Honoré Daumier, Het drama (ca 1860) (oil on canvas)
vrijdag 27 december 2024
zaterdag 5 juni 2021
maandag 1 februari 2021
Manet
Manet, Café Concert Zangeres
Manet, Café Concert (1879)
Manet maakte vaak beelden van café scènes die het sociale leven toonden op het einde van de 19de eeuw. De nieuwe cultuur van het cabaret, het varieté... ontsond.
dinsdag 12 januari 2021
Thema: theater, opera, loge...
Krijt en verf op papier 20,7 x 35,7 cm KM 102.414 VERSO
zaterdag 2 januari 2021
Forain
![]() |
| Comme c'est long. Nous n'avonçons pas. |
![]() |
| La Justice |
Ce titre fait référence à un dessin du caricaturiste Jean-Louis Forain paru le 9 janvier 1915, dans le journal L’Opinion. On y voit deux poilus dans une tranchée. L’un dit à l’autre " Pourvu qu’ils tiennent. – Qui ça ? – Les civils. " A l'époque, cette caricature provoque une polémique énorme et donne lieu à une chanson " Ohé m'sieur Forain ", composée par Aristide Bruant et créée par une des plus grandes vedettes de l’époque, le comique troupier Polin. Dans cette caricature, Forain montre les difficultés rencontrées par les civils et les soldats pendant la Première Guerre mondiale, et renverse la vision traditionnelle qui met généralement les mots " Pourvu qu'ils tiennent " dans la bouche des civils.
Jean Louis Forain: A collection of 177 sketches (HD)
Naar aanleiding van een overzichtstentoonstelling:
Guillaume Apollinaire «No man but Molière could match the sublime humour of Forain, which is not without bitterness.» (1)
Joris-Karl Huysmans « Monsieur Forain studied his art with Manet and Degas, which does not at all mean that he imitates or copies them; for he has a very distinctive temperament, a very special vision […] Monsieur Forain is one of the most incisive painter of modern life that I know. » (2)
Henri de Toulouse-Lautrec « I belong to no school. I work on my own. I admire Degas and Forain.» (3)
(1) Chronique d’Art 1902-1918
(2) ‘L’Exposition des Indépendants en 1880’ in L’Art Moderne, Paris, 1883
(3) Jules Renard, Journal 1887-1910, edition presented et annotated by H. Bouillier, Paris, Robert Laffont, 1900
========================================================================"Als tekenaar heeft hij geleden onder de naam van ‘karikaturist’ die zijn vroegste tekenwerk hem bezorgde. Tegen die denigrerende kwalificatie heeft De Bruycker zich heftig, maar niet altijd succesvol verzet. Wat dit betreft kreeg hij echter onverhoopt hulp van Karel van de Woestijne, die in zijn Dagboek van den oorlog (nov. 1915) onder het trefwoord ‘karikaturen’ het met name had over ‘De Bruycker, de bittere Gentenaar, wien iedere prent als een wraakneming op het leven is, en die meer schrik aanjaagt dan hij zou doen lachen; geen karikaturist dus, gelijk men het algemeen opvat, minder karikaturist zelfs dan een Daumier of een Forain, en wien het “castigat ridendo” (= hij kastijdt al lachende) vreemd bleef, hij, die alleen spot, en met welke oneindig-droeve gelatenheid!, om wat hij in de mens onverbeterbaar acht’. " Ons Erfdeel
vrijdag 1 januari 2021
Daumier: opera & theater
http://parismuseescollections.paris.fr/fr/musee-carnavalet/oeuvres/actualites-ndeg310-une-1re-representation-de-la-bourse#infos-principales
Een propvol Odeon theater bij de première van het blijspel de Beurs van Ponsard waarbij de beursspeculanten zich in alexandrijnen uitdrukten. Van hoog tot laag is betrokken met aandelen in de mode.
Rappelés avec enthousiasme!.., from Les Comédiens de Société, published in Le Charivari, May 1, 1858
Amateurtoneel bloeide op tijdens het tweede keizerrijk. Aan het hof in Comiègne werden geregeld charades, tableaux-vivants, revues en toneelstukken opgevoerd.
