Posts tonen met het label catalogue. Alle posts tonen
Posts tonen met het label catalogue. Alle posts tonen

zaterdag 20 maart 2021

Auguste Brouet

 JDB vraagt inzage in de boeken over Forain, Brouet en Brangwyn.

"In Brouets werk moge men geen diepzinnige physiologie bespeuren, (waarom zoekt men altijd meer dan de schoonheid alleen), het is echter van een fijnheid en distinctie, die den gevoeligen opmerker doen kennen. Het is als van iemand die ons, als wij met hem wandelen, telkens even doet stilstaan om ons op een pittoresk geval te wijzen, of onze aandacht te vragen voor een aantrekkelijk figuurtje, voor een groepje menschen of wat niet al.  “

R.W.P.Jr. (1922). August Brouet bij Van Wisselingh en co. Amsterdam. Elseviers Geïllustreerd Maandschrift32, 139–141. https://www.dbnl.org/tekst/_els001192201_01/_els001192201_01_0081.php



JDB is niet de enige in die tijd die wandelt en tekent met aandacht voor pittoreske scènes. Het verschil zit vaak in de humor. 


Boutitie, Gaston (1923). Auguste Brouet : catalogue de son oeuvre gravé. précédé d'une étude de Gustave Geffroy. Paris: G. Boutitie


Auguste Brouet (1872-1941) was een Franse etser en boekillustrator.

Auguste Brouet 
 Rond 1902 begon hij om de originele etsen, soms grotere stukken in kleur, vaker kleinere werken in zwart-wit te bedenken, zoals de groeiende trend op het moment was.

In de jaren 1920, zijn etsen kwam onder een sterke vraag zowel in Frankrijk als in de Verenigde Staten, in de nasleep van de Print Revival . Op dat moment, hij produceerde ook een aanzienlijke hoeveelheid boekillustraties. Deze periode van voorspoed eindigt met de Grote Depressie , waaruit de printmarkt nooit helemaal hersteld. Brouet stierf in 1941 in armoede.


Biography + werken

Brouet a laissé plus de quatre cents estampes. Il subit l'influence de Rembrandt dont il s'inspire fortement pour sa technique de gravure. Il puise ses sujets dans les milieux populaires et notamment dans le village de Montmartre avec ses prostituées, danseurs, cirques, intérieurs modestes, etc.
Graveur d'interprétation au début de sa carrière, il traduit dans le cuivre, en noir ou en couleur, les œuvres de peintres comme Rembrandt, Velasquez, Watteau, Chardin, Turner, Millet, Corot, Whistler4 ou Woog5. Il illustre de nombreux livres dont ceux de Joris-Karl Huysmans (La Bièvre et Saint-Séverin6, Le Drageoir aux épices7, Marthe8), Francis Carco (Jésus la Caille9), André Suarès (Le Livre de L’émeraude10).

La Bièvre et Saint-Séverin: (Brouet)




Paris, Editions de l’Estampe, 1924. In-4, II-125p. Ouvrage en feuilles sous chemise et double emboîtage de l'Editeur. Illustré de 27 eaux-fortes originales dont 6 h.-t. par Auguste Brouet. Tirage limité à 210 exemplaires. Celui-ci, 1 des 20 exemplaires de tête sur Madagascar avec une suite des eaux-fortes et des Etats. [Talvart IX-310 et Carteret IV.212]. Bon état.

 

Le célèbre auteur lors de ses promenades restitue une image disparue de ces quartiers corrompus par les agents immobiliers et la furie dévastatrice de l’aménagement urbain. Notre réédition inclut bien la reproduction des eaux-fortes d’Auguste Lepère qui illustrait l’ouvrage d’origine.
Un témoignage poétique et poignant d’une grande ville désormais disparue. À lire et relire à l’heure où Paris subit encore une grande vague de métamorphose. On peut encore parcourir les rues de ces quartiers, le livre à la main.
Cet ouvrage n’a pas connu d’édition papier depuis la fin du XIXe siècle.

