donderdag 8 november 2018

JDB: Leven (overgrootouders): Mast




Ook Anna Mast  (1606 +1660) kwam met haar huwelijk met Gillis Hally, als
procureur, notaris en erfelijk griffier in een welstellende familie terecht. Een
andere Anna Mast ( 1635) huwde sieur Nicolaas De Pape, een meester chirurgijn. Liévijne Mast ( 1698 +1777) woonde met haar man Jan de Vaere, die ameldonkmaker was, aan de Voormuide. 
 
Een zoon Antone (1725) was eveneens ameldonkmaker en een dochter Petronilla ( 1733), gehuwd met Joos Serraes, had een huis op de hoek van de Kalverstraat (Patershol) en drie huizen op Merheem w.o. een herberg waar voor teeeken uytsteeckt Het Ossenhooft.  Zij zijn de overgrootouders van de bekende Gentse kunstschilder- tekenaar-etser Jules De Bruycker ( 1870-1945).

(Erik De Keyser over de falmilie Mast)

woensdag 7 november 2018

Jan Breydelstraat

Hoekhuis | Inventaris Onroerend Erfgoed

Beschrijving

Onderkelderd hoekhuis, aanvankelijk bij de Appelbrug gelegen, met zijgevel uitziend op de Houtlei. Heden gecementeerde voorgevel van vier traveeën met twee bouwlagen onder een mansardedak (leien), volgens archiefstukken te dateren 1769. Zandstenen sokkel. Rechthoekige vensters in vlakke, doorlopende omlijsting, met roedeverdeling en verdiepte borstweringen. Twee hoger oplopende middentraveeën bekroond met een driehoekig fronton met vereenvoudigde oculus. Rechts, fraaie spiegelboogdeur in Lodewijk XV-stijl: breed holrond beloop der deur ingeschreven in een met gebogen druiplijst bekroonde rechthoekige arduinen omlijsting, sluitsteen met bladversiering en gelijkaardige motieven in de zwikken. Gestrekte tussendorpels en stervormig uitgewerkte waaier.

Zijgevel van vijf traveeën eveneens recent gecementeerd en met vereenvoudigde gevelornamenten. Toegevoegde buitentrap en toegang tot zichtbare kelderverdieping. Links, afgekante hoek met ezelsoor.

Stadsarchief Gent, Oud Archief, reeks 535, bundel 113, nummer 15.

Bron     : Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. met medewerking van Linters A. 1979: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent,  Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NB N-O, Brussel - Gent.

Auteurs :  Bogaert, Chris, Lanclus, Kathleen, Verbeeck, Mieke 

Informatie

Houtlei, later tot aan de demping in 1899, Oude Houtlei. Zicht van af de Torrepoortbrug ( Poel) in de richting van de Appelbrug-Jan Breydelstraat (zie Turrepoortsteeg naast de Hotsy). 


De foto met perspectief vanop de Torrepoortbrug

Gent: Houtlei, later Oude Houtlei. Zicht genomen Appelbrug- Jan Breydelstraat




Enkele notities:


Afbeelding Gent: Houtlei, later Oude Houtlei. Zicht van aan de Appelbrug, links de zijgevel van het Hotel De Coninck in de Jan Breydelstraat bekijken - Stad Gent (1).

We bevinden ons in de kuip van Gent (“het oudste deel van Gent, gesticht in 879 als Gandavum, nadat de oudere, oostelijkere nederzetting Ganda door Vikingen verwoest was”).

De straat werd in twee gedeeld door de Houtlei die ter hoogte van het voormalig Hotel De Coninck (het huidige Design Museum) uitmondde in de Leie. De brug over de Houtlei was bekend als de Appelbrug (een verwijzing naar "hostellerie de Gulden Appel" (15de eeuw) die gesloopt werd rond 1755 maar de kelders en de keuken werden behouden. Een zekere De Brouwer liet hier zijn hotel bouwen maar reeds in 1761 werd het hotel gekocht door een linnenhandelaar Fernand De Coninck. Hij gebruikte verschillende delen als stapelplaats.

In 1898 werd de Houtlei gedempt en dat wijzigde het straatbeeld grondig.