Oh absolument comme si...
donderdag 31 december 2020
dinsdag 29 december 2020
de Bom:
" Ik ben sindsdien nooit meer naar den ‘uil’ teruggekeerd, maar ik heb den vagen indruk dat Jules de Bruyckerer thans vruchteloos naar zijn types zou zoeken. Want ook díe hebben de pijp aan Maarten gegeven. Het algemeen nivelleeringsproces gaat zijn gang. Zelfs het dialekt is bezig met zijn laatste kruim te verliezen. Standardiseering op ganschde lijn. We spreken reeds beschaafd.(In afwachting dat wij het zijn.)
Nieuwis dit nu precies niet .Ook toen waren er reeds enkelen, die de wereld van bovenaf gingen hervormen. Ze waren gemakkelijk te herkennen,op 't eerste zicht. Ze droegen een macfarlane en daaronder een soort dwangbuis tot aan de keel toegeknoopt. Domenees om zoo te zeggen.Zij dronken geen alcoholen verdiepten zich in Ibsen. Wandelende manifesten. De muziekvoor hen, dat was Wagner. Overigens, wanneerer een trouwde, dan kregen zijn spruiten den naam Siegfried of Brunhilde. Of iets in den aard. Waarbij ge instinctmatig de hakken bij elkaar sloegt en de lach op uw lippen verstierf.De domenees moeten wel heel prolifiek geweest zijn, te oordeelen naar de opgeschoten ,bleeke jongelingen met hoornen brillen aan en het aantal theosophen, dokters in dít en dát, ,die thans de wereldbevolken.
de Bom, Emmanuel (1938) (red.), 'Vlaandren, o welig huis'. In: Zooals Vlaamsche schrijvers hun land zien.Wereldbibliotheek, Amsterdam 1939.
https://www.dbnl.org/tekst/bom_001vlaa01_01/bom_001vlaa01_01.pdf
maandag 28 december 2020
De Bruycker, Theatre/Theater/Opera
THEATRE TENOR 1907 (022)
Lohengrin, an opera first performed in 1850, is Romantic to its core. That is partly because of its musical language and partly because of its theming. For the subject of Lohengrin is Medieval German legend. Romanticism (1800-1890) as a cultural force - in art, literature, and music - was intimately tied up both with nascent nationalism, especially in Germany, and a resurgent Medievalism. Artists turned away from the rationality and reason of the Enlightenment and of the Classics, and looked to the Middle Ages for inspiration. That's why I've combined it with Two Men Contemplating the Moon (1820) by Caspar David Friedrich, another of the great German Romantics.
In his 1853 essay Opera and Drama, which serves as the manifesto for Wagner's musical world-view, he theorised that music should always be subservient to emotion and storytelling. Hence he argued that leitmotifs - themes for particular people, places, or feelings - should act as the basic building blocks of opera rather than the traditional mixture of aria and and recitative. You can feel that emotional and dramatic weight here.
I should add that the Lohengrin Prelude is often performed as a standalone orchestral piece. Such is true of many preludes and overtures. They developed in the Baroque Era as the opening for operas and other large-scale works, setting the scene both musically and thematically. But, during the Romantic Era, many preludes and overtures were written as standalone atmospheric and storytelling pieces.
Who was Richard Wagner?
Richard Wagner (1813-1883) is a giant of musical history. He took Romantic Music to its limits - and beyond. For Wagner was more of an innovator than a traditionalist, and for a long time German music was defined by him: either you were one of his followers or you were not. For example, Wagner wrote his own librettos - sort of like operatic screenplays - which was fairly unusual. But such was Wagner's unique energy and passion.
He wanted to achieve a total work of art where music, text, story, and performance were all deeply intertwined and inseparable. Hence the magnitude of Wagner's compositions. His masterpiece was the Ring Cycle, which comprises four separate operas with a total runtime of about fifteen hours; it took over two decades to write. Wagner achieved his dream here; a total synthesis of art in which music was the vehicle for storytelling of the highest and most dramatic order.