 

 


vrijdag 8 januari 2021

Invloed: Caralogue Henri Leys



JDB in briefwisseling met Van Herreweghe. Hij bestudeert een aantal kunstboeken (als voorbereiding voor de catalogue van Le Roy) o.a. over Henri Leys.


Henri Leys (Antwerpen 18 februari 1815 – 25 augustus 1869) :
Schilder, tekenaar en etser van historische en genretaferelen en portretten. Opleiding aan de Academie van Antwerpen (Mathieu Van Brée, Gustave Wappers en zijn zwager Ferdinand de Braekeleer sr.). Verblijft in Parijs waar hij kennis maakt met Eugène Delacroix en Paul Delaroche (1835). Bezoekt Nederland en Duitsland (1852 – 53) om er de kunst van de meesters van de zestiende eeuw te bestuderen. Schildert aanvankelijk historische gebeurtenissen gesitueerd in Antwerpen tijdens de Spaanse tijd, maar evolueert naar een meer burgerlijke thematiek van landelijke feesten en marktscènes. Rond 1839 wordt zijn werk beheerster en statischer. Zijn techniek leunt aan bij deze van de Vlaamse primitieven. Zijn invloed strekt zich tot ver buiten de grenzen uit. Gouden medaille op de Wereldtentoonstellingen van Parijs (1855) en Londen (1862). Lid van de Koninklijke Academie. In de adelstand verheven in 1862. Muurschilderingen in het stadhuis van Antwerpen (1863 – 69).


Zie Ensor over Leys:

Vlaanderen. Jaargang 59 · dbnl



Ensor boezemde heel wat afkeer in voor Vlaamse tijdgenoten, maar bij hem merken we geen afkeer voor de groten van de Vlaamse kunst! Ensor bewondert Bosch, Bruegel, Rubens, Van Dyck en Jordaens. Daar is hij heel duidelijk over; hij schrijft: ‘Sinds Bruegel, Bosch, Rubens en Jordaens is de Vlaamse kunst dood.’ En waarom is ze dood? Omdat ze nu alleen maar navolging is, ze bestaat enkel nog uit afspiegelingen en schaduwen. Maar vooral omdat de Vlaamse schilders hun wezenlijkste kenmerk verloochenen:

‘De Vlaming is niet langer kolorist. De Vlaamse kunst is niet meer: ze is dood, morsdood, het is onmogelijk dat ze niet dood zou zijn.’ (1990:101) Het hoge woord is eruit! Colorist! Een schilder moet een colorist zijn. Hij prijst trouwens ook zijn generatiegenoten die colorist zijn. Hij klasseert de schilders van zijn tijd in twee groepen: de goeden en de slechten, de coloristen en de niet-coloristen. Hij plaatst de ‘colorist’ Stobbaert tegenover Verwée, ‘de knappe Leys’ tegenover Gallait, ‘de wonderbaarlijke’ De Braekeleer tegenover ‘de erbarmelijke colorist’ Wiertz. Ensor verzet zich dus niet tegen de Vlaamse schilderkunst als zodanig. Integendeel, hij houdt lofredes op de Oude Vlaamse Meesters. Op de Breugelviering van 31 mei 1924 in Brussel houdt hij een redevoering waarin hij zegt:

‘Laat ons een ogenblik ingetogenheid in acht nemen en denken aan de grootste van onze schilders. Ja, een ogenblik stilte voor onze oude Bruegel, de meester van de verlossing, de meester-kriebelaar van de Brabantse eigenliefde, de meester-wekker van onze nationale grappen en gevulde zwanzen, de bevrijder bij uitstek, de prentenmaker waar onze kinderen zoveel van houden. Voor ons allen is hij een goede God, voor jong en oud, klein en groot, oud en modern, realist, constructeur, kubist, expressionist en co, en nog stiller vraag ik voor hem een klein viooltje en een kleine gedachte, een teken van erkenning, een artistieke ontroering, een teken van liefde, een ogenblik van grote stilte.’ (1990:129) En over Rubens is hij al even euforisch: ‘Ik aanbid Rubens, jullie Vader, de Schepper van Hemel en Aarde; ik hou van jullie roze meisjes, gekneed in rijk bloed en blonde melk.’ (1990:116) 

zaterdag 10 oktober 2020

Bibliografie Notitie

BIBLIOGRAFIE Belangrijkste publicaties – die ons iets leren over zijn werken maar ook over zijn manier van werken en leven – komen van vrienden: Bonnel, Chabot, Van De Woestijne... die vaak ook JDB uitgebreid citeren. En dan is er de catalogus van Le Roy die JDB ook persoonlijk kende. Enerzijds een interessante verzameling, anderzijds beperkt wat de tijd betreft (tot 1932). JDB heeft meegewerkt aan de verzameling en Le Roy is afhankelijk maar JDB vermeldt zelf dat hij geen goed archief had. Dat laatste o.a. door het feit dat de inhoud van zijn atelier verdwenen was als hij terugkeert naar Gent na WO1. Er blijken heel wat fouten in te staan die door Burny – vooral wat de oorlogswerken betreft – verbeterd.

maandag 18 maart 2019

Callot

In 1927 bestudeert JDB publikaties van Zorn, Forain, Callot, Ensor e.a.). (33). Hij schrijft: Kalot. 



Jacques Callot (1592-1635)

 

Callot werd beschreven als een fotojournalist uit de 17de eeuw. 

Tekeningen en etsen. 

 

Thema’s: spektakels, figuren uit diverse lagen van de bevolking (van bedelaars tot de hogere adel) met ook voorbeelden van groteske figuren (doen denken aan Bosch en Bruegel) en burleske gemaskerde figuren uit de commedia dell'arte.

 

Oorlogen waarbij hij ook aandacht besteedt aan de ellende van de oorlog voor de gewone burgers (deze werken waren bron van inspiratie voor Francisco de Goya (1746-1828), die in een gelijkaardige prentenserie (Los desastros de la guerra) de gruwelijkheden vastlegde die plaatsvonden gedurende de napoleontische invasie in Spanje. 

 

Religieuze prenten met theatrale effecten. 

 

Landschappen en stadgezichten (dat laatste checken: zie Notre Dame)

 

Daarbij komt dat Callot een etser is die ook een bijdrage leverde aan de ontwikkeling van het genre (zie invloed van Rembrandt?)

 

“everything from street performance, to landscape, from court pomp and ceremony to religious themes (…). This form of art work would be the historical equivalent of photojournalism."

 

Callot at the Albury Art Gallery from Friday, April 12th to Sunday, May 26th 2013.

 

Jacques Callot (1621 - 1676)


De 17de eeuw door de ogen van Jacques Callot Een selectie uit het Prentenkabinet van het Groeningemuseum - PDF Free Download

 


Vlaamse Kunstcollectie
http://www.vlaamsekunstcollectie.be/nl/judit_en_holofernes.aspx

Callot verbeeldde slechts tweemaal een scène uit het Oude Testament, namelijk De doortocht door de Rode Zee en Judit met het hoofd van Holofernes. Toen het Assyrische leger het Joodse Betulia bezette, verleidde Judit, een Joodse weduwe, de generaal van het leger, Holofernes, en hakte hem vervolgens het hoofd af. Zo redde ze haar volk en haar geloof van de ondergang. In de post-Tridentijnse 17e eeuw was de voorstelling van Judit die Holofernes onthoofdt een geliefd onderwerp, omdat het de triomf van de katholieke kerk over het protestantisme symboliseerde. De prent is volledig met de punt van een naald geëtst (gravée au pointillé), een veeleisende techniek die Callot slechts enkele malen toepaste. 



