Posts tonen met het label Chabot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chabot. Alle posts tonen

donderdag 14 januari 2021

Chabot


 

weg


vrijdag 8 januari 2021

café

Joris van Parys, Masereel · dbnl
http://www.dbnl.org/tekst/pary001mase01_01/pary001mase01_01_0004.php

"Als geen ander heeft Jules De Bruycker het Gent van de eerste jaren na de eeuwwisseling geportretteerd. De types die hij op straat, in de wachtzaal derde klas van het station of op de goedkoopste plaatsen in de nok van het theater - het ‘uilenkot’ - observeert, bevolken in zijn werk een wereld van kerken, markten en steegjes waarin de geest van Bosch en Bruegel herleeft. ‘Hij liep een café binnen,’ zegt Chabot, ‘zoals een landschapsschilder naar buiten trekt. In de kroeg schetste hij, gedoken achter een opengevouwen krant.’  "

maandag 17 augustus 2020

DEVOGHELAERE, Hubert

DE BRUYCKER,Jules. - Speciaal nummer Maandblad "KUNST" Februari

Schrijver:    DE BRUYCKER,Jules.
Titel:    Speciaal nummer Maandblad "KUNST" Februari-Maart 1933.
Uitgever:   
Bijzonderheden:    Onder hoofdleiding van Jozef MULS.  CHABOT, Georges : Arabesken rond het werk
Prijs:    € 219,00 (Excl. verzendkosten)

Meer info:    van Jules De Bruycker. 8 Blz.tekst.

DEVOGHELAERE, Hubert : Jules De Bruycker. 8 Blz.tekst.  Biografie. Bibliografie. Met buitentekstplaat op kunstdrukpapier. 24 Blz. platen op kunstdruk. Groot formaat 24,5 x 32 cm. Gent. Zeer zeldzaam !

zondag 10 mei 2020

Goya

JDB werd vergeleken met Goya:

“In his etchings of the war, his satire becomes a tragic thing and the prints surpass even those from Goya in horror. Goya gains his effects by extreme realism and the use of much gruesome detail. DB achieves results even more fearful by making use of a freer method of attack; - by introducing fiends when Goya uses corpses, by peopling every shadow with the hold of unknown horrors. (geciteerd bij Huys: 85)

Sturges, Lucy Hale, 
An Etcher of Flanders [Jules de Bruycker] [Electronic File]
Champlain, N.Y.: Winfred Porter Truesdell, 1923. 9 pp. 5 illustrations. PDF file (approx. 1.75 MB). Originally published in The Print Connoisseur, 1923. Delivery in PDF format. The first complete Index to The Print Connoisseur, 1920-1932, is available as catalogue no. 319-3. Requires Adobe Reader or similar program to view.

vrijdag 3 april 2020

Chabot: Wereldtenoonstelling


Chabot vraagt zich af: “Welke was nu de artistieke verwantschap bij De Bruycker? Onder de meesters van de ets heeft hij vooral Forain, Andres Zorn en Brangwyn bestudeerd. “Hij had  hun grote werken gezien in de tentoonstelling van Gent” (Chabot, p. 115).
 
Over de Wereldtentoonstelling:

Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1913 · dbnl


"In Frankrijk hing al het beste bijeen, (trouwens op de heele tentoonstelling bleek die voorliefde van de Belgen voor Frankrijk?) Daardoor en door de groote massa goed geplaatst, maakte Frankrijk vooral zoo 'n overweldigender indruk. De beste namen waren er: Cottet, de Sidaner, Vuillard, Besnard, met een serie mooie, decoratieve paneelen, Forain, Steinlen, Bonnat, enz.  “

"In England was vooral mooi de inzending van de Sennefelder Club*, de prachte etsen van Frank Brangwyn (niet in de Schoone Kunsten, maar in de Engelsche afdeeling zelf) een paar mooie portretten van the right Hon. Lord Cuthrie van Watt en Phil."