For some idea of Wagner's fame and popularity, even his own lifetime, it should suffice to know that an entire opera house was built for the debut performance of his Ring Cycle in 1876, the Bayreuth Festspielhaus. Ever since its opening an annual festival has been held where Wagner's major works are performed. It continues to this day.
A.167 THEATRE
A.168 THEATRE
A.169 THEATRE
A.170 THEATRE
A.171 THEATRE
A.172 THEATRE, GENTSE BURGERS.
De vergelijking tusschen den ‘Straat-veger’ en den ‘Engelenbak’ wijst beter nog, allicht, op zulke gemoedsverandering. Niet meer dan elders gaf, weliswaar, De Bruycker hier het zeer bijzondere, zoo in décor als in personnages van het gekozen geval op in deze wakke en
[p. 929]
walmende, onreine en stofferige schouwburg-galerij, met de zee-groene schilder-muren en de harde, zwarte, vuil glimmige banken, waar de plaats-nummers nog nauwelijks leesbaar zijn, onder de schaarsche verlichting en 't hellende dak, dat den rug kromt: de sjofele menschen, de armzalige breinen, die zich zat laten zingen aan muziek. En zij luisteren, weinig-bekommerd om de sierlijkheid der houding of de snede der kleeding. Zij luisteren met alle hunne gespannen aandacht, de nederige schooiers om schoonheid, de bedelaars om kunst. Iedere week vindt gij ze terug op vaste dagen; zij zijn strenge critici, maar verworven dat recht door hunne onafwendbare oplettendheid en de jaren-lange ondervinding, die de vergelijking leert... En zie ze nu maar: den dikken, gulzigen puffer die door het kijk-glas de vormen bestudeert der ‘forte-chanteuse’, den slungelig-langen kerel, die geblaseerd de meest-afdoende uitspraak weet te geven; de ‘geloovige’ eindelijk, geheel overgeleverd aan wat op tooneel gebeurt... En hiervan hadde De Bruycker in anderen tijd, misschien, alleen het leelijke en dierlijke van getoond. Zie echter, hoe meer-innige communie met het leven hem thans eene atmospheer liet treffen, van, onmiddellijk-aandoende, vroomheid, van - laat het woord herhaald wezen - onmiskenbaar ‘geloof.’
Van de Woestijne:
“Hij zou ze ontmoeten onder de gewone bezoekers van den Engelenbak en van de Wacht-zaal-derde-klasse, aan de ‘Visch-mijn’ en op den ‘Prondel-markt’. En 't werden, naast de armzalige voet-slepers van op straat, de schaarsche star-luisterende, schichtig, geëxalteerde smoelen, die hoog bij de zoldering hunne tooneel-woede bot-vieren aan gillende tenors en de weinig-gekleede danseresjes".(Van de Woestijne 1912 in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift. Jaargang 22 (1912).
A.175 CAFE CHANTANT
Verkocht bij De Vuyst
A.163 BALLERINA
A.164 DE VIOLIST
A.204 LE VIOLIST
JULES DE BRUYCKER (1870-1945)
JULES DE BRUYCKER (1870-1945) Eau-forte sur simili-Japon. Signée et titrée à la mine de plomb. Encadrée. Lit.: JDB Online nr. 28. 345 x 245 mm
J.D.B. 027 THEATRE PARADIS 1907
H 350-B 250
L.R.22
Vernis Mou:
Theatre, Le Paradis (Grande Planche)- etching and soft ground etching, good condition. 15 1/4 x 11 1/4''
-
J.D.B. 189 L'EGLISE ST.SEVERIN PARIS 1925 H 210-B 160 L.R.127 J.D.B. 189A L'EGLISE ST.SEVERIN PARIS 1925 H 210-B 160 L.R...
-
https://www.artland.com/exhibitions/war-works-cbcl5lplr9ks725ubbg0 On the occasion of the death and destruction caused by the war in Ukr...
-
Zie ets van JDB in Rouen. Turner Turner worked gouache and watercolour paints over this ink drawing to depict the fourteenth-cen...








n
















n










bb