  Kreupele - STAM (glas)
https://stamgent.be/nl_be/collectie/kunstwerken/07795 

 

Callot, Bedelares met stok, naar rechts(1620) Rijksmueseum






Callot, Bedelaar op krukken (17de eeuw)

Inkt en krijt op papier

15,5 × 10,6 cm

KM 101.156











 

Dwerg met doedelzak; Commedia…


(Rijsmuseum Amsterdam)


Massacre of the Innocents (massamoord van onschuldigen).

n



"The scurrying crowds in De Bruycker's prints have been compared to those of Callot, but Callot's  etchings have some of the romance ande the glory of war in them as well as the bitterness and agony. Patriotism and bravery, glory and romance, do not enter into De Bruycker's scheme. To him, war is a thing of ruins and skeletons. There is something the picture which is a little reminiscent of Doré prints...

Lucy Hale Sturges, in The print Connaisseur (New York, 1923)


STURGES, LUCY HALE

An Etcher of Flanders [Jules de Bruycker] [Electronic File]

Champlain, N.Y.: Winfred Porter Truesdell, 1923. 9 pp. 5 illustrations. PDF file (approx. 1.75 MB). Originally published in The Print Connoisseur, 1923. Delivery in PDF format. The first complete Index to The Print Connoisseur, 1920-1932, is available as catalogue no. 319-3. Requires Adobe Reader or similar program to view.

==================================================================

Karel Van de Woestijne in Onze Kunst. Jaargang 17 - _onz021191801_01.pdf
https://www.dbnl.org/tekst/_onz021191801_01/_onz021191801_01.pdf

Ook zou men, naar aanleiding van zekere pikante figuren of van zeker sterken geestig accent,Callot kunnen noemen. Maar dan zou opeens zeker muskettiers-romantisme over DeBruycker’s werk komen zweven .En hier ligt de romantische toets toch alleen in het uitzichtvan het werk. Bij Callot openbaart die zich in een soortlooze snoefzucht der personages,en tevens in den elegantenen uiterlijken trek der graveerstift. Hoedenwe ons voor vergelijkingen ,welke een schoolschen al te gemakkelijk hulpmiddelzijn, en vooral te onnauwkeurigen onbillijk.  

=====

James Ensor (etser)

Datering

1887

Periode

19de eeuw
Ensor liet zich regelmatig inspireren door tekeningen en prenten van Jacques Callot. De ets “De pisser” ontleende hij aan een tekening die in 1878 in het tijdschrift L’Art gereproduceerd werd. In de achtergrond van de ets ‘portretteerde’ hij in een kinderlijke tekenstijl een kunstenaar aan het werk; daarboven staat het opschrift Ensor est un fou. Mogelijk wilde Ensor zijn critici een veeg uit de pan geven. De figuur van de pisser komt ook voor op een schetsboekblad (Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, inv. 2712/151a).





 

woensdag 30 januari 2019

Catalogue Hache


Betreft: geakwarelleerde tekening met als onderwerp "De Vischmarkt te Gent".

“Ten behoeve van een oeuvrecatalogus, die in het voorjaar van 1914 door ene Herve Hache werd voorbereid in opdracht van de kunstverzamelaar Rene Van Herrewege (maar die ingevolge oorlogs- omstandigheden jammer genoeg niet kon gerealizeerd worden- er kwam dan later wel, in 1933, een oeuvrecatalogus uitsluitend van de etsen, door Gregoire Le Roy), schreef Dutry in februari 1914 een kleine notitie bij die tekening in zijn bezit, een tekst die o.i. wel een publikatie verdient, omdat hij een aantal interessante gegevens bevat die nu allicht niemand meer zou kunnen achterhalen en die·een pittige kommentaar bevatten bij de ikonografie van de betreffende tekening. “ (Paul Huys).

Station