*Senefelder Club - Wikipedia


"The Senefelder Club is an organization formed in London in 1909 to promote the craft of art reproduction by the process of lithography "

Zie verder in het artikel over Baertsoen...

vrijdag 7 februari 2020

Vyncke: Kunst

André Vyncke

”Vyncke is ook een uitgever (zijn tijdschrift Kunst van 1933 geeft een speciaal Jules De Bruycker nummer uit met 27 afbeeldingen en bijdragen van Chabot en Hubert Devoghelaere) (Huys: 41).



Website JDB-stichting:
“Ook waren er bepaalde inlijsters die het niet te nauw namen met de kunstwerken. Zo werden bijvoorbeeld bij Inlijstingen Vyncke-VanEyck alle kunstwerken gekleefd op karton, hetgeen nefast is voor de kunstwerken (soms is dit onherstelbaar). Vermits A. Vyncke zijn eigen verzameling zorgvuldig bewaarde in kaften die nooit het daglicht zagen, waren deze in perfecte staat.
A. Vyncke had ook de gewoonte om aan Jules De Bruycker te vragen op zijn werken NA de handtekening te voorzien van een puntje. Al zijn werken droegen ook een stempel op de achterzijde A.V. De werken die Jules De Bruycker voor zichzelf hield hadden ook regelmatig een stempeltje achteraan met DB. Hou er steeds rekening mee dat kunstwerken voor een kunsthandelaar in de meeste gevallen gewoon handelswaar is.”

vrijdag 24 januari 2020

Van Campenhout


Goddard: 

"De Bruycker had his plates printed in Elsene (or Ixelles in French, a quarter in Brussels) by the Van Campenhout firm, and they were often published by the distinguished fine arts bookstore, Maison Dietrich, also in Brussels.[31] "

31. Chabot, "Jules De Bruycker," 1963, p. 115, who gives De Bruycker's age as 30 not 35 when he started to etch. For Van Campenhout and Maison Dietrich see Goddard, Les XX and the Belgian Avant-Garde, pp. 80, 87.

vrijdag 15 maart 2019

Masereel in Parijs

1922

Déménagement à Paris dans la Rue Lamarck sur la colline de Montmartre



(op de 5deverdieping van het halfvoltooide pand op de Rue Lamarck nr. 32)




Joris van Parys, Masereel · dbnl



Met een wijde bocht loopt de rue Lamarck door het hoogste deel van Montmartre naar de oostkant van het plein achter de Sacré-Coeur. Vlak bij de hoek met de rue Becquerel, een trappenstraatje ten noorden van de basiliek, is vanaf 1914 een huis in aanbouw dat pas vier jaar na de oorlog afgewerkt raakt. Dat hij op de vijfde verdieping van dat half voltooide pand nr. 32 een paar kamers heeft kunnen huren, noemt Masereel gezien de woningschaarste in Parijs een klein mirakel. Bovendien kan hij zich geen inspirerender uitzicht wensen dan vanuit de kleine achterkamer die zijn atelier wordt: ‘Parijs als in een uitstalling... Een Parijs dat niet op prentkaarten wordt afgebeeld, de keerzijde van de mooie façades.’2 Voor het brede hoge raam van zijn werkkamer ligt het panorama waarvan de invloed op zijn werk van de jaren twintig nauwelijks te overzien is. In de grote houtsnede ‘Spleen’, in de suites La ville en Bilder der Grossstadt, in de losse tekeningen en in de aquarellen en de serie doeken die hij zelf ‘paysages parisiens’ noemt, telkens weer inspireert hem het indrukwekkende stadsdecor dat hij op ieder uur van de dag en de nacht leert kennen. Straatscènes en taferelen die zich achter ramen van anonieme gevels afspelen, haalt hij met de kijker op een drievoet in close-up naar zich toe: ‘Hij ziet en wat hij ziet onthoudt hij en wat hij onthoudt is stof voor zijn verbeelding.’3

Voor Jules De Bruycker, die op een zomerochtend in 1925 op bezoek komt, is dit atelier de observatiepost (zie andere posts)




AN EYE ON FLANDERS: THE GRAPHIC ART OF JULES DE BRUYCKER © Stephen Goddard,

De Bruycker was somewhat covetous of Masereel's fame, won (to De Bruycker's mind) through Masereel's decision to locate himself near the hub of activity in Paris.[98]

Apparently it was Masereel who inspired De Bruycker to take on a series of architectural studies.[99] This took the form of a group of large and complex images of cathedrals.