Over dat Designmseum wordt geschreven dat het zich achter een 18de-eeuwse gevel (rococcostijl) bevindt. Het hele complex zou dus bestaan uit een 18e-eeuws herenhuis en een moderne vleugel (in 1761 nam Fernand De Coninck – een linnenhandelaar – zijn intrede in het hotel).

De stadsresidentie werd in 1922 aangekocht door de stad Gent. Vanaf dan is het bekend als het Designmuseum.

Het Design Museum Gent vindt zijn oorsprong in een privé-initiatief van een groep industriëlen en kunstliefhebbers die zich in 1903 verenigden in de ‘Union des Arts Industriels et Décoratifs’ een ‘Musée des Modèles’ oprichtten. De collectie bestond aanvankelijk uit een honderdtal goede voorbeelden van meubelen, aangevuld met omvangrijke deelcollecties keramiek, koper en brons, meubelfragmenten en een grote textielverzameling. Die modellen vonden een onderkomen in de Gentse stedelijke academie aan de Sint-Margrietstraat.

De installatie van het Designmuseum heeft veel te maken met de Gentse Wereldtentoonstelling (1913). Er waren diverse aankopen gedaan voor de paviljons. Eenmaal die werden afgebroken zocht men een huis om die tentoon te stellen. Uiteindelijk werd die gevonden in het Hotel de Coninck aan de Jan Breydelstraat en in 1922 werd het museum voor het publiek geopend. Het hele initiatief vindt zijn oorsprong in een privé-initiatief van een groep industriëlen en kunstliefhebbers die de ‘Union des Arts Industriels et Décoratifs’ een ‘Musée des Modèles’ in 1903 hebben opgericht.


PS



Vriend LDV antwoordt: 
"Voor het eerst krijg ik een foto te zien van de nog niet gedempte Houtlei - met zicht op de achtergevels van van de bebouwing van de Burgstraat. Sensationeel.
Ook op de zo goed als ongewijzigde zijgevel van de woning van JDB.
Kan best het huis van een stoffeerder geweest zijn - met winkel en magazijn. Wellicht gebruikten de De Bruyckers enkel de gelijkvloerse verdieping. Het huis was ooit een 18e eeuws herenhuis dat - zoals de meeste patriciërswoningen uit die tijd - in de loop van de 19e eeuw opgedeeld werd in meerdere woningen. 
Wel vreemd dat er over dit huis niets te vinden is in de inventaris van het onroerend erfgoed".

Verder lees ik dat de Jan Breydelstraat uit – qua architectuur – uit twee delen bestaat: het het deel van de straat tussen de Drabstraat en de Appelbrug (met 18de en 19de eeuwse architectuur), vroeger Appelbrugstraat genoemd en het deel tot de de Burgstraat, van oudsher de Breydelsteeg genoemd. 

Beschrijving

Dit gedeelte van de straat, vanouds de Breydelsteeg genoemd, tussen de vroegere Appelbrug en de Burgstraat, vertoont heden nog een unieke aaneenschakeling van monumenten, aansluitend bij het begin van de Burgstraat. De rechter straatwand met topgevels uit de 16de, 17de en de 18de eeuw wordt op de hoek van de Burgstraat en de Onthoofdingsbrug afgesloten door een prachtig complex van 1706. De rij achtergevels langs de Lieve gelegen wordt gemarkeerd door de enige resterende houten gevel van Gent.
De linker straatzijde met 18de-eeuwse burgerhuizen werd naar het einde van de straat toe sterk aangepast in de loop van de 19de eeuw en afgesloten met een monumentaal hotel in second-empirestijl.
Met de demping van de Houtlei in 1898 verdween ook de Appelbrug; de ruimte tussen het Hotel De Coninck en het 18de-eeuwse burgerhuis werd ingenomen door een eclectisch gebouw, het rechter hoekhuis uitgebreid en een pleintje gecreëerd aan de Lieve.
De aanpassing tot winkelstraat in de loop van de 19de eeuw, met mooie houten puien, legde levendige accenten in de straat die heden haar commerciële functie schijnt te bestendigen.


