschère conjures up an image of the etcher as a sort of necromancer, lost to the real world "like those who seek the philosopher's stone."77

Without making reference to Bosch or Bruegel ("great names cast a shadow," De Bosschère notes), De Bosschère finds in De Bruycker a remarkable visionary, especially in the great wartime prints such as Weer klepte de Dood over Vlaanderenland and Kultur! (cat. 19, 20), and not simply someone who makes clever use of the fantastic.

Although De Bosschère nowhere spouts a nationalistic or fervently Flemish phrase (he was, after all, francophone, despite his upbringing in Lier, near Antwerp), it is significant that during his wartime stay in London he produced his lovely books, Christmas Tales of Flanders (1917) and Beasts and Men (1918, a collection of Flemish folk tales).78

Both works were extensively illustrated by the author. As with De Bruycker, De

Bosschère's drawings have been related to the spirit of Ulenspiegel, and described as satirical and grotesque.79 Although we do not know exactly what works De Bruycker refers to (probably the illustrations for the two books of Flemish tales), we know that he admired De Bosschère's watercolors when he saw them later in an exhibition in London. He described them as "extraordinarily interesting. Flemish proverbs and tales so nicely interpreted!"80 While in general their careers are highly dissimilar, during the war years De Bruycker and his critic De Bosschère had a brief convergence in which they mustered strength and working material by evoking their cultural heritage in the face of war.


Stephen Goddard

zondag 17 maart 2019

Portret JDB



Bonnel vertelt over een bezoek van een Duitser in brugerkleren. De direkteur van het Berlijn Museum die zijn werk wou zien maar hem ook tekenen. Bonnel schrijft: “Ik vraag me af: wat is er van die tekening geworden?” (1956: 646).



Ik denk dus dat ik die tekening gevonden heb in het boek
Up Weddersehen
 van Otto Engelhardt-Kyffhäuser (1884- 1965). Verder denk ik dat niemand dit boek eerder geraadpleegd heeft bij het schrijven over JDB. John heeft een exemplaar.
 
 
 
 
 
 
Huidige toeschrijving
Otto Engelhardt-Kyffhäuser (1884- 1965)



Nederland 1939 - 1945
oorlogsschilder
België 1939 - 1945
oorlogsschilder
Datering
ca. 1940 (1940) 







Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie
https://data.collectienederland.nl/










The Art of the Third Reich – Paintings: War Art « "Neues Europa"

https://nseuropa.wordpress.com/2015/03/03/the-art-of-the-third-reich-paintings-war-art/

10 Otto Engelhardt-Kyffhäuser – Der Blick nach Deutschland



Otto Engelhardt-Kyffhäuser – Wikipedia








Zeit des NS-Regimes

Er trat in die NSDAP und SS ein, arrangierte sich mit der zeitgenössischen Progapandabedürfnissen, zeichnete zahlreiche Kriegsbilder und porträtierte mehrere nationalsozialistische Größen. Im Januar 1940 begleitete Engelhardt-Kyffhäuser auf Wunsch Himmlers einen Treck von Volksdeutschen. Diese wurden aus Galizien und Wolhynien, die zum sowjetisch annektierten Ost-Polen gehörten, in den Warthegau umgesiedelt. Um hier Ansiedlungsplatz zu schaffen, waren zuvor 120.000 Polen deportiert worden. Engelhardt-Kyffhäuser dokumentierte die Fahrt durch zahlreiche Skizzen und Zeichnungen, welche am 30. März 1940 in Berlin ausgestellt und im gleichen Jahr als Buch veröffentlicht wurden. Engelhardt-Kyffhäuser gab „Das Buch vom großen Treck“ zusammen mit Alfred Karasek, dem Gebietsbevollmächtigten im Umsiedlungsstab, und Heinrich Kurtz vom Krakauer Amt des Generalgouverneurs heraus. Ein Geleitwort steuerte der SS-Obergruppenführer Werner Lorenz bei. Die Bilder dienten als Vorlage für den NS-Propagandafilm „Heimkehr“ von Gustav Ucicky, dessen Entstehung Engelhardt-Kyffhäuser zudem dokumentierte. Der Film inspirierte ihn wiederum zu weiteren Bildern.  

Jo C: wat als één van die Duitsers op het terras Otto was? Verder zoeken




Otto Engelhardt-Kyffhäuser

https://rkd.nl/nl/explore/images/record?query=JUles+de+Bruycker&start=0

Standplaats afbeelding
BD/Digital Collection (afb.nr. 0001534423)
 
Schilderij van Otto EK:
 


 Otto Engelhardt-Kyffhäuser - Wikiwand
https://www.wikiwand.com/de/Otto_Engelhardt-Kyffh%C3%A4user



Er trat in die NSDAP und SS ein, arrangierte sich mit der zeitgenössischen Progapandabedürfnissen, zeichnete zahlreiche Kriegsbilder und porträtierte mehrere nationalsozialistische Größen. Im Januar 1940 begleitete Engelhardt-Kyffhäuser auf Wunsch Himmlers einen Treck von Volksdeutschen. 



Station