The plates are of the cathedrals of Paris (1926), Antwerp (1929, cat. no. 38), Rouen (1930, cat. no. 39), Bourges (1931), and Amiens (1932). These, and some of his other city views, such as La Porte St. Denis, Paris (Le Roy 154) offer a more splendid civic face than we are used to in De Bruycker's art, and it is possible that these were in fact done to cultivate patronage outside of outside of
Ghent.

However, he made no concession to his proclivity to populate his
city scenes with masses of common people at street level, and he
exercised a critical eye in sizing up these new subjects, stating for
example that Rouen is "a curious and almost too picturesque city that, in
my opinion, lacks character, structure, and force."[100]

Chabot, "Jules De Bruycker," 1963, p. 102, indicates that De Bruycker confided in him his feeling that "Si j'avais fait pour Paris ce que j'ai fait pour Gand, je serais celèbre," and further, that this sentiment returned whenever De Bruycker received a new novel illustrated by Masereel. See also Chabot "Jules De Bruycker," 1963, p. 98.

98. Chabot, "Jules De Bruycker," 1963, p. 102, indicates that De Bruycker confided in him his feeling that "Si j'avais fait pour Paris ce que j'ai fait pour Gand, je serais célèbre," and further, that this sentiment returned whenever De Bruycker received a new novel illustrated by Masereel. See also Chabot "Jules De Bruycker," 1963, p. 98.





Rouen


JDB over Rouen in Chabot "Jules De Bruycker," 1963, p. 156, "Ville curieuse mais un
peu trop pittoresque à mon avis, manquant de caractère, de structure, de
force."
 
B.009 BRIEFKAART VAN JULES DE BRUYCKER VANUIT ROUEN AAN ZIJN ECHTGENOGE
Dit geeft aan dat hij tekende en etste ter plaatse en niet van foto's of briefkaarten (John). 
 
  
 
 
 
 
 
Uit Rouen? De afbeelding verwijst duidelijk naar de kathedraal
 
Afgestempeld in Parijs? 
En hij schrijft "je roule avec le rapide (sneltrein?) vers Bourges. 
 
Checken bij John?  Datum van afstempelen. Ik zie ergens (19)29. 
 
 
Opvallend: "ne jette pas la carte". 




Rouen Cathedral (Kathedraal Rouaan) - WOJ NIEUWENKAMP (1874-1950)

Medium: etching
 
 
inscribed in pencil l.c.: JPennell imp.
inscribed in pencil l.c.r.: Rouen the West Front / during restoration 1907
 
 
 
 
 

zaterdag 8 december 2018

Parijs


JDB

 “si j’avais fait pour Paris ce que j’ai fait pour Gand, je serais célèbre” G. CHABOT, op.cit., p. 138.

“Had ik voor Parijs gedaan wat ik voor Gent heb verricht, dan zou ik beroemd zijn”.



(Chabot 102)


Ik vond een artikel over Stuyvaert waarin de auteur op het einde het volgende vermeldt:


"Om te besluiten kunnen we nog een belangrijke Vlaamse graficus aan het woord laten. Jules de Bruycker schrijft over Victor Stuyvaert: ‘Moest hij in Parijs wonen, ge zoudt zijn faam eens zien groeien.’ Jammer, Victor Stuyvaert woonde ‘maar’ in Gent.”


98. Chabot, "Jules De Bruycker," 1963, p. 102, indicates that De Bruycker
confided in him his feeling that "Si j'avais fait pour Paris ce que j'ai
fait pour Gand, je serais celebre," and further, that this sentiment
returned whenever De Bruycker received a new novel illustrated by
Masereel. See also Chabot "Jules De Bruycker," 1963, p. 98.

Station