 Vriend LDV schrijft:

"Nogmaals de kaart van Gevaert & Vanimpe: met de Appelbrug en de Jan Breydelstraat, toen inderdaad nog opgedeeld in twee helften. Vreemde vertaling: Rue des Tricheurs en Rue des Selliers (zadelmakers). Hier goed te zien: alle percelen van de Burgstraat grensden aan de Houtlei."


(1) Het is de gebruiker niet toegestaan het beeldmateriaal te gebruiken op een wijze die de Stad Gent schade zou kunnen berokkenen. De gebruiker verkrijgt bij hergebruik van het beeldmateriaal een vrij en kosteloos gebruiksrecht, mits bronvermelding. Hergebruik is slechts toegestaan voor niet-commercieel gebruik.

PS





PS


https://gentdekuip.com/jan-breydelstraat/


Heel verwarrend:

De naam “Appelbrug” is ontleend aan het 15-eeuwse “hostellerie de Gulden Appel”, later “Hotel De Coninck”en momenteel het museum voor Sierkunst. Langsheen de Leie ligt nu het Appelparkje. 

Volgens de tekst (en andere bronnen) wordt de hostellerie de Gulden Appel (18de eeuw) afgebroken en dan het hotel De Coninck gebouwd. 


En dan staat binnen deze tekst een foto 

Deloof






Ondertitel: Gent, Gulden Appel. Foto is van Antoon Deloof (waar ik meerdere foto’s van vond van rond de eeuwwisseling). Dat is nogal verwarrend omdat dit een foto is van rond de eeuwwisseling. Het huis is dan een café genaamd de Gulden Appel (waarschijnlijk als verwijzing naar het vroegere café daar rechtover, trouwens het café is dicht bij de Appelbrug).


Het gaat hier om het ouderlijk van JDB. Vooraleer het huis een café werd, woonden de familie van JDB daar.  De buurt zag er dan wel anders uit. De Houtlei liep nog voorbij het huis. 

Vriend-Archtiect LDV vond de volgende foto:





LDV schreef:  "Op deze foto (links Hotel de Coninck, rechts woning JDB) zijn de vensters te zien van het sous-sol van JDB. Opgegroeid met zicht op de waterspiegel van de Houtlei, destijds een stinkende open riool. Wellicht bereikbaar via een  op de foto niet zichtbare buitentrap. "


John DB mailde: "Het geboortehuis van Jules, is waar nu die luster winkel is, recht over dat parkje, en naast die ingang van de garages. Hij leefde daar in de sous - sol en waar nu de elektriciteit winkel is was daar een behangers winkel van zijn vader."





LDV schreef verder dat de kelder van de lusterwinkel bereikbaar is via een aparte trap. "Er zijn twee keldervensters. Misschien was dat voor de demping al het geval." Verder bezoek aan het huis dringt zich op.

Zo ziet het geboortehuis er vandaag uit:



Enkele andere beelden:









Foto LDV


.Heins tekende in zijn Coins: 


Links het huidige Designmuseum
Rechts bevindt zich het geboortehuis van JDB



Palfijn Fluitspeler

 Brief van Frank aan ....






Geachte,

Het huis De Fluitspeler (de Hel) is niet de vroegere woning van Jan Palfijn.
Ik verwijs hiervoor naar de boeken (via Google Books)
1. Het maatschappelijk leven onzer vaderen in de zeventiende eeuw 1868 A.C. Kruseman
zoekwoorden "woning Jan Palfijn"
2. Het boek der vermaarde uithangborden 1874 Frans De Potter
zoekwoorden "woonde Jan Palfijn"
Jan Palfijn woonde wel degelijk op de Kraanlei (nr.26), maar de beschreven bas-reliefs boven de deur zijn niet terug te vinden op het huis de fluitspeler noch op het huis ernaast "werken van barmhartigheid".
Kunnen jullie achterhalen of de vroegere woonst van Jan Palfijn nog bestaat en de bas-reliefs verdwenen zijn en op welk huidig nummer Jan Palfijn eventueel zou gewoond hebben op de Kraanlei?
De fluitspeler werd in 1669 voor het eerst bewoont door Jacobus Van Hoorebeke en daarna door zijn zoon.
Vergissen beide chroniqueurs zich dan verneem ik het graag.
Alvast bedankt, ook voor uw antwoord.


Met vriendelijke groeten,
Frank Vandenhaute

Veerleplein Gravensteen (vanop kantelen)

T.M.291 VEERLEPLEIN
Ik ben ervan overtuigd dat dit geen tekening is van Jules De Bruycker.
Verkocht bij Campo.(John)

dinsdag 6 november 2018

Palfijn


Jan Palfijn
Naast het Huis van Palfijn (dat dus niet eens zijn huis is), vinden we in de Sint Jacobskerk twee praalgraven van de verloskundige Jan Palfijn, uitvinder van de verlostang. Beide werden opgericht in opdracht van het College der Medicijnen. Het eerste bleek te bescheiden....



Jan Palfijn te Gent



Jan Palfijn (Kortrijk 1650 – Gent, 21 april 1730) was een Vlaams verloskundige. Zijn naam is nauw verbonden aan de door hem ontworpen verlostang die hij in 1723 in de openbaarheid brengt.

Levensloop

Plaquette Jan Palfyn (Gent)
Jan Palfijn was de zoon van barbier-chirurgijn Gillis Palfijn en Margareta de Roe. Nadat zijn vader hem het vak van chirurgijn had aangeleerd, ging Jan in zijn geboortestad lijken opgraven om ze te bestuderen, maar werd in 1670 betrapt en moest uit de stad vluchten en belandde in Gent bij het bevriend echtpaar Wallaert. Na een proeftijd van 3 jaar werd hij er in 1673 meester-chirurgijn en vertrok naar Parijs om er assistent te worden van Joseph-Guichard Duvernay.
Omstreeks 1675 keerde hij terug naar Kortrijk en huwde er met Margareta Wallaert (dochter van het bevriend echtpaar uit Gent), maar verliet in 1683 de stad opnieuw toen hij gestraft werd voor het bezit van een menselijk skelet en ze gingen in Ieper wonen. Nadat zijn eerste vrouw overleden was, hertrouwde hij met Maria Du Bois en toen die ook overleed, verhuisde hij in 1695 opnieuw naar Gent, waar hij in 1708 lector in de osteologie en chirurgie werd aan de Heelkundige School van Gent (die in 1663 opgericht was door het Collegium Medicum Gandavense). In die functie schreef hij verschillende boeken, waaronder het meest bekende “Heelkonstige ontleding van ’s menschen lighaam” dat in 1718 te Leiden werd uitgegeven.
In 1727 werd hij tot leraar in de ontleed- en heelkunde benoemd. Hij was ook pestmeester van de stad en werkte in het stadsziekenhuis “De Bijloke”, o.a. als breuk- en steensnijder.
In 1730 overleed hij.

zondag 4 november 2018

Gravensteen


Het Gravensteen werd zeer tegen de zin van Heins grondig gesaneerd en gerestaureerd. Hij tekende het Gravensteen van voor de restauratie, hij wou het tonen zoals het was voor de reconstructie, wanneer alle historische sporen nog aanwezig waren. Zijn tekeningen van het Gravensteen waren dan ook

zaterdag 3 november 2018

Joseph Pennell

Joseph Pennell  (1857-1926)
Wikipedia



"Born in Philadelphia, and first studied there, but like his compatriot and friend, James McNeill Whistler, he afterwards went to Europe and made his home in London. Joseph Pennell had many etchings that depicted historic landmarks in the city of Philadelphia."

"American artist, illustrator, teacher, and author Joseph Pennell (1857–1926) was working in Germany when the Great War started. After returning to his longtime home base in England, he embarked on a hallmark World War I series of prints and drawings in that battered Allied nation. He continued the series after returning to America in 1917, as the United States entered the war."

Joseph Pennell's pictures of war work in England, reproductions of a series of drawings and lithographs of the munition works made by him with the permission and authority of the British government : Pennell, Joseph, 1857-1926 : Free Download, Borrow, and Streaming : Internet Archive


Volgens Karel Van de Woestijne onderging JDB ook invloed van Pennell:


Grafisch werk aan architectuur gewijd.
In het Gentse Salon (1909)




Station